Een gevaarlijk sprintersbal

Milaan-Sanremo is voor de ene wielerliefhebber de mooiste klassieker die ook nog eens de lente brengt. Voor de ander is La Primavera niets meer dan een verlengde sprintwedstrijd, die niet kan tippen aan de andere wielerklassiekers.

Of het de mooiste is? Daarover zullen de wielerliefhebbers het nooit eens worden. In elk geval is Milaan-Sanremo wel de meest klassieke van alle klassiekers. Aan historische wedstrijden als Luik-Bastenaken-Luik en Parijs-Roubaix en zeker ook aan de jongere Amstel Gold Race (aankomst tegenwoordig op de Cauberg) is heel wat gesleuteld. Vooral om de wedstrijd voor de steeds beter wordende renners selectiever te maken.

La Primavera is in de afgelopen 97 edities veel minder onder handen genomen. Geen wonder dat, net als afgelopen zaterdag, de wedstrijd bijna altijd in een massale aankomst eindigt. Discussies over een extra beklimming zijn er onlangs nog geweest, maar voor koersdirecteur Angelo Zomegnan is het aantal opties beperkt. Milaan en Sanremo liggen nu eenmaal bijna 300 kilometer van elkaar vandaan.

Al twee jaar wordt overwogen de Cipressa - op 24 kilometer van de finish - eruit te halen en de renners over de Faicellea te sturen. Verschil zit niet zozeer in de hoogte of het stijgingspercentage, maar de Faicellea ligt veel dichter bij de Poggio: slechts vier kilometer tussen einde afdaling en begin klim. Dit zou meer kans bieden op ontsnappingen van klimmers, wat de koers volgens de voorstanders meer heroïek zou geven dan nu.

Het is er nog niet van gekomen. De aartsvaders van Milaan-Sanremo zullen het nauwelijks gewijzigde parcours zonder twijfel toejuichen, ook al kan hun stem niet meer worden gehoord.

Al in de zomer van 1906 werd in café Rigolo in Sanremo het idee geboren om met een wielerkoers het toerisme te stimuleren. Een jaar eerder had de Ronde van Lombardije het levenslicht gezien, zoiets kon ook in Sanremo vond Eugenio-Camillo Costamagna, directeur van de sportkrant Gazzetta dello Sport.

Voor de Italianen beloofde de eerste editie in 1907 weinig goeds. Op 14 april gingen dertig Italiaanse en drie Franse coureur van start. Juist één van de drie buitenlanders, Lucien Petit-Breton, won de wedstrijd en kreeg 300 lire in goud uitbetaald. Gelukkig voor de tifosi volgden veel Italiaanse overwinningen. Inclusief de overwinning zaterdag van Filippo Pozzato kwamen vijftig Italianen als eerste over de finish: koploper aan Italiaanse kant is Costante Girardengo, die van 1918 tot en met 1928 zesmaal zegevierde. De Belg Eddy Merckx is recordhouder met zeven overwinningen.

Voor Italiaanse renners is er in elk geval niets mooier dan als eerste in de Via Roma van Sanremo aan te komen. Twee van Pozzato's droomwensen zijn inmiddels vervuld, zo liet hij zaterdag weten. 'Een Ferrari had ik al, nu win ik Milaan-Sanremo, alleen het behalen van de wereldtitel blijft nog over.'

Het parcours mag dan nooit ingrijpend veranderd zijn, dat wil niet zeggen dat de omstandigheden vergelijkbaar zijn met die in de vorige eeuw. Tot ver na de Tweede Wereldoorlog viel de beslissing op de vele grintpaden die moesten worden genomen. En vaak was de Passo del Turchino, 532 meter hoog, bijna halverwege koers, de scherprechter. Zaterdag had een kopgroep van acht renners een voorsprong van ruim negen minuten en nóg was dat onvoldoende om weg te blijven.

Dat Milaan-Sanremo bijna altijd eindigt in een massale aankomst, zorgt bij veel ploegleiders ook voor een strategie waarbij pas in de slotfase iets wordt ondernomen. Vooral bij teams met redelijke sprinters mogen alleen de mindere goden vroeg voor hun kansen gaan. En dat vergroot weer de kans op een massasprint.

