Flip en Neus

In Het Parool las ik dat Cor van Hout een van de vijfentwintig slachtoffers van Willem Holleeder is, althans volgens de ook vermoorde vastgoedmagnaat Willem Endstra. Onmiddellijk kreeg ik de onbedwingbare behoefte om De ontvoering van Alfred Heineken te herlezen, het boek dat misdaadverslaggever Peter R. de Vries in 1987 in nauwe samenwerking met zijn vriend Van Hout schreef.

Het laat zich nog altijd lezen als een reuze spannend jongensboek, een aflevering uit de fameuze, naoorlogse Bob Evers-serie van Willy van der Heide. Van Hout heeft op de cover dezelfde bolle kop als Arie Roos, de held uit die serie, en de ontvoerders praten ook in dat toffe jongensboekentaaltje met elkaar.

Van Hout en Holleeder hadden, net als de jongens bij Van der Heide, liefkozende bijnamen voor elkaar (Van Hout was 'Flip', Holleeder 'Neus') en ook zij waren uiteraard onafscheidelijk. Hun humeur (en humor) was niet kapot te krijgen. Over hun gedwongen terugkeer na drie jaar als arrestant naar Nederland vertelt Van Hout: 'Na ruim een uur vliegen zag ik zowaar de Euromast van Rotterdam. Ik wees er naar en brulde boven de motoren uit tegen Willem: 'Nog effe Neus... en we zijn thuis.' Willem grinnikte en grapte terug: 'Ja nog effe... een jaar of twaalf waarschijnlijk'. Ondanks alles bleven we lachen. En waarom ook niet?'

Het wordt nu echt een feest van herkenning. Ik doe een snelle greep in mijn vergeelde Bob Evers-boeken en lees op het einde van Een overval in de lucht: 'Jan begon bulderend te lachen en hoe harder hij lachte, hoe nijdiger en hoe bezorgder Arie keek. Toen Jan was uitgelachen, was het vliegtuig tweeduizend meter hoog, en nog steeds klimmende, op weg naar Londen...'

Blijven lachen, ja, waarom ook niet.

Van Hout en Holleeder, Flip en Neus dus, ze leken een band voor het leven te hebben. Toen ze Heineken bovenaan hun kidnaplijstje hadden gezet, herinnerden ze zich op hetzelfde moment ('als dat geen telepathie is') dat ze als jongetjes de auto van Heineken in de Heinekengarage aan de Ruysdaelkade bewonderd hadden. 'Ja, weet je nog Cor...', zei Willem, 'hoe we als kleine jongens achter het stuur van zijn Mercedes zaten?'

Je hoort de stemmen van deze grote, harde mannen opeens week worden. Des te navranter is het contrast met een detail uit het proces-verbaal van de politie in Het Parool. Holleeder zou na de moord op Van Hout ook diens kinderen hebben willen laten ombrengen, 'om te voorkomen dat ze later hun vader zouden wreken. Die reflex had Holleeder wel vaker, bij andere slachtoffers.'

Ruwe bolsters, tamelijk blanke pit, zó treden Van Hout en Holleeder ons uit De ontvoering van Alfred Heineken tegemoet. In het nawoord constateerde advocaat mr. Max Moszkowicz sr. over zijn cliënt Van Hout 'dat iemand die een misse daad heeft gepleegd, in wezen niet slecht, geen crimineel hoeft te zijn. De auteur van dit boek heeft dat begrepen.'

Het gevoel voor humor van Flip en Neus inmiddels kennende, plus hun verdere loopbaan in de misdaad, mag ik aannemen dat zij deze empathische woorden destijds bulderend van het lachen hebben gelezen.