De fusion gaat per meter bij Truffaz

Een simpel gegeven als ti-ta-ti, is dat voldoende voor een kwartier geïnspireerde muziek? Op grond van de jazzgeschiedenis zou je zeggen van wel. Zo is er duizenden uren geïmproviseerd op basis van Duke Ellingtons C-jam Blues, een thema bestaande uit slecht twee tonen. Ook erkende stukken van klassieke componisten berusten vaak op iets heel kleins. Het gaat er om wat je er mee doet.

Dat laatste lijkt het probleem van het kwartet van Erik Truffaz. Op de Blue Note/EMI-platen van deze Franse trompettist blijft de spanning, ondanks zijn simplo-composities, nog heel aardig op peil.

Dat gebeurt bijvoorbeeld in de puntig-koddige titelsong van de plaat The Walk of the Giant Turtle met Patrick Muller op piano en Fender Rhodes, Marcello Giuliani op basgitaar en Marc Erbetta op slagwerk.

Maar toen deze musici dit stuk gisteren speelden als toegift in het BIMhuis tijdens een tournee door ons land, 'gebeurde' er op het podium vrijwel niks. Het stuk werd herhaald en dat was alles.

Behalve een korte versie van Manon van Serge Gainsbourg wisten de vier ook overigens weinig toe te voegen aan die cd uit 2003. In de up-tempo stukken was er enig enthousiasme bespeurbaar. Maar in de talrijke ballads voer men veilig op de automatische piloot. Het resultaat daarvan was een bleke fusion per strekkende meter.

Moe? Het feit dat leider Truffaz (45 inmiddels) de helft van de tijd aan een stoel bleef kleven zou in die richting kunnen wijzen. Maar vanavond in Groningen en tijdens de daaropvolgende concerten moet het roer wel om.

Wie gek is op Miles Davis en Jimi Hendrix kan niet volstaan met het naspelen van zijn cd's in de hoop dat het publiek het allemaal oké vindt.

Zoiets kan misschien in de populaire muziek. Maar daar herhalen ze dan ook liedjes met als het even meezit soms wel zeven tonen.

Concert: Erik Truffaz Group. Gehoord: 19/3 BIMhuis, Amsterdam. Verder: 20/3 Oosterpoort, Groningen; 21/3 De Boerderij Zoetermeer; 22/3 Tivoli, Utrecht.