'We hebben alleen in de slotfase van voren gereden. Dat was ook precies wat we hadden afgesproken', verklaarde ploegleider Erik Breukink van de Rabobank dan ook zonder omwegen na afloop van de wedstrijd. Ook al verkeerde de Spaanse sprinter Oscar Freire nog niet in topvorm, de behoefte om vroeg met een kopgroep mee te gaan, was niet aanwezig. Die worden toch weer teruggehaald, zo is de redenering.

En juist in de 97ste aflevering waren de omstandigheden ideaal om definitief uit de greep van het peloton te blijven. De flinke rugwind die er de gehele dag blies, was relatief gunstig voor ontsnapte renners. Zaterdag werd een gemiddelde snelheid van meer dan 45 kilometer bereikt.

Vroeger was wegblijven in Milaan-Sanremo nog heel gewoon. In 1946 demarreerde Fausto Coppi op de Turchino en kwam hij 150 kilometer verder alleen over de finish met een voorsprong van bijna een kwartier.

Toen de wegen in het noorden van Italië beter werden, viel de rol van Turchino als scherprechter weg. De 162 meter hoge Poggio werd in 1960, zeven kilometer voor de finish, toegevoegd en de gevolgen waren direct in de uitslagenlijsten terug te vinden. De sprinters hadden niet meer het hoogste woord en Raymond Poulidor, Tom Simpson en Eddy Merckx kwamen ervoor in de plaats.

Voordat Merckx in 1966 aan zijn zeven, niet aaneengesloten, overwinningen begon, was de eerste Nederlandse overwinning een feit: Arie den Hartog versloeg na een ontsnapping de Italiaanse renners Vittorio Adorni en Franco Balmamion - naar eigen zeggen vooral omdat hij hen had uitgeput op de beklimming van de Poggio. Mooi blijft het verhaal dat Den Hartog elk jaar mag vertellen: de nummer vier in 1965 kwam juichend over de finish. Nu alle renners met een 'oortje' rijden behoren zulke gebeurtenissen tot het verleden.

Ondanks de vele sprinters die Nederland rijk is geweest, wist na Den Hartog slechts tweemaal een Nederlander te winnen. In 1977 was het de beurt aan Jan Raas, maar van een massasprint was geen sprake. De Zeeuw won dankzij een ziedende afdaling van de Poggio, met slechts een paar tellen voorsprong op het uiteengevallen peloton. Een aankomst die te vergelijken is met de overwinning van Pozzato.

In 1982 werd weer een beklimming toegevoegd, de Cipressa. Die toevoeging fnuikte een renner als Raas. 'Op de Cipressa moest ik te diep gaan, waardoor ik op het einde tekort kwam.' Een paar jaar volgde, zonder massasprints.

Zoals in 1985, toen Hennie Kuiper won. Hij was met ploeggenoot Teun van Vliet en de onbekende Silvano Ricco ontsnapt tussen de Cipressa en de Poggio in. Kuiper behoort tot de traditionele school die tegen nieuwe wijziging van het parcours is. 'Je moet er de charme niet van weghalen door er wat heuvels extra in te doen', zei de oud-winnaar vorige week nog tegen Sportweek. 'Dat gaat ten koste van de uitstraling. Er zijn kansen genoeg voor de niet-sprinters om weg te komen.'

Pozzato bewees zaterdag het gelijk van Kuiper. De Italiaan sprong op tijd weg en had na bijna 300 kilometer kracht genoeg om de sprinters voor te blijven. Misschien was deze overwinning van een niet-sprinter wel nodig om de huidige koers in stand te houden. Sinds 1997 hadden sprinters als Erik Zabel, Mario Cipollini, Oscar Freire en Alessandro Petacchi huisgehouden.

En met slechts twee valpartijen voldeed Milaan-Sanremo ook niet aan de traditie. Een gevaarlijk sprintersbal, noemt Michael Boogerd. Omdat de wegen daar altijd onder de olijfolie zitten en omdat de eerste klassieker nu eenmaal voor extra zenuwen en hectiek zorgt. Boogerd brak vorige week zijn voet toen hij met zijn één jaar oude zoontje speelde. Hij zag de ironie van de situatie direct in. 'Ik rijd Milaan-Sanremo niet omdat ik bang ben voor de vele valpartijen en dan overkomt me zoiets.' Wellicht wordt hij ooit de vierde Nederlandse winnaar. 'Als iemand op de Poggio weg kan komen is Boogerd het', zei oud-winnaar Paolo Bettini ooit.