Musea moeten Medy van der Laan steunen

Als Brits museumdirecteur ben ik vaak in Nederland geweest om te praten over en te leren van de Nederlandse musea. Ik heb dan ook met belangstelling de discussie gevolgd over de museumnota van staatssecretaris Medy van der Laan, die het parlement binnenkort behandelt.

Los van de precieze inhoud is deze nota een belangrijk initiatief, dat in andere landen nauwlettend in de gaten zal worden gehouden. Het is lofwaardig dat Van der Laan de moed heeft om eens strategisch na te denken over de toestand en toekomst van de Nederlandse musea. Te vaak staan musea laag op de politieke agenda, zodat ze altijd worstelen om financiering en zelden het maximum uit hun mogelijkheden kunnen halen. Terwijl musea toch centraal zouden moeten staan in het nationaal beleid op het terrein van onderwijs en 'social inclusion' - maatschappelijke verbreding en integratie.

In Groot-Brittannië doen musea al jaren een beroep op de overheid om in te zien dat onze sector zich niet ten volle kan ontplooien zonder een nationale strategie die wordt doorgrond en onderschreven door de overheid. Hoe kunnen we van politici die verantwoordelijk zijn voor de culturele bedrijvigheid, verwachten dat ze gelden aan de schatkist onttrekken als er voor musea geen businessplan op lange termijn is?

Musea hebben geen goddelijk recht op financiering door de belastingbetaler, ook al denken museumdirecteuren nog zo van wel, en wie vindt dat musea niet hoeven te veranderen en zich aan te passen als de maatschappij verandert, verdient niet de steun van de belastingbetaler.

Musea moeten niet zozeer een kleine elite en toeristen bedienen, maar hun financiering rechtvaardigen door te laten zien dat ze invloed hebben op zoveel mogelijk mensen. En het is des te beter als musea dit doen in het kader van een nationale politiek en strategie dan willekeurig en ad hoc.

Gelukkig ziet het ernaar uit dat het Britse ministerie van Cultuur, Media en Sport binnenkort een nationale museumstrategie zal ontwikkelen. Ik ben ervan overtuigd dat dit op den duur in het belang van musea en publiek zal zijn. Het is belangrijk om te beseffen dat de Britse museumsector eensgezind om dit initiatief heeft gevraagd, in het vertrouwen dat musea echt waardevol zijn en dat overheidstoezicht eerder gewenst dan gevreesd zou moeten worden.

Dit volgt na een periode van modernisering van musea die heeft geleid tot veel 'social inclusion' om een nieuw publiek op te bouwen, zonder enig nadeel voor de musea of hun collecties. De Britse musea zijn niet in themaparken veranderd doordat ze hun houding hebben gemoderniseerd, en ik zie niet in waarom dit in Nederland als een bedreiging zou moeten worden afgeschilderd.

Ik ben dan ook jaloers op mijn Nederlandse museumcollega's, omdat de Nederlandse overheid baanbrekend werk verricht. Ik weet zeker dat musea slim genoeg zijn om hun zaak welsprekend te bepleiten en tegelijkertijd de sociale en politieke uitdaging aan te gaan die Van der Laan geheel terecht voor hen opwerpt. De Nederlandse musea moeten achter dit initiatief gaan staan. Het kon wel eens het beste zijn dat hun ooit is overkomen.

David Fleming is sinds 2001 directeur van de National Museums Liverpool. Hij werkt al 25 jaar in Britse musea. Hij was voorzitter van de Britse museumvereniging en is nu voorzitter van de internationale commissie (Intercom) van de internationale museumorganisatie ICOM.