Irak na drie jaar: islamitisch Puerto Rico?

De wrok van Irakezen jegens het wrede Ba'ath-regime, en het recente, Amerikaanse experiment met design-democratie zal niet snel wegebben, meent Rami G. Khouri. Waar dit op uitloopt is volgens hem onduidelijk.

Drie jaar geleden begon de oorlog tegen Irak, de oorlog die een einde maakte aan het Ba'ath-regime. Het is niet verwonderlijk dat op de meeste essentiële punten de toekomst van het land nog in duister is gehuld.

Blijft Irak één land? Krijgt het echte soevereiniteit, of blijft het officieus een soort islamitisch Puerto Rico, een nieuw Amerikaans langeafstandsprotectoraat? Zal Irak weldra, onder een wettige nationale regering, in veiligheid en stabiliteit leven? Wat zullen de gevolgen van het geweld in Irak zijn voor andere brandende regionale kwesties?

Naar het voorbeeld van Washington is men dezer dagen hoofdzakelijk geneigd Irak te beoordelen vanuit drie gezichtspunten, die geen van drieën van grote betekenis zijn. Tegelijkertijd wordt aan de drie werkelijk historisch belangrijke kwesties in dezen weinig aandacht geschonken, en worden deze in de Verenigde Staten en in de westerse wereld vrijwel nooit publiekelijk aan de orde gesteld.

Het eerste perspectief waarin de wereld over Irak spreekt is dat van een ophanden zijnde terugtrekking van de Amerikanen. Dat is irrelevant, juist omdat die terugtrekking, die op dit moment voor zowel de Amerikanen als de Irakezen hoogst wenselijk is, ophanden is.

Precies zoals het dertig jaar geleden in Vietnam is gegaan, zullen de Verenigde Staten zich vooral terugtrekken op grond van hun eigen binnenlands-politieke overwegingen, terwijl de werkelijke toestand en vooruitzichten ter plaatse in Irak van ondergeschikte betekenis zijn. Amerika, en niet Irak, is immers de oorlog begonnen, en dus beslist Amerika wanneer zijn taak is volbracht, of volkomen uitzichtloos is, en dus wanneer het tijd is om te vertrekken.

Het tweede perspectief is dat van de bekwaamheid en de doeltreffende inzet van het nieuwe Iraakse leger en de binnenlandse veiligheidstroepen. Dit is door president Bush aangewezen als de lakmoesproef en het criterium voor de terugtrekking van de Amerikanen. Vakkundige Amerikaanse kolonels ter plaatse zullen dus stoer en vol zelfvertrouwen tekenen voor de bekwaamheid van de Iraakse strijdkrachten, precies zoals Amerikaanse generaals dat hebben gedaan in Zuid-Vietnam. Dat is een uitgemaakte zaak.

Het derde perspectief is dat van de door Amerika uitgeroepen 'wereldwijde oorlog tegen het terrorisme' - een in wezen deugdelijk idee, dat echter volkomen overhoop is gegooid door de gevolgen van de door Amerika verordineerde oorlog in Irak. Het terrorisme sticht nog steeds in grote delen van de wereld verwarring en onheil, vooral onder de pro-Amerikaanse Arabische bondgenoten in het Midden-Oosten, grotendeels als gevolg van de onbedoelde gevolgen van de oorlog in Irak. Dat land is thans de belangrijkste motiverende factor, het belangrijkste opleidingsgebied en het belangrijkste operationele centrum voor terroristen à la Al-Qaeda, en voor de over de hele wereld verbreide anti-Amerikaanse politieke voedingsbodem waarop het terrorisme zo goed gedijt.

De westerse media zullen in deze dagen en weken veel aandacht schenken aan de verbeterde bestrijdingstactieken tegen rebellen, die meer en meer door Iraakse troepen worden gehanteerd en die tekenen zijn van een verbeterde veiligheidssituatie, die de weg vrijmaakt voor terugtrekking van de Amerikanen en een stabiel, verenigd, democratisch Irak.

Ik hoop oprecht dat het waar is. Maar ik ben opgegroeid met de realiteit van buitenlandse militaire avonturen en bezettingen in Vietnam, Israël en Palestina, en Libanon, en daarom lijkt enige scepsis me op haar plaats. Wanneer buitenlandse legers van de andere kant van de aardbol of uit een buurland de strijd aanbinden in een vreemd land, reageert de bevolking van het bezette land onvermijdelijk vijandig op de aanwezigheid en het optreden van de buitenlandse troepen die haar besturen.

Irak is alleen maar de meest recente bevestiging van dit universele gegeven. De dubbele wrok van de Irakezen jegens het langdurige, wrede Ba'ath-regime en het meer recente, Amerikaanse experiment met design-democratie zal niet zo snel wegebben, en het valt niet te zeggen waarop een en ander ten slotte gaat uitlopen.

Drie andere Iraakse kwesties kunnen op de middellange en lange termijn van grote, historische betekenis blijken.

De eerste is de broosheid van de moderne Arabische staat. Irak heeft aan het licht gebracht dat de trouw van de bevolking aan stam-, religieuze, etnische en gemeenschapsidentiteiten vaak veel sterker en duurzamer is dan haar besef burgers te zijn van het land Irak. Dat is niet enkel een Iraaks probleem, het is een algemeen Arabisch probleem, waar een groot deel van deze regio mee worstelt, maar dat het duidelijkst aan het licht is getreden in Irak.

De tweede ontwikkeling, die met de eerstgenoemde samenhangt, is de collectieve Arabische dadeloosheid, of onmacht, ten aanzien van de gebeurtenissen in Irak, of, erger nog, de rechtstreekse Arabische rol in het aanwakkeren van het conflict aldaar. Dit voegt aan de toch al treurige realiteit van de kwetsbaarheid en geringe legitimiteit van de afzonderlijke Arabische landen de extra schande toe van de zwakte en onbekwaamheid op het niveau van de Arabische collectiviteit. Het is wreed, en ongebruikelijk, maar de Arabieren zinken weg, zowel ieder afzonderlijk als allen tezamen.

De derde belangrijke kwestie die door de oorlog in Irak in het volle licht is komen te staan, is de wereldwijde inzet van Amerikaanse troepen. Deze kwestie is des te belangrijker omdat het ernaar uitziet dat de Verenigde Staten nog een jaar of wat de enige echte supermacht ter wereld zullen blijven, en omdat hun leider blijft verkondigen dat militair optreden ook in de toekomst niet wordt uitgesloten als middel om politieke doeleinden te realiseren, hetzij in Iran of elders. De meeste landen van de wereld zetten nog altijd grote vraagtekens bij de legitimiteit, gepastheid, doeltreffendheid en gevolgen van Amerikaans militair ingrijpen, vooral wanneer dergelijk militarisme grotendeels unilateraal is, en niet officieel goedgekeurd door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

Irak komt binnen een paar jaar wel op orde en tot rust, maar van de onzekerheid met betrekking tot die andere kwesties valt dat niet te verwachten.

nrc.nl/weblog/wereld: Rumsfeld over Irak/ Waarom Rumsfeld weg moet/ Blog van een Iraakse tandarts

Rami G. Khouri is commentator van 'The Daily Star' (Libanon) © The Daily Star