Jong en behoudzuchtig

Frankrijk demonstreerde zaterdag voor behoud, bescherming en bestaanszekerheid. Wat een verschil met de studentenopstand van 1968, waarmee deze protesten en rellen ten onrechte wel vergeleken zijn. Toen waren het de zonen en dochters die met gevoel voor de tijdgeest revolteerden tegen de verkalkte generatie van hun ouders, door wie ze kort werden gehouden; thuis en aan de universiteit. Nu proberen behoudzuchtige jongeren - onder hen veel studenten - de verworvenheden van de verzorgingsstaat veilig te stellen.

Ze strijden voor een zaak waarvan ze veronderstelden dat die eeuwigheidswaarde had: het sociale vangnet. Op hun pad vinden ze de regering van premier Dominique de Villepin, die de massademonstraties en het taaie verzet tegen zijn hervormingsplannen nog maar moet zien te overleven. Afgelopen zaterdag waren vele honderdduizenden betogers in de grote Franse steden op de been. Of het er nu meer of minder waren dan de anderhalf miljoen op basis waarvan Villepin bereid zou zijn zijn plannen (deels) in te trekken, doet niet terzake. Het waren er veel. En hun acties escaleerden wederom, zoals in Parijs, waar een protestmars eindigde in gevechten met de politie. Gevolg: gewonden onder betogers en ordehandhavers. Dit schept grote politieke dynamiek, zeker nu de peilingen voor premier De Villepin ongunstig uitpakken. De traditioneel kwetsbare positie van de eerste minister in Frankrijk is weer eens in het geding. Als Villepin hier zonder kleerscheuren vanaf komt, kan hij het presidentschap aan.

De inzet van de sociale onrust is een zaak die heel West-Europa aangaat: de mooie maar te dure en inflexibele arrangementen van de verzorgingsstaat. In Frankrijk spitst het conflict zich toe op het ontslagrecht voor jongeren. De regering heeft een arbeidscontract ontworpen (het zogeheten Contrat première embauche, afgekort CPE; inmiddels een vloek in heel Frankrijk) dat het voor werkgevers mogelijk maakt werknemers onder de 26 jaar gedurende een proeftijd van twee jaar zonder opgaaf van reden te ontslaan. Dit vergemakkelijkt het professionele leven van de patrons, die zich tot voor kort gebonden wisten aan onwrikbaar arbeidsrecht. Eenmaal in vaste dienst betekende doorgaans een baan voor het leven. Hoe jong de werknemer ook was. En hoe goed of slecht zijn bedrijf ook draaide. In een flexibele economie staat dit de groei in de weg. Ondernemingen moeten kunnen reorganiseren als dat noodzakelijk is. Soepeler ontslagrecht is daartoe een voorwaarde. Op termijn zal dit onderdeel van Villepins harde maar noodzakelijke beleid banen scheppen voor de talloze jeugdige werklozen.

Frankrijk zal net als de rest van West-Europa zijn verzorgingsstaat moeten saneren als het internationaal wil kunnen concurreren. Maar dat jongeren hier het eerst en het zwaarst voor moeten betalen, is onrechtvaardig. Ze zijn als nieuwkomers op de arbeidsmarkt een gemakkelijke prooi. Veel Franse jongeren hébben tegenwoordig al - net als in Nederland - een tijdelijk arbeidscontract zonder veel rechten. Laat Villepin eveneens de ouderen aanpakken. Ook voor hen zou een langere proeftijd moeten gelden. Ze blijven nu buiten schot, maar profiteren net zo goed van CAO's die ontslag moeilijk maken en de werkweek gemakkelijk kort houden.