Niemand om een pleister te plakken

Onderwijzers krijgen steeds meer taken, en hebben dus steeds minder tijd. Scholen maken daarom veel gebruik van assistenten met een gesubsidieerd inkomen. Maar die verdwijnen.

Twee brullende kinderen komen de lerarenkamer van de Daltonbasisschool De Vijver in Den Haag binnenstrompelen. Tijdens het speelkwartier zijn de twee tegen elkaar opgebotst. 'Allebei een ei op het hoofd', concludeert conciërge Coby Keus. Ze neemt het huilende jongetje op schoot en legt een coldpack op zijn hoofd. Klassenassistente Nancy Renirie fluistert het meisje wat lieve woordjes toe en geeft haar een bekertje water.

Als het aan de gemeente Den Haag ligt, verdwijnen de twee conciërges en de klassenassistent per 1 januari 2009. Tot groot verdriet van directeur John de Jong. 'Iedereen is er emotioneel onder', zegt hij achter zijn volle bureau.

De in- en doorstroombanen (ID-banen), ofwel de Melkertbanen, verdwijnen. Aanvankelijk werden de conciërges en klassenassistenten betaald door het rijk, maar het kabinet heeft de landelijke subsidie twee jaar geleden al afgeschaft. Sindsdien zijn de gemeenten er verantwoordelijk voor. Die beslissen zelf of en hoeveel geld ze eraan besteden. 'Belachelijk', vindt voorzitter Marleen Barth van de Onderwijsbond CNV. 'Of je een onderwijsondersteuner krijgt, mag niet afhangen van de goede wil van een gemeente.'

Samen met de ouderorganisaties NKO en Ouders&Coo en de schoolleidersorganisatie PCSO voert de Onderwijsbond actie voor behoud van de banen. Bijna 19.000 mensen hebben de afgelopen weken de digitale petitie 'Elke school een conciërge' getekend. Vandaag wordt het verzoekschrift aangeboden aan de Tweede Kamer.

Basisscholen hebben sinds midden jaren negentig dankbaar gebruikgemaakt van de banen die toenmalig minister Melkert (PvdA) introduceerde voor langdurig werklozen. De scholen zijn met de komst van deze mensen professioneler geworden, zeggen ze, en leraren en directeuren kunnen zich volledig met hun eigen werk bezighouden. 'Dat onderschatten mensen', zegt directeur Sjaak Ligthart van de Albert Plesmanschool in Rotterdam, waar drie klassenassistenten en een administratief medewerker werken. 'Ze nemen ons veel werk uit handen.'

De dames zijn van alle markten thuis, zegt Ligthart. Ze plakken pleisters op schaafwonden, zorgen voor schone broeken bij ongelukjes, ze naaien poppenkastkleren, maken kopieën, zetten boekjes in elkaar, vullen lijmpotten, hangen tekeningen op, verzorgen de koffie en thee. 'En ga zo maar door.' De administratief medewerkster neemt de hele dag de telefoon op, belt absenties na, houdt alle dossiers van de kinderen bij en voert toetsresultaten in.

Wat de onderwijsondersteuners allemaal doen, daar hebben onderwijzers geen tijd voor. Daar zijn alle ondervraagde directeuren het over eens. Directeur Frits Hoff van de Montessori basisschool in Roermond: 'De maatschappij verwacht dat we steeds meer zorgtaken op ons nemen. Dat is prima, maar dat kunnen we niet alleen.' En binnenkort moeten de scholen ook kinderopvang regelen en het nieuwe bekostigingssysteem invoeren.

Dit systeem, de lumpsum-financiering, houdt in dat scholen jaarlijks één bedrag krijgen voor salarissen en materiële kosten. Scholen kunnen dan zelf geld reserveren voor assistentie. 'Dat klinkt mooi, maar schijn bedriegt', zegt directeur Gerrit Alssema van basisschool De Hoeksteen in Groningen. 'Er komt geen extra geld bij en het personeelsbestand blijft hetzelfde.'

Hij zit, net als vele andere directeuren, eindeloos te schuiven en te rekenen. Zijn conciërge zit er in ieder geval nog een jaar. Maar of de gemeente daarna ook nog met geld over de brug komt, is de vraag. Dus zoekt Alssema naar alternatieven. 'Maar dat is heel lastig. Ik kan niet zomaar een onderwijzer inruilen voor een conciërge.' Misschien kan hij wel een jaar bezuinigingen op bijvoorbeeld schilderwerk. 'Oplossingen voor de langere termijn zijn er niet.'

De scholen willen allemaal de kwaliteit van het onderwijs behouden en zullen niet gauw bezuinigen op schoolboeken. Ook de klassen vergroten is een onmogelijk scenario. 'De meeste klassen tellen tussen de 25 en 30 leerlingen', vertelt De Jong van Daltonschool De Vijver.

Coby Keus heeft haar baan nu zes jaar en 'zal met pijn in het hart' de school verlaten. 'Je doet gewoon nuttig werk.' Het was de bedoeling dat ze zou doorstromen naar een vaste baan, maar dat is niet gelukt. Haar leeftijd (50) is een struikelblok, zegt ze. 'Bovendien wil ik liever hier blijven.' Ook Brigitte Kozminski, administratief medewerkster op de Plesmanschool, wil na bijna negen jaar niet weg. Ze solliciteert wel, want 'je moet'. 'Maar een ID'er heeft ook nog eens een slecht imago.'

Directeur Hoff hoopt dat tegen de tijd dat zijn twee ID-medewerksters weg moeten, 'er een andere wind waait in Den Haag. En dan bedoel ik een socialere.' De Jong: 'Stiekem hoop ik dat ze voor altijd kunnen blijven.'

    • Juliette Vasterman