In dienst van de Kamer

De Tweede Kamer heeft sinds een jaar haar eigen economische adviseurs. Die sparen de Kamer ook niet. Sommige plannen zijn 'populistische nonsens'.

500 Eurobiljet

Dwars denken. Onderwerpen agenderen, ongeacht politieke haalbaarheid. Herhaling van verkeerd beleid voorkomen. Heilige huisjes omver kegelen.

De leden van de Raad van economisch adviseurs van de Tweede Kamer doen het niet voor minder. Zij willen de economische discussie in Nederland lostrekken uit de sfeer van Haagse haalbaarheid. Nederland was een vetoland, zegt voorzitter Willem Buiter. 'Door ons optreden is er meer bespreekbaar.' Hij somt de onderwerpen op die de raad aan de orde heeft gesteld, zoals de hypotheekrenteaftrek, de vlaktaks, de radicale deregulering, de afschaffing van de ministeries van Landbouw en Economische Zaken.

Aan dolle ideeën eveneens geen gebrek, zoals de afschaffing van de bankbiljetten van 200 en 500 euro om witwassen en belastingontduiking tegen te gaan. 'De meest effectieve maatregel', zegt Buiter. Alleen criminelen gebruiken volgens hem biljetten van 500 euro. Als deze bankbiljetten worden afgeschaft, wordt het voor witwassers en belastingontduikers stukken moeilijker om geld contant te vervoeren. 'Het briefje van 500 euro is een subsidie van de Europese Centrale Bank aan criminelen', zegt Buiter.

De leden zijn geen onderdeel van het Haagse politieke en economische establishment en kunnen onafhankelijke meningen verkondigen, zegt het lid Sylvester Eijffinger. 'Wij 'polderen' niet. Het enige dat we kunnen beschadigen is onze eigen reputatie', zegt hij. Het lid Kees Koedijk vult aan: 'We proberen de structuur van de economie ter discussie te stellen, niet wat politiek haalbaar is.' Willem Buiter: 'Wat politiek haalbaar is, weten politici beter dan wij.'

Rode draad in de adviezen van de raad zijn verbetering van de marktwerking en bestrijding van de regelgeving. Regelgeving leidt tot verstarring van de economie. Nederland, aldus Koedijk, kent op het ogenblik twee tot drie keer zoveel regels als 25 jaar geleden. Die regels komen niet zozeer uit Brussel, wat misschien menigeen denkt, maar uit Den Haag. Regelgeving produceert regelgeving. 'Je moet proberen die regelproductie stil te leggen', zegt Koedijk. Regels komen voort uit juridisch denken en versterken de status quo. Economen kijken naar de kosten en baten van regelgeving. 'Dan blijkt dat regels de marktwerking belemmeren.'

Toch zal het doel van het kabinet om de regelgeving voor het bedrijfsleven met een kwart terug te dringen, helaas niet worden gehaald, verwacht Eijffinger. Hij stelt voor om 'paardenmiddelen te gebruiken' zoals een sunset clause: bij de invoering van iedere nieuwe regel moet vastgelegd worden hoe lang deze van kracht is en wanneer hij vervalt.

De drie economen hebben meer kritiek. Zoals op het kabinetsbeleid om het financieringstekort zo snel mogelijk te verminderen - en te laten omslaan in een overschot. 'Je moet kijken naar het rendement op de investeringen van de overheid', zegt Buiter. 'Je moet vastleggen wat op de lange termijn zin heeft en op de korte termijn gefinancierd kan worden.' Daarvoor mag de overheid wat hem betreft best lenen. Als de overheid het geleende geld investeert in activiteiten die een hoger rendement geven dan de kosten van de rente op staatsleningen, dan is het lenen de moeite waard.

Eijffinger: 'De Fes-gelden [geld van het Fonds voor economische structuurversterking, dat gevoed wordt door de aardgasbaten voor de staat en inmiddels 5,5 miljard euro bevat, red.] klotsen de badkuip uit. Moet je dat geld gebruiken om de staatsschuld af te lossen en een overschot op de begroting te bereiken? Je kunt het beter investeren in kennis en onderwijs.' Het zal twintig jaar kosten, meent Eijffinger, om de gevolgen te herstellen van de klappen die het onderwijs de afgelopen decennia in Nederland heeft opgelopen.

De economen zijn ook tegen het gebruik van aardgasmeevallers om de koopkracht op peil te houden, zoals de linkervleugel van de Tweede Kamer wil. 'Je moet de hoge energieprijzen niet compenseren. Politici die armoede koppelen aan één bepaald ding dat in prijs is gestegen, verkondigen populistische nonsens. Je moet niet iets aan de energieprijzen doen, maar aan de armoede', zegt Buiter.

Hij noemt het overigens triest dat in Nederland pas nagedacht wordt over extra geld voor publieke investeringen als er meevallers bij de gasbaten zijn. Overheidsinvesteringen zijn altijd noodzakelijk, en moeten niet afhankelijk worden gemaakt van meevallers. Maar dan moeten meevallers niet worden uitgegeven aan verbetering van de koopkracht. Buiter: 'Kijk, zo'n opvatting illustreert onze meerwaarde. Een pleidooi om geen extra geld voor consumptieve uitgaven te bestemmen, maar voor investeringen.'