Tekort aan vezels in voeding

Negen op de tien Nederlanders eten te weinig vezel, terwijl voedingsvezel beschermt tegen hart- en vaatziekten en de darmwerking verbetert. Dat schrijft de Gezondheidsraad in een vandaag verschenen richtlijn over de gewenste hoeveelheid vezel in gezonde voeding.

Voedingsvezels zitten veel in groenten, fruit en volkorenproducten. Bij iedere 1.000 gegeten kilocalorieën zou, volgens de Gezondheidsraad, eigenlijk ook 14 gram voedingsvezel naar binnen moeten gaan. Volwassen mannen en vrouwen hebben dagelijks genoeg aan circa 2.000 kilocalorieën per dag (vrouwen wat minder, mannen iets meer) om op gewicht te blijven. Vezels zijn per definitie calorie-arm. Ze komen vrijwel onveranderd in de feces terecht.

Het nieuwe advies was nodig omdat er de afgelopen paar jaar veel nieuw onderzoek over de gezondheid van vezel is verschenen. Daardoor wankelt het geloof dat vezels ook beschermen tegen dikkedarmkanker. Of vezels wel tegen ouderdomssuikerziekte (diabetes type II) en overgewicht beschermen, is ook nog niet echt zeker. De bescherming tegen diabetes typoe II lijkt meer te komen van het eten van volkorenproducten en niet van fruit- en groentevezel.

Een bovengrens voor de vezelinname heeft de Gezonhdeidsraad niet vastgesteld. Vezelrijke voeding is per definitie zo vullend, dat vrijwel iedereen stopt met eten lang voordat de hoeveelheid vezel in die voeding ongezond zou worden, schrijft de raad.