Wie wil er vechten met de aap - of met coole 70's jochies?

Saul van Stapele probeert deze maand twee spellen uit die op populaire films gebaseerd zijn: King Kong en The Warriors

WEINIG KOGELS, VEEL KNOKKEN: The Warriors

Het is niet het meest geslaagde huwelijk, dat tussen films en computergames. Het is natuurlijk wel zo makkelijk: men neme de verhaallijn en de personages van een succesvolle film die zich al lang en breed bewezen heeft, vertaalt deze naar een spel-universum en de dollars blijven binnenstromen. Het computerspel lift mee op de publiciteitsmachine van de film, de makers van de film hebben een extra platform om hun product mee te verzilveren, en iedereen is gelukkig. Behalve dan de spelconsument die in het verleden nogal eens werd opgescheept met hopeloos belabberde spelletjes waarvan de maker duidelijk dacht dat het door de link met de film toch wel zou verkopen. Immers: waarom je hersens pijnigen over spannende nieuwe spelelementen, als je met oude wijn in een zak met het logo van een populaire film net zoveel geld kunt verdienen.

Maar elke industrie wordt een keertje volwassen, en nu de concurrentie in de lucratieve gamesbusiness steeds heviger wordt, lijken de makers zich er meer en meer van bewust dat ze voor dit relatief peperdure entertainmentproduct (een nieuw computerspel kost al gauw 60 euro) een prestatie moeten leveren die in verhouding is. Voordeel van de enorme bedragen die met de games gemoeid gaan, is dat ook behoorlijk kan worden geïnvesteerd, bijvoorbeeld door professionele acteurs en regisseurs uit de filmwereld in te huren. In de eveneens door regisseur Peter Jackson (The Lords Of The Rings-trilogie) geregisseerde computerspelversie van King Kong, zijn grote najaarsfilm van vorig jaar, spreekt uit alles het hart van de filmregisseur die de toeschouwer wil onderdompelen in een fictieve wereld, net zo lang en diep tot deze de realiteit even vergeet.

In King Kong zijn veel van de standaardelementen van een game afwezig, omdat die de speler teveel het gevoel zouden geven dat deze een spel aan het spelen is, in plaats van de sensatie echt een nieuwe wereld binnen te treden. Het verhaal is oud en overbekend: expeditie strandt op eiland, hé kijk daar eens, een monsteraap, meisje wordt gekidnapt, de mannelijke held gaat er achteraan en dat alles eindigt met een climax in New York. De personages in het spel lijken op de acteurs in de film, zijn erg realistisch en hun filmwaardige dialogen versterken dat realisme. Het eiland is mooi vormgegeven, met overal ondoordringbare natuur die afgespeurd moet worden voor stukken hout die als speer gebruikt kunnen worden, om de van overal en nergens opduikende kruipende en vliegende monsters van het lijf te houden.

Er zijn vuurwapens, maar de munitie is gering; overigens wordt niet zoals bij andere spellen in een hoek van het scherm aangegeven hoeveel munitie er is, maar kreunt held Jack hardop hoeveel hij er nog over heeft. Ook wordt nergens aangegeven hoe erg hij gewond is geraakt, maar kleurt het scherm rood naarmate zijn toestand verder kritiek wordt. Het zijn kleine variaties op het traditionelere computerspel die er inderdaad voor zorgen dat de spelervaring intenser wordt. Ook is het bij vlagen mogelijk om als King Kong zelf te spelen, wat even een erg fijne ervaring is; al die irritante beesten kun je nu gewoon in hun nekvel grijpen. Maar na verloop van tijd gaat het ondanks alle pracht en goede bedoelingen wel vervelen; het spel leidt aan een ander gebrek dat veel redelijke spellen in zich dragen: te weinig variatie, waardoor het na een knallend begin de speler al vrij snel niet meer weet te boeien en uit te dagen.

Hetzelfde geldt voor The Warriors van de hippe gameproducent Rockstar (van o.a. de moeder aller computergames Grand Theft Auto), naar de gelijknamige cultfilm uit het tijdperk waarin je met strakke leren jasjes en afrokapsels nog gewoon over straat kon. Dit spel weet de sfeer van de film (over een bende straatjochies dat in conflict komt met alle andere bendes straatjochies in de stad en zich een weg moet vechten naar de eigen veilige thuishaven) op sublieme wijze naar het spel te vertalen, met overdreven coole dialogen, swingende seventies-kostuums, en veel, heel veel knokpartijen. Een grappig spel binnen het spel is dat je regelmatig de naam van je bende in graffiti op de muur moet spuiten, door je joystick op een zenuwslopende wijze te bewegen die doet denken aan de spiraal uit de shows van wijlen Willem Ruis.

De knokpartijen zijn enorm; soms zijn er tien man aan de ene kant aan het vechten met tien man van de andere kant, en omdat je van het ene karakter naar de ander kunt switchen verlies je dan al snel het overzicht. Maar veel geram op de knoppen is meestal afdoende, en het ziet er prachtig en gedetailleerd uit. Hoewel je ook nog de politie van je lijf moet houden, je maten uit boeien moet bevrijden en met inbraken en diefstal van autoradio's in je inkomsten moet voorzien (om bijvoorbeeld drugs te kopen die je weer oplappen) draait het spel zo om het vechten, dat het ook hier gaat vervelen. King Kong en The Warriors zijn mooie, met liefde gemaakte spellen, die doen hopen op een vruchtbaardere toekomst voor de filmgame, maar die nog niet veel langer weten te boeien dan de gemiddelde bioscoopfilm.

King Kong: *** The Warriors: ***