Radicalisering en recht

Wie een geschrift van Mohammed B. bezit is onschuldig. Wie het aan zijn buurman geeft is lid van een terroristische organisatie. Klopt dit?

Wanneer slaat een groep radicaliserende jongeren om in een terroristische bende? Dat was in wezen de vraag voor de rechtbank Rotterdam in het zogeheten Hofstadproces. Op zichzelf is radicalisme immers niet verboden, zoals minister Donner (Justitie) vorig jaar opmerkte. Het kan zelfs te prijzen zijn. Bij het bepalen van het omslagpunt staat nogal wat op het spel in termen van burgerlijke vrijheden, zoals levensovertuiging en meningsuiting. De rechtbank 'stelt voorop dat geloven en denken vrijstaan, zonder enige beperkingen. Alleen gedragingen, waaronder begrepen het doen van uitlatingen, het maken van plannen (en dergelijke) kunnen strafbaar zijn'.

Toch besteedt het vonnis ruim aandacht aan het gedachtegoed van de verdachten. Als reden wordt opgegeven dat zij op basis daarvan strafbare feiten hebben gepleegd. Met name het lidmaatschap van een criminele organisatie met een terroristisch oogmerk. Dat lidmaatschap is zelfstandig strafbaar; het doet er in beginsel niet toe of de beoogde misdaden ook zijn gepleegd of zelfs in een voorstadium verkeren. Dat vormt een nogal vage basis om iemand te veroordelen, maar dat ligt niet aan de nieuwe wet tegen terrorisme van 2004 en dateert uit de negentiende eeuw. Er zijn al vredesactivisten, krakers en zelfs een politieke groepering (CP'86) mee aangepakt.

Het vonnis merkt de ideologie - 'de gewelddadige godsdienstbeleving' - aan als het bindmiddel van de Hofstadgroep. Voor een terroristisch oogmerk - het extra in deze zaak - is echter vereist dat het gericht is op gewelddaden die angst zaaien onder de bevolking. De rechtbank komt niet verder dan een groep haatzaaiers en opruiers. Geweldsdelicten waren wellicht wel het uiteindelijke doel van de Hofstadgroep maar niet het 'naaste doel', zoals de wet vereist.

En de gemene granaat dan, die naar de politie werd geworpen bij de inval in het groepskwartier in de Antheunisstraat? De enkele gelijktijdigheid van de granaat en een gewelddadig gedachtegoed is niet voldoende om het tot een terroristische actie te maken, vindt de rechtbank. Dat komt nogal schizofreen over. De politie is bij uitstek het symbool van de rechtsstaat die de groepsleden zeggen te willen vernietigen.

De bijeenkomsten, afgeluisterde gesprekken en aangetroffen geschriften zijn ook zonder de speciale terrorismewet te kwalificeren als strafbare hatespeech. Dat is een delicate materie, zoals onlangs nog in het Britse parlement bleek bij de behandeling van een nieuwe wet over dit onderwerp. Maar dat een leesclub nu bezorgd moet zijn over het boek van Bin Laden dat gezamelijk wordt doorgenomen, is overdreven. Voor strafbaarheid vergt het vonnis duidelijk een conspiratieve context. Een aantal meelopers zijn ook vrijgesproken.

Toch zijn er twee problemen. Voor de strafbaarheid van haatzaaien en opruiing is nodig dat aan de uitingen publieke bekendheid wordt gegeven. De Hofdstadgroep leek nogal in zijn eigen wereldje te zitten. Haatzaaien en opruiing worden bovendien door de nieuwe wet niet gerekend onder de terroristische misdrijven. Zij leggen 'de basis voor het plegen daarvan', zegt de rechtbank. Maar dat is iets anders dan het naaste doel, waar zij eerder met reden belang aan hechtte. De Nederlandse regering heeft er in internationaal verband op gehamerd dat ook het beramen van terroristische activiteiten onder de definitie van terrorisme hoort. Maar in dit geval is de nieuwe strafbepaling tegen terroristische 'samenspanning' niet ten laste gelegd.

Het is duidelijk dat de Hofstadgroep een griezelig gezelschapje was dat niet vrij was van 'zendingsdrang', zoals de rechtbank het noemt. Maar juist dan is de waarschuwing op zijn plaats die ruim een halve eeuw werd gedaan door het lid van het Amerikaanse hooggerechtshof, Felix Frankfurter: 'de waarborgen van de vrijheid zijn herhaaldelijk bevochten in geschillen waarbij niet erg aardige mensen waren betrokken'.

kuitenbrouwer@nrc.nl

Frank Kuitenbrouwer is medewerker van NRC Handelsblad.