Grote zelfcontrole bij Tourette

Tegen de verwachting in hebben mensen met het syndroom van Gilles de la Tourette een grotere bewuste controle over hun handelen dan mensen zonder dat syndroom. Dit blijkt uit een experiment met negen jonge lijders (tussen 9 en 16 jaar oud) aan dit syndroom. Belangrijkste kenmerken van Gilles de la Tourette zijn juist ongecontroleerde kreten, bewegingen en grimassen.

Het experiment wijst erop dat het syndroom niet uit cognitieve defecten (in de frontale cortex) voortkomt, maar in diepere emotiegebieden van het brein ontstaat. Het onderzoek door Britse psychiaters wordt vandaag gepubliceerd in Current Biology.

De onverwachte uitkomst is goed verklaarbaar. Tourette-lijders hebben waarschijnlijk dezelfde mogelijkheden om hun acties te remmen als anderen. Maar omdat ze vanaf hun vroegste jeugd lijden onder hun onverwachte kreten en acties, zijn ze kennelijk bijzonder goed getraind hun gedrag onder controle te houden. Waar het gevaar het grootst is, zijn de dijken het hoogst.

De jongeren - meest jongens - leden aan vocale tics als nadrukkelijk keelschrapen, coprolalie (het uitroepen van allerlei anale termen), snuiven, napraten. De meesten knipperden extreem met hun oogleden, een enkeling trok plotselinge grimassen.

Het experiment waaraan de negen, samen met een controlegroep van 'gewone' leeftijdsgenoten, werden onderworpen, was simpel maar effectief en vereiste geen kennis of vaardigheden vooraf. Op een computerscherm verscheen een vierkant links (of rechts). Aanvankelijk kregen de proefpersonen eerst opdracht om naar het vierkantje te kijken, daarna moesten ze juist naar de andere kant van het scherm kijken. Dat laatste is moeilijker, maar in beide reeksen gaven de prestaties geen verschil te zien tussen kinderen met Tourette of zonder.

Vervolgens wisselden beide opdrachten (herkenbaar aan een groene of rode rand op het scherm) elkaar snel af. Dat vereist een klassiek zware cognitieve controle omdat de mens de neiging heeft in het oude stramien door te gaan (zoals vereeuwigd in het kindergrapje: 'ork ork ork, soep eet je met een .?').

Tot verrassing van de onderzoekers scoorden de Tourette-lijders juist op deze wisselopdracht veel beter: minder fouten en snellere actie. Eindelijk werd hun zo miskende maar o zo grote zelfbeheersing aan de oppervlakte gebracht.