Oubollig

Vorige week gebruikte ik hier het woord oubollig in de betekenis 'kneuterig, ouderwets, achterhaald, niet meer van deze tijd'. Diverse lezers wezen mij erop dat die betekenis ontbreekt in de Grote Van Dale. Zij hebben gelijk. Van Dale kent het woord in drie betekenissen: 1. 'koddig, komiek, zonderling'; 2. 'min of meer ruw-komisch' en 3. 'opzettelijk komisch en daardoor juist flauw'.

Curieus! Zelf gebruik ik oubollig al decennia voor 'ouderwets' of 'kneuterig', en je kunt makkelijk aantonen dat het tegenwoordig meestal zo wordt gebruikt, maar kennelijk is die betekenis betrekkelijk jong.

Bij nader inzien blijkt oubollig een lange geschiedenis te hebben. Het is voor het eerst opgetekend in 1573, en volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal werd het van de zestiende tot de achttiende eeuw veel gebruikt. Maar, schreef dit wetenschappelijke woordenboek in 1906, 'thans is het verouderd'.

Nou nee dus! Ook de betekenisontwikkeling van oubollig is opmerkelijk. Waarschijnlijk gaat het terug op het Middelnederlandse abolge, dat 'verbolgenheid, toorn' betekent. Vervolgens is het, met betrekking tot personen én zaken, gebruikt voor onder meer: lastig, eigenzinnig, niets ontziend; mal, onverstandig, dwaas; wonderlijk, vreemd, eigenaardig; raar, onbehoorlijk, grappig; kluchtig, koddig om te zien of te horen; vreemd of op een wonderlijke wijze. Ergens is zelfs sprake van 'oubollige muziek', waarmee werd bedoeld dat die 'vals' klonk.

Of ronduit pet oubollig is of niet - daarover bleken de meningen verdeeld (zie voor de vele reacties www.nrc.nl/woordhoek). Fraai is dat met deze discussie de uitdrukking pet met een rietje boven water is gekomen; ik kende alleen knudde met een rietje. En treurig is dat een onderwijzer op een basisschool moest vaststellen 'dat veel jonge kinderen geen alternatief meer weten voor grove krachttermen'. Hij is nu een Klein woordenboek van oorbare krachttermen aan het aanleggen, en vraagt uw medewerking. Met enige oubolligheid vroeg ik mij echter af: zouden er nog veel jongeren bestaan die het verschil weten tussen oorbaar en hoorbaar?

gevoelsleeftijd. Altijd gedacht dat je ieder jaar een jaar ouder wordt - van nul tot je dood. Maar bij mij is dat anders gegaan: ik heb 46 overgeslagen. Na mijn 45ste moet ik de tel zijn kwijtgeraakt. Bijna mijn hele 46ste levensjaar heb ik gedacht, en een paar keer gezegd, dat ik 47 was. Toen ik erachter kwam dat ik mij had vergist, was het te laat: mijn biologische klok stond al op 47. Een prima leeftijd, die ik dus twee jaar achter elkaar heb mogen meemaken.

Mijn puberkinderen vinden dit een volkomen onbegrijpelijke vergissing - zij zijn zich doorlopend bewust van hun leeftijd. Nog een jaar dan mogen ze dit, nog twee jaar dan mogen ze dat, en 18 of 21, wow!, dan ben je écht volwassen, dan mág en kun je alles wat je hartje begeert.

Wie twee jaar lang 47 is, leeft een gevoelsleeftijd. Pubers die ervan dromen om ouder te zijn, denken te weten hoe dat voelt. Van ouderen hoor je vaak dat zij hun innerlijke leeftijd heel anders ervaren dan die van hun lichaam. Ik heb veel mannen horen beweren dat zij zich, deep down, nog altijd vijftien voelen. Bij vrouwen ligt die leeftijd doorgaans hoger, ik hoor vaak getallen tussen de 28 en 36.

Tot je dood toe vijftien, eeuwig 28-36, in je puberdromen 18-21, twee jaar achtereen 47 - ik heb altijd gedacht dat je ieder jaar een jaar ouder wordt, maar in feite is dat volgens mij slechts zelden het geval.

Reacties naar sanders@nrc.nl