Drie jaar later nog geen vrede in Irak

Drie jaar geleden begon de Amerikaans-Britse invasie van Irak die Saddam Husseins val inluidde. Er valt nog weinig te vieren in Irak.

Iraakse ballingen hadden voorspeld dat de Iraakse bevolking met bloemen in de hand klaar zou staan om de Amerikaans-Britse invasiemacht te verwelkomen. Daarna zou democratie uitbreken en zich verspreiden over het hele onvrije Midden-Oosten. Inderdaad zijn in Irak sindsdien vrije verkiezingen gehouden. Maar de discussie gaat toch vooral over de vraag of het al dan niet burgeroorlog is.

'We verliezen elke dag gemiddeld 50 tot 60 mensen in het land, als het niet meer is', zei ex-premier Iyad Allawi gisteren in een vraaggesprek met de BBC. 'Als dat geen burgeroorlog is, dan weet alleen God wat burgeroorlog is.' De Britse minister van Defensie John Reid verwoordde de opstelling van Amerikaanse en Britse leiders met de uitspraak dat 'er nu geen burgeroorlog is in Irak, en dat die ook niet op uitbreken staat'. Ook de Iraakse president Talabani zei dat 'de dreiging van een burgeroorlog totaal kan worden uitgesloten'.

Het begin van de Amerikaans-Britse invasie die een eind maakte aan 24 jaar dictatuur van Saddam Hussein is precies drie jaar geleden. Maar behalve diens omverwerping valt er voor de Irakezen weinig te vieren vandaag. Niet alleen wegens de voortdurende onveiligheid. De olie-export is gedaald tot onder het niveau van vóór de oorlog (sabotage en plundering), de stroomvoorziening is nog niet terug op het vooroorlogse peil (sabotage en plundering) en dat geldt ook drinkwater en riolering. Intussen zijn de shi'ieten, Koerden, sunnieten en seculieren al meer dan drie maanden aan het ruziën over een nieuwe regering van nationale eenheid die alles gaat oplossen. Ieders uitgangspunt is het belang van de eigen gemeenschap.

De discussie over al dan niet burgeroorlog is hoofdzakelijk een politieke woordenoorlog. Allawi, een seculiere shi'iet die tot mei 2004 premier was, betoogt dat de fundamentalistische shi'ieten die hem opvolgden, de boel hebben verziekt. Onder hun bewind hebben shi'itische strijdgroepen immers de politiecommando's geïnfiltreerd die nu tevens als moordeskaders wraak op sunnieten nemen voor de sunnitische terreur. De Amerikaanse en Britse autoriteiten die onderstrepen dat er geen burgeroorlog is en dat het goed gaat met de ontwikkeling van het Iraakse leger, spreken bezweringsformules uit. Het leger is namelijk óók een van de problemen van vandaag - voornamelijk uit Koerden en alweer shi'ieten opgebouwd en diep gewantrouwd door de sunnieten. En Talabani waarschuwde drie weken geleden nog dat 'we allemaal hand in hand moeten staan om het gevaar van burgeroorlog te voorkomen'.

De feiten zijn dat er dagelijks tientallen mensen worden vermoord alleen omdat ze sunniet of shi'iet zijn. Sunnitische rebellen blazen burgers en agenten op of schieten ze dood, en shi'itische milities, al dan niet in dienst van de politie, moorden erop los. Gisteren en vandaag zijn in Bagdad weer 28 lijken gevonden, de handen gebonden en met kogels doorzeefd. Vaak vertonen de lijken sporen van marteling; een nieuwe trend is dat de slachtoffers door ophanging om het leven zijn gekomen of zijn gewurgd.

Irak 'Gefolterd en geëxecuteerd'

De schendingen van de mensenrechten zijn nu even erg als ze onder Saddam Hussein waren, zei begin deze maand de net vertrokken directeur van het mensenrechtenbureau van de Verenigde Naties in Irak, John Pace. 'Onder Saddam was je fysiek min of meer OK als je ermee instemde af te zien van je fundamentele recht op vrijheid van meningsuiting en gedachte', zei Pace na een verblijf van twee jaar in Irak. 'Maar nu niet. Er is een primitieve, chaotische situatie waarin iedereen alles tegen iedereen kan doen.' Pace placht eenmaal per week het lijkenhuis van Bagdad te bezoeken: driekwart van de honderden doden die daar elke maand worden binnengebracht krijgt 'kogelwond' als doodsoorzaak mee. Maar 'bijna allemaal waren ze geëxecuteerd en gefolterd'.

De wortels van veel problemen liggen al helemaal in de begintijd, drie jaar geleden: het tekort aan Amerikaanse militairen om na de snelle zegetocht massale plunderingen te voorkomen; later het ontslag van het hele Iraakse leger waardoor er honderdduizenden boze, gewapende ex-militairen waren en geen leger; het haast ongemoeid laten van Saddams fedayeen, guerrillaeenheden die vervolgens als opstandeling aan de gang gingen.

In mei noemde de Britse ambtenaar John Sawers in een memo aan premier Blair het Amerikaanse bezettingsbestuur van Jay Garner 'een ongelooflijke zooi', zoals blijkt uit een zojuist gepubliceerd boek over Irak van New York Times journalist Michael Gordon en de gepensioneerde Amerikaanse generaal Bernard Trainor. 'Geen leiderschap, geen strategie, geen coördinatie, geen structuur en ontoegankelijk voor gewone Irakezen', schreef Sawers.

Kanan Makiya was de Iraakse balling die president Bush indertijd voorspelde dat het Iraakse volk 'de troepen met snoep en bloemen zou begroeten'. Gisteren werd hij geïnterviewd door The Washington Post. Bent u teleurgesteld? vraagt de krant hem. Ja', erkent hij. 'Er is geen twijfel aan. Ik ben bedroefd. Ik ben heel bedroefd.'