'Europa bedrijft te weinig ' hard politics

Nederland heeft een probleem met het Amerika van Bush. En vooral met zijn unilateralisme. Maar de kritiek is voorzichtig.

Als uit onderzoek van de Raad van Europa en het Europees parlement zou blijken dat er wel degelijk illegale CIA-gevangenissen in Europa zijn, of dat er via Europese vliegvelden gevangenen door de Amerikanen worden geschoven naar landen waar zij eventueel gemarteld worden, 'dan vind ik dat wij Amerika daarop moeten aanspreken' - verklaarde de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Bernard Bot, vorige week in de Tweede Kamer. 'De Amerikanen hebben verschillende keren heel uitdrukkelijk iets verklaard. Als dat niet waar is, betekent dit een vertrouwensbreuk tussen Amerika en Europa. Wij praten niet alleen over Nederland, maar ook over Europa'.

Bots uitspraak geeft de stand van de Nederlandse kritiek op de huidige Amerikaanse regering weer: kritisch, maar uiterst voorzichtig. Het Nederland dat de nieuwe Amerikaanse ambassadeur, Arnall, aantreft, heeft een probleem met de Verenigde Staten. Het is niet een exclusief Nederlands probleem: alle traditionele bondgenoten van de VS hebben het moeilijk met de bij de regering van Bush sterk bestaande neiging om vooral unilateraal de Amerikaanse gang te gaan.

Maar het is óók een Nederlands probleem. 'Neem de sterke Nederlandse voorkeur voor de internationale rechtsorde, die zelfs in de Grondwet is verankerd, en de wens om van Den Haag de wereldhoofdstad van de internationale rechtspraak te maken', vindt Clingendael-onderzoeker Peter van Ham. 'Het is wel erg ongemakkelijk, als de VS zich aan zulke multilaterale gedachten niets gelegen willen laten liggen'.

De tweede ambtstermijn van Bush, die begon met beloften dat er meer naar de bondgenoten zou worden geluisterd, heeft daar niet veel in veranderd, zegt Van Ham. 'Als je de zojuist verschenen veiligheidsstrategie van de VS leest, gaat het om de andere pagina over Amerikaans leiderschap. De verwachting is dan dat de bondgenoten zullen volgen. De enige kleine handreiking aan de werkelijkheid is de erkenning dat de Amerikanen niet alles zelf kunnen doen'.

'Het is unilateralisme met een gouden randje', meent buitenlandwoordvoerder Koenders van de PvdA. 'Nederland gedraagt zich ten opzichte van de VS niet als schoothondje', vindt hij, maar het zou wel wat kritischer kunnen dan de lijn-Bot: 'De kritiek die we hebben is te voorzichtig.' Als de Amerikanen, zoals ze zeggen, de bondgenoten nodig hebben dan zou je daar iets voor terug verwachten, in de vorm van invloed of de mogelijkheid om mee het Westerse beleid te bepalen. VVD-buitenlandwoordvoerder Van Baalen is dat met hem eens: 'De VS moeten zich multilateraler opstellen, en de Amerikaanse omgang met de mensenrechten van nu beschadigt Amerika zelf én het Westen.'

Volgens Van Baalen is de Navo het orgaan bij uitstek voor de politieke afstemming tussen de VS en Europa. Dat er tussen beide poten van het Atlantisch bondgenootschap nu zo weinig coördinatie is, kan niet alleen Washington in de schoenen worden geschoven, meent Van Baalen: 'Er wordt aan de Europese kant te weinig hard politics bedreven, bijvoorbeeld in de vorm van bereidheid tot deelname aan militaire acties'. Nederland valt in dat opzicht overigens weinig te verwijten - gezien de inzet van Nederlandse troepen in Irak en straks in Zuid-Afghanistan.

Ook Koenders ziet het ontbreken van een Europese vuist - met name in de diplomatie - als de grote handicap voor de mogelijkheid van een kleiner land als Nederland om tegen de VS in te gaan, als het moet. 'Neem het Midden-Oosten-vredesproces, dat laten we maar een beetje zitten - met af en toe een kanttekening bij het Amerikaanse beleid. Ik vind dat we als Nederland meer aansluiting moeten zoeken bij Europese landen die wél een alternatief beleid willen fomuleren. Het Midden-Oosten en de strijd tegen het terrorisme - als je dat maar laat zitten, dan mis je in je buitenlands beleid de aansluiting bij de grote vraagstukken van deze tijd.'