Nederland doet 'benepen' over allochtone stem

Kritiek op allochtonen die op eigen kandidaten voor de gemeenteraden stemden, is onterecht, menen deskundigen.

Benepen, enghartig en regentesk. Met die drie steekwoorden typeert Gabriël van den Brink, hoogleraar bestuurskunde in Tilburg, het debat dat sinds het weekeinde is losgebarsten over de toestroom van allochtone raadsleden en het stemgedrag van allochtone kiezers.

In verschillende media werd gewaarschuwd voor etnische blokvorming van 'zwarte' kiezers, problemen met nieuwe, onervaren allochtone raadsleden, en cliëntelisme. Vooral de PvdA, die veel allochtone kiezers trok, zou daarmee te maken krijgen.

Van den Brink, die recent een onderzoek publiceerde over culturele verschillen in Rotterdam, ergert zich aan de kritiek: 'Eerst werden allochtonen bekritiseerd omdat ze niet naar de stembus gingen. Nu doen ze dat wel, en vinden we dat ze op de verkeerde kandidaten hebben gestemd.' Hij krijgt bijval van de politicoloog Jean Tilly van de Universiteit van Amsterdam, die de verkiezingsuitslag 'het democratische antwoord' noemt van allochtonen op de politieke ontwikkelingen in Nederland. 'Ze hebben heus wel inhoudelijk gestemd', benadrukt hij. 'Ahmed Aboutaleb, wethouder voor de PvdA in Amsterdam, had heus niet zoveel stemmen uit de eigen achterban gekregen als hij op de VVD-lijst had gestaan.'

PvdA-voorzitter Michiel van Hulten vindt zelfs dat de ophef in de media over de toename van het aantal allochtone PvdA-raadsleden 'racistische trekjes' vertoont. Het Parool en het tv-programma Nova hebben zich hier volgens Van Hulten schuldig aan gemaakt, onder meer door het vraaggesprek met Wouter Bos eenzijdig te presenteren. De betrokken media wijzen de beschuldiging van Van Hulten verontwaardigd van de hand.

Haci Karacaer, directeur van de Turkse vereniging Milli Görüs, wijt de ophef aan het feit dat de verkiezingsuitslag wordt ervaren als 'een aanslag op de gevestigde politieke belangen'. Het bewijst volgens hem dat de aanwezigheid van allochtonen in de politiek niet van voorbijgaande aard is.

Volgens Karacaer staat niet zozeer de vraag ter discussie of allochtonen wel op allochtonen moeten stemmen en of al die allochtone raadsleden die zijn gekozen wel voldoende gekwalificeerd zijn. 'Wat als confronterend wordt ervaren is het besef dat allochtonen een politieke machtsfactor zijn. Dat lijkt hard aan te komen in een deel van Nederland.'

allochtonen 'Stemgedrag niet voorschrijven'

Van den Brink, Tilly en Karacaer betogen dat Nederland een probleem had gehad als allochtone kiezers op 7 maart massaal op eigen of islamitische partijen zouden hebben gestemd. 'Maar ze hebben massaal voor de PvdA gekozen', zegt Van den Brink.

Volgens hem heeft Leefbaar Rotterdam de politieke discussie over de islam en andere zaken die migranten betreffen aangewakkerd. De verkiezingsuitslag in Rotterdam, een stad met meer dan 50 procent allochtonen, is daarop het antwoord, meent hij. 'De nieuwkomers hadden redenen om te stemmen op de kandidaten waarop ze hebben gestemd', aldus Van den Brink.

Hij heeft in de afgelopen jaren migranten vaak opgeroepen zich op te stellen als actieve burgers. Dat ze nu stemmen, vindt hij dan ook winst. 'Maar in een democratie mag je mensen niet voorschrijven op wie ze moeten stemmen', waarschuwt hij.

De Amsterdamse politicoloog Tilly vindt het bedenkelijk dat wordt gesuggereerd dat allochtone kandidaten allochtone kiezers hebben geronseld. 'Wat hen eigenlijk kwalijk wordt genomen, is dat ze over een achterban blijken te beschikken', zegt hij. 'Katholieken stemden vroeger toch ook altijd op de KVP omdat ze zich daartoe verplicht achtten. Hun belangen waren immers alleen bij die partij in goede handen.'

Hetzelfde gedrag gold volgens Tilly lange tijd voor vrouwen. In een poging om meer vrouwen in de politiek te krijgen stemden vrouwelijke kiezers uit principe vaak op een vrouwelijke kandidaat. Menigeen doet dat volgens hem nog steeds.

    • Froukje Santing