CDA doet te moeilijk over uitbreiding EU

Nieuwe lidstaten worden beter van het lidmaatschap, de oude echter ook.

Het CDA moet zijn standpunt over Europa's grenzen heroverwegen.

Illustratie Sebe Emmelot Emmelot, Sebe

Het CDA-manifest 'Verder met Europa' (verschenen op 9 maart) ziet de Europese Unie met 27 lidstaten als voorlopig eindstation. Dat wil zeggen, de huidige 25 leden plus Bulgarije en Roemenië. De lopende onderhandelingen met Turkije en Kroatië hebben voor het CDA 'geen haast'. Aan andere landen op de Balkan kan slechts een 'partnerschap' worden aangeboden.

Vanwaar deze scepsis? Het CDA heeft een obsessie met het aantal lidstaten. Ook toen de toetreding van Roemenië en Bulgarije onlangs in de Tweede Kamer aan de orde was, werd moeilijk gedaan. Komen we zo 'verder' met Europa? Ik denk van niet.

De uitbreiding van de Unie illustreert het succes van de Europese samenwerking. Steeds meer landen hebben zich de West-Europese normen voor democratie en mensenrechten eigen gemaakt. Zij werken samen op een steeds breder terrein. Zo is in Europa een grote zone van vrede en welvaart ontstaan. Een ongekend resultaat, gegeven de geschiedenis van ons continent met conflicten en oorlogen.

Nieuwe lidstaten worden beter van het lidmaatschap, de oude echter ook. Ierland en Portugal zijn voorbeelden van de eerste categorie, Nederland een voorbeeld van de tweede. Als klein land zijn we voor onze economie afhankelijk van handel met het buitenland.

Landen kunnen niet zomaar lid van de EU worden. Zij moeten voldoen aan de 'Kopenhagen-criteria' van 1993. Die eisen dat een kandidaat-lid beschikt over stabiele instellingen die de democratie, de rechtsstaat en de mensenrechten garanderen; over een functionerende markteconomie; en over het vermogen de verplichtingen van het lidmaatschap na te komen. Die voorwaarden zijn streng. En terecht. Maar waarom zou men een land weigeren dat aan alle eisen voldoet? Hebben wij zelfs wel het recht dat te doen?

Uitbreiding wordt in de oude lidstaten vaak in verband gebracht met bedreiging van de werkgelegenheid, toename van criminaliteit en illegale immigratie. Nu moeten de problemen waar nieuwe uitbreidingen de Unie voor stellen, niet worden onderschat. Ze moeten echter ook niet worden overdreven. In ieder geval worden de bezwaren in de praktijk niet bewaarheid. Voor het vrije werknemersverkeer gelden overgangsperiodes met beperkingen.

Na de laatste uitbreiding van mei 2004 hanteert Nederland ook dergelijke beperkingen. Gelukkig dringt het inzicht door dat het beter is de vrije marktwerking zijn werk te laten doen. Zaken die illegaal zijn, behoeven intussen niet te worden geaccepteerd. Dat geldt ook de befaamde 'Poolse arbeider' die tegen ondermaatse voorwaarden te werk wordt gesteld. Tegen die situaties dient te worden opgetreden, allereerst tegen de Nederlandse werkgever die dergelijke voorwaarden oplegt.

Niet valt in te zien waarom de landen van de Balkan geen volwaardig lid van de Unie zouden kunnen worden. Slovenië is al lid, en met Kroatië zijn de onderhandelingen gestart. Gegeven het belang van stabiliteit in de regio verdienen Macedonië, Bosnië-Herzegovina en Servië-Montenegro het op gelijke voet te worden behandeld. Hetzelfde geldt voor Albanië en Moldavië. Natuurlijk, al die landen hebben nog een lange weg te gaan. Maar áls ze voldoen aan de voorwaarden, dan moeten ze kunnen toetreden. Een herhaling van het drama dat aan het eind van de 20ste eeuw op de Balkan plaatsvond, kan bovendien beter worden voorkomen als de landen in de Unie zijn opgenomen, dan als ze erbuiten blijven.

Dat Europa vooral niet verder moet uitbreiden, klinkt gemakkelijk en een beetje goedkoop. Het lijkt een aantrekkelijke boodschap naar de burger, maar de zaak zit ingewikkelder in elkaar. Politici zouden hun verantwoordelijkheid moeten nemen en de waarheid erachter aan hun achterban moeten uitleggen. Het CDA moet nog eens goed nadenken. Wat hebben we liever: een zone van stabiliteit en welvaart in Europa of onrust aan onze buitengrenzen?

Jaap W. de Zwaan werkte als juridisch adviseur bij het ministerie van Buitenlandse Zaken en is nu hoogleraar Europees recht in Rotterdam en directeur van het Nederlands Instituut voor Internationale betrekkingen Clingendael.

Ga naar nrc.nl/opinie voor het CDA-manifest over Europa