De man van de grote giften

Roland Arnall, de nieuwe ambassadeur van de VS in Nederland, heeft kritiek op de werkwijze van zijn bedrijf altijd gesmoord met giften. Hij bouwde er een groot netwerk mee op in de hoogste kringen. Zijn bedrijf, zeggen critici, zit vol personeel dat is opgeleid om te bedriegen. 'Maar als mens is hij in orde.'

De nieuwe Amerikaanse ambassadeur in Nederland, Roland E. Arnall, heeft miljoenen gestort voor de herverkiezing van George W. Bush Foto Bas Czerwinski 08-03-2006, DEN HAAG. DE NIEUWE AMERIKAANSE AMBASSADEUR IN NEDERLAND, ROLAND E. ARNALL, TIJDENS EEN KENNISMAKING BIJEENKOMST VOOR DE PERS IN DE AMERIKAANSE AMBASSADE. FOTO BAS CZERWINSKI CZERWINSKI, BAS

Op zijn beëdiging, een bijeenkomst vlak voor zijn vertrek naar het verre Nederland, kon je merken hoe er in de hoogste kringen in de VS over Roland Arnall wordt gedacht, zegt Bill Richardson. Richardson is gouverneur van New Mexico en een overtuigd Democraat. Onder zijn vriend president Bill Clinton was hij ambassadeur bij de VN, en daarna minister van Energie. Hij somt op. Condoleezza Rice, minister van Buitenlandse Zaken, had haar agenda vrijgemaakt om hem te beëdigen. 'Zegt al veel.' Arnold Schwarzenegger, Republikeins gouverneur van California, was speciaal naar Washington gevlogen. 'Doet-ie niet vaak.' Edward Rendell, Democratisch gouverneur van Pennsylvania, was overgekomen, Richardson zelf uit New Mexico. En John Roberts, de nieuwe voorzitter van het Hooggerechtshof, wipte ook even binnen. 'Hoogst verrassend.'

Richardson: 'Als je mensen van dit kaliber - Republikeins en Democratisch, conservatief en progressief - op de been krijgt voor je beëdiging, geloof me, dan bén je iemand in dit land. Dan krijg je veel deuren open in Washington. Daarom moet Nederland héél blij zijn met Roland Arnall als nieuwe ambassadeur.'

De vonk is nog niet overgeslagen. Zijn benoeming liet een half jaar op zich wachten omdat Arnalls bedrijf, hypotheekverstrekker Ameriquest, verwikkeld was in een justitieel onderzoek. De beschuldiging luidde dat klanten om de tuin waren geleid over leningvoorwaarden.

En toen hij deze maand eindelijk in Den Haag aankwam, volgde een ongemakkelijke ontmoeting met de media. Het kostte hem moeite in te gaan op mogelijke uitwassen in de Amerikaanse oorlog tegen terreur (in de VS was hij een vurig aanhanger). En vragen over onethisch handelen van zijn bedrijf werden tenslotte beantwoord door zijn echtgenote, Dawn, die, zoals deze krant beschreef, het ambassadepersoneel driftig maande te vertrekken toen journalisten weigerden de zaak te laten rusten.

In de VS viel haar sterke persoonlijkheid al eerder op. Rabbijn Marvin Hier, een vriend van Arnall: 'Dawn is zéér gedreven. Op de beëdiging maakte Condi Rice een grapje: Nederland krijgt twee ambassadeurs voor de prijs van één.'

Rabbijn Hier leerde Arnall in de jaren zeventig kennen, toen hij naar Los Angeles kwam om een centrum ter nagedachtenis van de holocaust te stichten. Arnall, destijds een middelgrote vastgoedhandelaar, schoot hem onmiddellijk te hulp. Hij had lang niet het fortuin waarover hij nu beschikt. 'Maar ook toen was hij al een gulle gever. Mensen kunnen altijd op Roland rekenen.'

Het heeft met zijn verleden te maken, zegt de rabbijn. Arnall is vlak voor de oorlog in het bezette Frankrijk geboren; vader was kleermaker, moeder verpleegster. Het gezin vertrok na de oorlog naar Canada, Arnall belandde eind jaren vijftig in Californië. Arnall gaat op straat bloemen verkopen, boert goed, en rolt langzaam het vastgoed in. Van daaruit stapt hij in de financiële dienstverlening. Nu staat hij met een geschat vermogen van 3 miljard dollar 73 op de lijst rijkste Amerikanen van Forbes. Hij beschikt in de VS over twee landgoederen - één in LA (aangekocht voor 30 miljoen dollar van de zanger Engelbert Humperdinck), en één in Aspen, Colorado (aankoopprijs 46 miljoen dollar).

