Schandaal om geld voor Labour dijt uit

De Britse premier Tony Blair heeft niet alleen de penningmeester van zijn eigen Labour-partij, maar ook de voltallige partijtop gepasseerd bij het afsluiten van een reeks geheime leningen aan de partij in de aanloop naar verkiezingen van vorig jaar. In ruil voor hun leningen, zo kregen de geldschieters te horen, zou Blair hen voordragen voor een adellijke titel en een zetel in het Hogerhuis.

Afgelopen weekeinde werd duidelijk dat de schaal van de leningen aanmerkelijk groter is dan aanvankelijk gedacht. De geheime geldschieters verschaften Labour niet 4,5 miljoen pond, zoals eerder was bericht, maar 14 miljoen pond (21 miljoen euro). Op verzoek van Blair en zijn medewerkers deden ze dat in de vorm van leningen. Die hoefden niet openbaar te worden gemaakt en zo zou alles in stilte kunnen worden afgewikkeld. In theorie zouden de leningen worden terugbetaald, maar de mogelijkheid was opengelaten om er later alsnog een gift van te maken.

Dagblad The Times meldde vanmorgen dat Blair ook de speciale partijcommissie voor fondsenwerving niet had ingelicht over de leningen. Deze werden in alle vertrouwelijkheid gearrangeerd door Lord Levy, een rijke vriend van Blair, en Matt Carter, een voormalige secretaris-generaal van de Labour-partij.

Tot de verstrekkers van de leningen behoorden de onroerend goedmagnaat David Gerrard en Chai Patel, de eigenaar van reeks particuliere klinieken. Een commissie van toezicht van het Hogerhuis heeft inmiddels de voordracht van vier grote geldschieters voor een zetel in het House of Lords afgewezen.

The Times had zaterdag al onthuld dat ook de Conservatieve Partij zich ruimschoots van geheime leningen heeft bediend. In totaal hadden de Tories voor de vorige verkiezingen langs deze weg volgens de krant 20 miljoen pond (30 miljoen euro) weten te werven. Mede hierom heeft de Conservatieve oppositie Blair niet al te hard aangevallen. Ondertussen zwelt in de Britse media de roep om het aftreden van Blair aan.