'Viva Cuba!'

Cuba? Wie begint er nou nog over Cuba?

Pax Christi deed het zaterdagmiddag op de Dam, en het was een goed idee, ook al kwamen er weinig mensen op af, want het was bijtend koud, de warme winkels lonkten, er was elders in Amsterdam een andere demonstratie, en ja, Cuba, wie begint er nou nog over Cuba?

Pax Christi Nederland voert campagne om de censuur op Cuba te doorbreken. Voor vijftien euro kun je Pax Christi machtigen om een Spaanstalig boek naar de clandestiene bibliotheken van Cuba te sturen (www.boekenvoorcuba.nl).

In een tentje op de Dam hielden schrijvers, journalisten en politici als Max van den Berg, Boris Dittrich, René Appel en Freek de Jonge kernachtige toespraken. Het werd een nogal weemoedig middagje, want de echo van verwoeste idealen klonk bij sommigen navrant door. Freek de Jonge was er het scherpst in. 'Castro, held van mijn jeugd', zei hij bitter aan het begin van zijn aanklacht. 'Fidel, de naam wordt hier alleen nog aan een hond gegeven in ruil voor trouw (...) Fidel Castro, ontrouwe hond, je hebt de wereld het geloof in de revolutie ontnomen, je hebt mijn idealen belachelijk gemaakt, je naam kan gevoegd worden bij die van de grootste schoften van de geschiedenis.'

Ondertussen begaf een oude, grijze man zich tussen de toehoorders met een stapeltje pro-Castro-folders. 'Freek de Jonge moet een schop onder zijn kont krijgen', zei hij. 'Ik heb hem een folder aangeboden en hij wilde hem niet eens aannemen.' Hij vond dat Freek zich had uitgeleverd aan de Amerikaanse propagandamachine en haar agenten.

Ik heb een poosje met hem gepraat. Hij heette Joop Zwart en was een 77-jarige katholieke geestelijke uit de orde der karmelieten, een contemplatief gezelschap. Hij had lang in een klooster gezeten, maar woonde nu 'op zichzelf'. Een welbespraakte, bereisde, zachtzinnig ogende man. Vriendelijk hoorde hij alle kritische vragen aan. Vriendelijk, maar onvermurwbaar.

Elke lastige vraag boog hij onmiddellijk in een aanval op de Verenigde Staten om. Gevangen dissidenten op Cuba? Ach welnee, allemaal betaalde agenten van de CIA, er alleen maar op uit Cuba te ontwrichten. Armoede op Cuba? Dat kwam door de Amerikaanse blokkade. Geen vrijheid van meningsuiting? Geen enkel land duldt destabilisatie, gecoördineerd vanuit het buitenland.

Ik dacht dat het stalinisme bij ons dood was, maar het stond hier opeens weer in levenden lijve voor me, beleefder en geduldiger dan het ooit was geweest. Gelooft u nog in het communisme, vroeg ik hem. Ik noem me liever socialist, zei hij. Hij praatte maar door terwijl de sprekers in de tent zich uitsloofden.

'U luistert niet eens naar ze', zei ik.

'Waarom zou ik?' zei hij, 'ik weet toch precies wat ze zullen zeggen.'

Hij was niet helemáál alleen. Af en toe kwam er een grijze, gestaalde kameraad langs om hem een hart onder de riem te steken. En er was de fietser, de woedende fietser. Hij fietste hard naar de rand van het plein, stopte bruusk, schreeuwde 'Viva Cuba!', balde zijn vuist naar de bühne - en ging er weer als een haas vandoor. Oók een man op leeftijd die besloten had dat hij zijn idealen in zijn graf zou meenemen.