Het Simon Wiesenthal Centrum dat rabbijn Hier in 1977 begint, komt niet alleen met financiële steun van Arnall tot stand. Arnall fungeert ook als voortrekker. 'Hij is een activist. Hij wil iets dóen.' Samen bezoeken ze Wiesenthal in Wenen om toestemming voor het gebruik van zijn naam te vragen. 'Roland is charmant. Hij wordt gemakkelijk persoonlijk. Mensen voelen zich comfortabel bij hem. Dat overkwam Wiesenthal ook.'

Later is Arnall als bestuurslid van het centrum present op reizen naar Israël en het Vaticaan. Zijn sympathie ligt bij het sociale beleid van de Democraten en de pro-Israël politiek van de Republikeinen. Na 11 september 2001 maakt hij een keuze. 'Toen is hij Bush gaan steunen', zegt Hier.

Dat gaat met groot geld. Hij en zijn vrouw dragen 12 miljoen dollar bij aan de herverkiezing in 2004 - ze behoren tot de grootste donoren. 'Roland gelooft héél sterk in Bush', zegt Hier. En het echtpaar schrikt niet terug voor de agressieve kant van de campagne. Dawn Arnall stort 5 miljoen dollar in een Republikeins fonds dat persoonlijke aanvallen op de Democratische kandidaat John Kerry opent, afgewisseld met spotjes die Bush positioneren als een integere familieman bij wie de nationale veiligheid in goede handen is. Na Bush' herverkiezing stelt het echtpaar nog eens een miljoen dollar beschikbaar om de overwinning te vieren - de basis voor Arnalls benoeming is gelegd.

Bush is allerminst de eerste politicus wiens campagne financiële steun van Arnall kreeg. Er zit systeem in, zeggen zijn critici: het is voor Arnall een manier om de kritiek op zijn manier van zakendoen te dempen. Vandaar ook dat de politieke kleur er hem niet zoveel toe doet, zeggen ze: Arnall steunde zowel de Republikein Schwarzenegger in Californië als zijn Democratische voorganger Gray Davis. Ook de Democratische burgemeester van Los Angeles, Antonio Villaraigosa, kon op Arnall rekenen.

De steun houdt niet op als het ambt is aanvaard, en vaak valt het kandidaten moeilijk afstand te bewaren. Zo raakte Villaraigosa, de eerste latino-burgemeester van LA, die vorig jaar won dankzij een onkreukbaar imago, in opspraak toen hij zich in november in een vliegtuig van Ameriquest liet vervoeren naar een openbare verplichting.

Rob Gnaizda, die zich inzet voor armen in LA en een oud-vriend van Arnall, noemt het incident typerend voor de aanpak van Ameriquest. 'Het bedrijf probeert voortdurend een wit voetje te halen bij politici', zegt hij. 'Het is een van de manieren om de terugkerende problemen met justitie van zich af te houden.' Volgens Gnaizda probeerde Ameriquest ook zijn organisatie, Greenlining, een belangengroep die investeringen in de arme binnensteden van de VS bevordert, met geld te apaiseren.

Dat zit zo. Vanaf de jaren tachtig heeft Roland Arnall een spaarbank die hij in 1994 omzet in een hypotheekverstrekker - Long Beach Mortgage. Long Beach doet iets nieuws: het manifesteert zich aan de onderkant van de hypotheekmarkt. Grote Amerikaanse banken stellen tot die tijd voorwaarden die het mensen met weinig geld onmogelijk maakt een hypotheek te nemen. Richardson: 'Als Democraat vind ik dat Roland een grootse daad heeft verricht door de hypotheekmarkt open te breken voor mensen met lage inkomens.'

Arnalls risico heeft een prijs: hij dekt de relatief grote kans op niet-terugbetaling af met extra hoge rente. Tot zover is er geen probleem.

Maar medio jaren negentig duiken verhalen op dat het bedrijf discrimineert: zwarten en ouderen betalen een hogere rente dan blanken. Arnall ontkent maar gaat in 1996 akkoord met een schikking van 4 miljoen dollar. Advocaat Aaron Myers, die later optreedt voor gedupeerden van Ameriquest: 'Wat mij fascineert: hoe is het mogelijk dat dit gebeurt in het bedrijf van een overlevende van de holocaust?'

Vier jaar later - Long Beach is van naam veranderd in Ameriquest - komen opnieuw klachten binnen. 's Lands grootste belangengroep van huurders, ACORN, noemt Ameriquest 'walgelijke woekeraars'. Er komt opnieuw onderzoek op gang. Het wordt afgebroken als Ameriquest voor 360 miljoen dollar leningen toezegt aan huurders voor wie ACORN opkomt. Supporters van Arnall leggen het opnieuw uit als blijk van zijn grote hart voor mensen aan de onderkant.

