Trots groter dan verdriet in Havana

Dankzij de successen van Cuba op het officieuze WK honkbal gaat de Cubaan trotser dan ooit over straat. De staatsamateurs waren alle profs de baas, behalve de Japanners.

Cubaanse honkbalfans in Havana voor een speciaal opgesteld scherm. Foto AP Cuban people watch the World Baseball Classic final game between Cuba and Japan in Havana, Cuba, Monday, March 20, 2006. (AP Photo/ Javier Galeano) Associated Press

Bij de dagelijkse samenscholingen en discussies op het plein Parque Central in het hart van het historische centrum van Havana geldt één stelregel. 'Wie het hardste schreeuwt, heeft het meeste gelijk', zegt Nelson Hernández die vanaf een prettig schaduwrijk plekje de verhitte debatten volgt. Dezer dagen schreeuwen de Cubanen luidruchtiger dan ooit en het gaat slechts over één thema. De sportieve successen van het nationale honkbalteam op het wereldkampioenschap heeft het Caraïbische eiland in een ongekend feestelijke en patriottische sfeer gebracht.

'Uitgerekend op het gebied van de Verenigde Staten, de grootste vijand van ons land, bewijst Cuba dat de socialistische amateurs betere sportlieden zijn dan de professionele grootverdieners', jubelt Sixto Gonzalez. Cuba verloor vannacht weliswaar de finale van Japan (10-6), maar wist op de eerste World Baseball Classic wel de ploegen van Puerto Rico, de Dominicaanse Republiek en Venezuela achter zich te houden. In tegenstelling tot Cuba speelden vrijwel alle landen de afgelopen weken met goedbetaalde profs uit de Amerikaanse Major League. En die prestatie bewijst volgens Gonzalez dat betaalde sport uiteindelijk inferieur is aan de verrichtingen van een sportman die zich uit liefde voor zijn vaderland inspant. 'Een Cubaan geeft alles alleen om het nationale shirt van zijn land te kunnen dragen.'

'Cuba wint omdat het land soeverein is en onafhankelijk, vrij en ontwikkeld, ook op sportgebied', schreef de commentator van het dagblad Trabajadores (Arbeiders) in de editie die straatverkopers onder de voorbarige kreet 'Cuba Kampioen' gisteren aan de man brachten. Het voorleggen van die stelling aan de mensen op het stadsplein een paar uur voor de finale is bijna ondoenlijk. In een mum van tijd mengt een royale kring van honkballiefhebbers zich met oorverdovend volume in het gesprek.

De glansrol van Cuba op het toernooi is opmerkelijk omdat de goedbetaalde profs uit de VS niet eens de halve finale haalden. En omdat de Amerikaanse regering het Cubaanse team aanvankelijk geen toegang tot het land gaf. Het Amerikaanse bewind wilde voorkomen dat de communistische buurman Fidel Castro ondanks een handelsboycot Amerikaanse premies zou opstrijken met zijn sportlieden. Na druk van de internationale honkbalfederatie en de toezegging van Cuba dat winstpremies door Cuba worden gegeven aan de Amerikaanse slachtoffers van orkaan Katrina, kregen de Cubanen alsnog een visum.

Duizenden mensen zagen via een rechtstreekse tv-verbinding met San Diego de finale op een gigantisch scherm in Parque Central; ongebruikelijk in een land waar de inwoners het nog vaak moeten stellen met een bibberend tv-beeld, vaak in zwart-wit. Als ze al tv hebben, en elektriciteit.

Veelbesproken kwestie in Cuba is of de zilveren-medaillewinnaars later deze week allemaal feestelijk kunnen worden verwelkomd. De afgelopen jaren waren revolutionaire sporters, muzikanten of balletdansers aan het eind van hun optreden in de VS niet altijd bestand tegen lucratieve aanbiedingen en vroegen ze politiek asiel aan. Cuba's beste pitcher ooit, José Contreras, nam een paar jaar geleden op Amerikaans grondgebied de benen en geldt nu politiek gezien als landverrader. Hij kreeg alleen al aan tekengeld vijf miljoen dollar, vertellen de Cubanen.

Ook de afgelopen twee weken zijn de Cubaanse spelers volgens Trabajadores bestookt met de meest verleidelijke aanbiedingen. Vergeefs. Ze komen allemaal terug naar Cuba, schreeuwen de honkbalfans op het plein. Ook al zijn de verdiensten in eigen land niet meer dan een Lada of een verblijf van veertien dagen met familie in een van de luxe toeristenhotels.

De Cubaanse spelers worden de komende uren goed in de gaten gehouden. Commandant Castro houdt indirect zelf toezicht. Een van zijn vijf zonen, de 37-jarige Antonio, maakt deel uit van de Cubaanse begeleidingsdelegatie. Antonio is de teamarts.

Maar ook volgens Sixto Gonzalez, een van de twaalf miljoen Cubaanse honkbalexperts, is er geen enkele reden te twijfelen aan de thuiskomst van de jeugdige ploeg. 'Deze spelers zijn niet alleen geselecteerd vanwege sportieve kwaliteiten maar ook op grond van gebleken vaderlandslievendheid.'

    • Marcel Haenen