Links moet een vuist vormen

Nu de kiezers bij de gemeenteraadsverkiezingen een zo duidelijk signaal hebben afgegeven, zou het jammer zijn wanneer progressieve politici dat niet beantwoorden, menen Adri Duivesteijn en Diederik Samsom.

Bijna vier jaar geleden keerde het CDA op wonderbaarlijke wijze terug in het centrum van de Nederlandse politiek. Na de val van het eerste kabinet-Balkenende en de daarop volgende verkiezingen in 2003 gebeurde wat niemand voor mogelijk had gehouden: de PvdA met Wouter Bos keerde met 42 zetels ook terug in het hart van de politiek. Een kabinet van CDA en PvdA lag voor de hand ware het niet dat de taak die de christen-democraten zichzelf hadden gesteld, een fundamentele hervorming van de samenleving, haaks stond op sociaal-democratische waarden. De VVD en - tot veler verbazing - D66 sloten zich hier bij aan.

Alles moest anders. Traditionele overheidstaken moesten onderhevig worden gemaakt aan de zuiverende werking van - door vraag en aanbod bepaalde - markt. Burgers moesten de 'werkelijke' prijs betalen. Zij die deze ratrace niet kunnen bijbenen kunnen bij de overheid terecht voor haar 'toeslagen'. Inmiddels leven wij in een toeslagenmaatschappij waarin maar liefst zes miljoen mensen via de overheid afhankelijk zijn gemaakt van de toeslagen voor huur, zorg en kinderopvang. En er zijn nog veel meer toeslagen in voorbereiding.

Daarmee is de caritas weer terug in onze samenleving. Dit keer niet door de kerk maar door de overheid georganiseerd. Het zijn stelselwijzigingen die primair ideologisch zijn geïnspireerd.

Het CDA kon zijn idealen voor elkaar krijgen door in 2003 bewust te kiezen voor rechts. Volgens de partij-ideoloog op de achtergrond, Hans Hillen, is er in de politiek ruimte voor de dominee en de koopman. Het CDA claimt de positie van dominee voor zichzelf en was bang dat het in een coalitie met de PvdA juist in de positie van de koopman zou worden gedrongen. Deze rol wijst het, om electorale redenen, liever aan de VVD toe.

En zo koos het CDA voor een waterscheiding tussen rechts en links, tussen conservatief en progressief. En daarmee nam het afscheid van een typische Nederlandse cultuur waarin juist vanuit het streven naar consensus werd geregeerd. Het poldermodel werd door het CDA in de ban gedaan. Een rechtse lente was begonnen en omarmde het vroegere 'linkse' polarisatiemodel. Duidelijkheid stond voorop, er moesten keuzen worden gemaakt.

Hoe vervelend is deze waterscheiding eigenlijk? Hoewel wij ons ergeren aan de politieke cultuur van de afgelopen jaren, is de politiek wel degelijk duidelijker geworden.

De kiezer weet waar rechts voor staat en zal het niet meer dan natuurlijk vinden dat zich tegenover dit rechts blok een sociaal alternatief ontwikkelt in de vorm van samenwerking tussen de progressieve partijen. Dit alternatief steekt hier en daar inderdaad, nog schuchter, zijn kop op. Verschillende opiniemakers vinden in deze eerste tekenen van progressieve toenadering een aanleiding om de oude vertrouwde schrikbeelden van een links kabinet op te roepen.

Echter, nu de kiezers bij de gemeenteraadsverkiezingen zo'n duidelijk signaal hebben afgegeven zou het jammer zijn wanneer progressieve politici dat niet beantwoorden. Hoed u voor de weg terug naar de politiek van de pacificatie, voor het opnieuw gaan polderen. Draagvlak is belangrijk maar kan ook op een andere wijze tot stand komen dan via een breed college. Overal waar progressieve samenwerking, gebaseerd op inhoud, op vertrouwen, op bestuurskracht en op voldoende zetels, mogelijk is moet zij overwogen worden.

PvdA, GroenLinks en de SP vertegenwoordigen het hele spectrum van progressieve standpunten, van pragmatisch tot dogmatisch. Juist in een samenwerking kan een redelijke - inhoudelijke - progressieve middenweg worden geformuleerd, als alternatief voor het conservatief-liberale verbond van Balkenende.

Een alternatief is mogelijk van partijen die naast de markt, ook aan de overheid een belangrijke plaats toewijzen. Een coalitie die geen steun aan illegale oorlogen verleent, maar wel aan internationaal goedgekeurde vredesmissies. Een kabinet dat niet alleen in beton maar ook in groen denkt, niet alleen de files bestrijdt met asfalt, maar ook met goed openbaar vervoer.

De les van de afgelopen jaren is dat een polariserend beleid waarin discriminatie, generalisaties en stigmatisering aan de orde van de dag zijn, niet loont.

Progressieve colleges zoals in Nijmegen, waar de drie linkse partijen laten zien dat zij in staat zijn hun dogma's te begraven en op basis van een praktisch idealisme een beleid te voeren dat geen burgers uitsluit, bewijzen dat progressief Nederland de kiezer een aantrekkelijk alternatief kan bieden. Ook op landelijk niveau kan straks gelden: 'progressief of conservatief, that's the question'.

Nieuwscollege

Adri Duivesteijn geeft morgen het nieuwscollege 'Polderen of polariseren. Omwentelingen in de bestuurscultuur', dat NRC Handelsblad met de Universiteit Leiden/Campus Den Haag organiseert. Co-referent is Frank de Grave (VVD). Lange Houtstraat 5, Den Haag, 17u. Toegang gratis.

Adri Duivesteijn en Diederik Samsom zijn lid van de Tweede Kamer en maken deel uit van de fractie van de PvdA.