Maar een jaar later ziet Rob Gnaizda zich genoodzaakt de praktijken van Ameriquest toch weer aan te vallen. Het heffen van woekerrente, het misleiden van klanten, het discrimineren - het gaat gewoon door, zegt Gnaizda in een verklaring die vele media haalt.

Wat daarna gebeurt is typerend voor Arnall, zegt Gnaizda. Ameriquest benadert hem voor een samenwerking. Nadat onafhankelijke deskundigen hem garanderen dat Ameriquest zijn leven werkelijk heeft gebeterd, stemt hij in.

En zo gebeurt het dat Rob Gnaizda, een van Amerika's belangrijkste pleitbezorgers van de armen, een ontmoeting heeft met Roland Arnall, een van Amerika's rijkste mensen. 'Ik was onder de indruk', zegt Gnaizda. Arnall was slim, hoffelijk, ontspannen, genuanceerd - een aardige man. 'We raakten op elkaar gesteld.'

Voortaan ontvangt zijn pressiegroep jaarlijks 200.000 dollar van Ameriquest. Het interessante aan Arnall, zegt hij, is dat hij 'een diep doorleefd gevoel' heeft voor het leven van arme mensen. 'Ik denk niet dat er veel CEO's zijn zoals hij. Hij heeft een duidelijke aandrang om deze mensen te steunen.'

Maar dan leest Gnaizda voorjaar 2005 een rijk gedocumenteerd stuk in de Los Angeles Times, waaruit, toch weer, blijkt dat Ameriquest er oplichterspraktijken op nahoudt. Een standaardtruc is dat latino's in het Spaans onderhandelen over een hypotheek. Als het op tekenen aankomt krijgen ze een Engelstalig document voorgelegd - om daarna te ontdekken dat ze meer moeten betalen dan mondeling was overeengekomen.

Na het stuk steekt een nieuwe storm op. Advocaat Aaron Myers spant een zaak aan namens gedupeerden. Het pijnlijkste detail komt van ex-medewerkers die Myers vertellen dat leidinggevenden in Arnalls familiebedrijf hun medewerkers leren hoe ze klanten kunnen misleiden. Volgens Myers wordt duidelijk dat het bedrijf - tien jaar na de eerste schikking - wordt gedomineerd door een cultuur van oplichting.

Tegenover Gnaizda ontkent het bedrijf de beschuldigingen. Gnaizda vertrouwt het niet en snijdt de banden door. 'Ik heb Roland nooit meer gesproken. Ik denk dat hij boos op me is.' Later wijt Ameriquest de problemen aan enkele rotte appels, die zijn ontslagen. Maar vertegenwoordigers van gedupeerden wijzen erop dat in 49 van de vijftig Amerikaanse staten onderzoek is ingesteld en dat daar een schikking is uitgerold, januari dit jaar, waarbij Ameriquest 325 miljoen dollar betaalt. Matthew Lee, die gedupeerden in New York, bijstaat: 'Arnall zegt dat hij van niets wist. Maar als je na de derde klacht in tien jaar nog steeds van niets weet, moet je een incompetente topmanager zijn.'

Overigens trekt Arnall zich, nadat hij medio vorig jaar voor Nederland is voorgedragen, terug uit de dagelijkse leiding van Ameriquest - zijn vrouw Dawn neemt die formeel over. Weinig mensen denken dat dit veel uitmaakt. Het bedrijf zit vol met personeel dat is opgeleid om te bedriegen, zegt Rob Gnaizda. 'Arnall is als mens in orde. Een goede man. Ik mag hem nog steeds. Maar als zakenman deugt er iets niet aan hem.'

Diplomaten die Arnall het afgelopen half jaar meemaakten, zagen geregeld ongeduld in hem opwellen. Vooral de opstelling van de Senaat - zijn benoeming kon pas worden geëffectueerd toen de schikking rond was - irriteerde hem. Bureaucraten heeft hij niet hoog, zegt Hier. 'Hij zit niet te wachten op ja-knikkers. Hij zoekt creatieve mensen om zich heen.'

Dat hij geen beroepsdiplomaat is, wordt door Nederlanders als probleem gezien. Niet door Amerikanen. Voor Amerikanen is diplomatie een belangenstrijd die men, zonodig, op het scherpst van de snede uitvecht - daar hoef je echt geen beroepsdiplomaat voor te zijn, zeggen ze.

Bill Richardson: 'Het belangrijkste is dat Roland Arnall onder alle omstandigheden de president kan bellen. In onze politieke cultuur is dat een enorm voordeel. Ik had dezelfde positie toen ik voor Clinton bij de VN zat. Dan bereik je echt meer dan een beroepsdiplomaat. Het gemok over zijn gebrek aan diplomatieke ervaring is typisch Europees. Ik voorspel dat ze in Nederland over een paar jaar zeggen: toch goed dat die Amerikanen deze man hebben gestuurd.'

    • Tom-Jan Meeus