Weer minder asielaanvragen

Het aantal asielaanvragen in de Europese Unie is voor het vierde achtereenvolgende jaar scherp gedaald. Dat blijkt uit cijfers die de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR gisteren heeft gepubliceerd.

In de hele EU werden er in 2005 237.840 asielaanvragen ingediend, zestien procent minder dan in 2004. In het 'piekjaar' 2001 waren dat er nog 438.990. Wereldwijd rapporteren vrijwel alle rijke landen zo'n daling sinds 2001. Dat ligt volgens de UNHCR deels aan de afnemende intensiteit van conflicten op de Balkan en in Afghanistan, waar veel asielzoekers vandaan kwamen. Ook voeren veel rijke landen, zeker na 9/11, nu een restrictiever asielbeleid.

Een derde verklaring hangt hiermee samen, zegt UNHCR-woordvoerder Ron Redmond: 'Door dit restrictieve beleid hebben veel mensen die bescherming nodig hebben, daar geen toegang meer toe.' Mensen komen nog wel, maar dienen geen aanvraag meer in uit angst voor afwijzing. Zo verschuift het immigratieprobleem van asielzoekers naar illegalen. 'Industrielanden moeten zich afvragen of ze, door steeds strenger te worden voor asielzoekers, de deur niet sluiten voor mensen die vervolging ontvluchten,' waarschuwt hoge vluchtelingencommissaris António Guterres.

Binnen de EU kreeg Frankrijk in 2005 de meeste aanvragen: 50.000. Daarna volgden Groot-Brittannië en Duitsland. Binnen de oude EU lijkt alleen Nederland uit de toon te vallen: 12.350 aanvragen, ofwel 26 procent meer dan in 2004. Dit heeft, zegt Lisette van Bergen van UNHCR in Den Haag, twee oorzaken: 'Nederland neemt jaarlijks vijfhonderd erkende vluchtelingen op uit kampen in arme landen. In 2005 zijn zij voor het eerst meegerekend. Ook is ons beleid voor Somalië veranderd. Daarom hebben afgewezen Somaliërs die nog in Nederland waren, opnieuw een aanvraag ingediend.' Wereldwijd kwamen de meeste asielzoekers achtereenvolgens uit Servië en Montenegro, Rusland, China en Turkije. Van de 17 miljoen vluchtelingen leven de meesten in landen als Tanzania, Iran en Pakistan.

    • Caroline de Gruyter