PvdA let scherp op nieuwkomer

De PvdA is blij met de toestroom aan allochtone stemmers en raadsleden.

Maar het levert ook problemen op, blijkt uit het handboek van de partij.

Binnen de PvdA wordt een onderzoek gestart naar de werving en begeleiding van allochtone raadsleden in de partij. Het onderzoek wordt gedaan door het Centrum voor Lokaal Bestuur, een organisatie waarbij circa 2.300 lokale en provinciale PvdA-bestuurders bij zijn aangesloten. De afgelopen raadsperiode hebben zich vaker dan gemiddeld incidenten voorgedaan met allochtone raadsleden, zoals afsplitsing, absentie en taalproblemen, zegt secretaris Jan-Jaap van den Berg. 'Ik hoop dat de afdelingen wijs zijn geweest. Maar we hebben de afgelopen raadsperiode leergeld moeten betalen.'

De afgelopen dagen ontstond grote commotie onder allochtone PvdA'ers nadat partijleider Wouter Bos vrijdag tegen Het Parool onder meer had gezegd dat 'er vast ongelukken' zullen gebeuren met nieuwe allochtone raadsleden. Bij de verkiezingen van 7 maart won de PvdA er 671 raadszetels bij, waardoor in totaal 1.988 zetels zijn behaald. De partij heeft nog geen volledig overzicht van het aantal allochtone raadsleden, maar duidelijk is dat deze groep in gemeenteraden en stadsdeelraden sterk is gestegen.

In Rotterdam, waar de PvdA achttien zetels behaalde, zijn volgens het lokale Centrum voor Onderzoek en Statistiek tien raadsleden gekozen die hun zetel danken aan allochtone kiezers. Circa 80 procent van de allochtone stemmen ging naar de PvdA, en van die stemmen gingen de meeste naar allochtone kandidaten.

Volgens de woordvoerder van Bos wilde deze in zijn interview in het Parool juist aangeven dat 'de PvdA in haar beleid geen onderscheid maakt tussen verschillende groepen in de samenleving'. Door onjuiste berichtgeving zijn, volgens de woordvoerder, de vele nieuwe allochtone PvdA-politici 'in diskrediet gebracht'.

Bos wilde niet problematiseren, maar het Centrum voor Lokaal Bestuur heeft in 2004 gewaarschuwd voor de nadelen die allochtone raadsleden met zich mee kunnen brengen. In dat jaar publiceerde het centrum het boek Nieuw Elan, een handboek voor lokale en regionale afdelingen. Onder het kopje 'cultuurverschillen' staat dat allochtone raadsleden zich 'vaker dan gemiddeld' afsplitsen van de PvdA-fracties en voor zichzelf beginnen. Dat komt volgens het Centrum omdat hun band met het gedachtegoed van de partij zwak is.

Allochtonen bepalen hun keuze voor een partij vaak niet in de eerste plaats op basis van de ideeën, maar laten zich leiden 'door de kans om in de gemeenteraad terecht te komen'. Op hun beurt, zo staat in het handboek, 'maken kandidaatstellingscommissies vaak de fout om kandidaten die niet geschikt worden geacht, vanwege electorale motieven toch ergens laag op de lijst te zetten.' Die commissies realiseren zich onvoldoende dat er relatief weinig voorkeursstemmen nodig zijn om in de raad te komen. Bovendien beschouwen 'mensen met een andere culturele achtergrond zichzelf vaak als representant van een bepaald deel van de kiezers en worden zij door 'hun' kiezers ook direct aangesproken.' En: 'Ook met afspraken en regels wordt nogal eens anders omgegaan.'

Sinds 2002 zijn acht allochtone PvdA-raadsleden op eigen titel doorgegaan, bleek vorig jaar uit een onderzoek van de politicoloog Jean Fransman. 'Dit betekent dat bijna één op de tien allochtone raadsleden die in 2002 op een PvdA-ticket de raad binnenkwamen, nu voor zichzelf in de raad zitten', staat in zijn onderzoek. 'Voor niet-allochtone PvdA-raadsleden geldt dat nog niet één op de honderd zich afsplitst van de partij.'

Van den Berg: 'Door de Kieswet hoeft het niet veel uit te maken of iemand op plaats vijf of op plaats dertig staat. Als een kandidaat een paar honderd voorkeursstemmen krijgt, dan komt hij er toch wel in. Allochtone kandidaten hebben nu eenmaal vaker dan autochtonen meer voorkeursstemmen. Dat realiseren lokale afdelingen zich niet altijd.' Het gevolg, zegt Van den Berg: 'Soms wisten raadsleden niet waar de PvdA voor stond. Soms beheersten ze het Nederlands niet of kwamen ze te weinig opdagen. Dat hebben we met het handboek bespreekbaar gemaakt.'