Huwelijkscrisis met grimmige afloop

Het is verstikkend eenzaam in het huis van een jong echtpaar ergens in Noorwegen. Het pasgeboren kind huilt af en toe smartelijk. De man en vrouw lopen op afgetrapte sloffen. Toonbeeld van verveelde huiselijkheid. In het universum van de Noorse toneelschrijver Jon Fosse (1959) overheersen dodelijke verlatenheid, wanbegrip, verlangen naar geluk.

Regisseur Olivier Provily verbindt zijn naam aan toneelstukken met weinig handeling. Dit minimalisme brengt hem onherroepelijk naar Fosse, die wereldberoemd is met toneelwerk dat zo goed als stilstaat. De nacht zingt zijn eigen lied toont een huwelijkscrisis met grimmige afloop. Hoeveel moeite ik had met het eerdere, zelfgeschreven Fragmenten van Provily, nu bereikt hij grote perfectie. Nanette Edens als de naamloze jonge vrouw vindt in de huiskamer elke dag en avond weer diezelfde, zwijgende man, haar echtgenoot (Erik Whien). Hij leest. Schrijft. Uitgeverijen weigeren zijn manuscripten. Het huilende kind verstoort zijn rust. Hij is onbereikbaar. Toont geen emoties. Toch houdt hij van zijn vrouw.

Een huiveringwekkende scène is het kraambezoek dat zijn ouders brengen. De ouders spreken terloops een schokkend vermoeden uit: dit kind lijkt in niets op hun zoon. Diezelfde avond vertrekt de vrouw naar de stad, waar ze haar nieuwe liefde ontmoet. De man blijft alleen achter in een kamer die leeg is, op een babyportret na. De tijd verstrijkt.

Hachelijk of niet: de voorstelling toont een huwelijksleven zo realistisch vertolkt, dat de tranen aan het slot van Nanette Edens glinsteren als echt. Dat is natuurlijk niet zo. Haar emotionele uitbarsting is noodzakelijk na alle benauwenis. En in haar huilen schuilt een spoor van lachen, alsof ze zich van alles wil bevrijden.

Kester Freriks

Theater

De nacht zingt zijn eigen lied

van Jon Fosse door Het Zuidelijk Toneel. Regie: Olivier Provily.Tournee t/m 20/5. 040-2460656; www.hzt.nl.