Klanten V/d Hoop stellen DNB aansprakelijk

Tweehonderd gedupeerde rekeninghouders van de failliete bank Van der Hoop, verenigd in de stichting Hoop-verlies, willen De Nederlandsche Bank (DNB) aansprakelijk stellen voor het faillissement van de bank.

Volgens advocaat Willem Jan van Andel, die de stichting vertegenwoordigt, ligt het 'in de rede' dat DNB de schade voor de klanten compenseert in het geval zij niet voldoende krijgen uitgekeerd uit de failliete boedel. Uit de rapportage van de curatoren van afgelopen vrijdag blijkt dat de omvang van de vorderingen de waarde van de bezittingen in de failliete boedel met ruim 150 miljoen overtreft.

Van Andel vindt in het verslag van de curatoren 'voldoende aanwijzingen' om te stellen dat de rol van de centrale bank in het faillissement 'er niet goed uitziet'. DNB hield in de laatste maanden voor het faillissement half december werd uitgesproken, dagelijks toezicht op Van der Hoop. In die periode werd een groot aantal nieuwe spaarders gelokt 'met ongezond hoge rentetarieven, nota bene aangeprezen door de Consumentenbond'. Die klanten zijn volgens Van Andel vooral gebruikt om een noodkrediet bij andere banken van miljoenen euro's af te lossen. 'Veel rekeninghouders die vorig jaar klant werden, voelen zich misleid.'

Ook vindt de advocaat dat DNB de financiële situatie bij Van der Hoop kort voor het faillissement rooskleuriger voorstelde dan het geval was. De Nederlandsche Bank constateerde in november dat er sprake was van verbetering bij Van der Hoop, en dat de bank nog op 9 december voldeed aan de solvabiliteitseisen. Uit het curatorenverslag blijkt volgens Van Andel dat het eigen vermogen eind november 'slechts een luttele' 7,9 miljoen euro bedroeg, op een balanstotaal van 288 miljoen. 'Zelfs dat bedrag lijkt nog geflatteerd, omdat de bank ten onrechte een paar noodzakelijke voorzieningen niet heeft getroffen.'

De stichting Hoop-verlies heeft inmiddels over de kwestie een gesprek gevoerd met De Nederlandsche Bank, maar daar is volgens Van Andel niets uitgekomen. Een verzoek om vervolgens met DNB-president Nout Wellink te overleggen is afgewezen. De centrale bank achtte dat 'niet opportuun'.