Voorjaarswoede: alles moet in twijfeldozen

Misschien is het wel begonnen met de boeken, een jaar geleden. Die stonden al tijden dubbelgeparkeerd, en wat niet in twee rijen op de planken paste, lag er in stapeltjes bovenop. Eigenlijk was het zo'n slechte constructie nog niet: op een of andere manier kon ik alles direct terugvinden zonder dat er een duidelijk systeem in zat. Mijn boekenkasten waren organische gegroeide, autonome ecosystemen, geregeerd door een mysterieuze innerlijke logica die navigatie kinderlijk eenvoudig maakte voor ingewijden.

Wat me precies bezielde, kan ik me niet meer zo goed herinneren. Misschien waren het de stapels boeken die zich begonnen te vormen op de grond naast de kasten, tegen de muur aan, steeds hoger kruipend, een slinkse expansie richting gangpad. Misschien was het het besef dat er wel erg veel ongewenste rotzooi tussen stond (het privilege van de recensent), al te veel briljante debuten die gedoemd waren eeuwig ongelezen te blijven, al te veel romans met lelijke paperbackomslag waar bebaarde schrijvers uit de Amerikaanse Midwest tien jaar lang in welverdiende obscuriteit aan hadden gewerkt. Voor ingewijden - te weten ikzelf - was dat niet zo erg. Maar gewenste vreemdelingen die voor het eerst een blik op mijn kasten zouden werpen, kregen zo een wel wat merkwaardige indruk van mijn leesgedrag. Hoe zou iemand hier mijn feilloze smaak, onberispelijke cutting edge voorkeuren, zorgvuldige balans tussen originele highbrow en ironische lowbrow, in terug kunnen vinden? Varlam Sjalamov meets Harry Potter meets Gerard Manley Hopkins, dat soort van ding.

Er moest dus iets verdwijnen. Het was niets minder dan de allerindividueelste expressie van mijn persoonlijkheid die hier ondergesneeuwd dreigde te raken, in een lawine van pulp! Niet alleen zou ik vanaf nu geen dubbele rijen meer dulden in mijn kasten, ook besloot ik de overgebleven selectie op alfabetische volgorde te rangschikken.

Lezer, u voelt het al aankomen: het was Geen Goed Idee. Ik zal u de eindeloze afwegingen besparing, de harde keuzes, de onverdraaglijke compromissen die ertoe leidden dat ik nu zit opgescheept met kasten die deels alfabetisch, deels thematisch, en deels op basis van kaftkleur zijn ingedeeld. Van sommige schrijvers staan niet eens alle boeken in één en dezelfde kamer. De dubbele rijen groeiden direct terug; veel is onvindbaar geworden. De ongewenste boeken stopte ik in bananendozen die ik, in afwachting van de 'eindselectie' die de afgekeurde exemplaren naar de tweedehands boekwinkel zou afvoeren, tijdelijk op zolder stalde. Daar staan ze nu nog. Zo nu en dan heb ik iets nodig uit de bananendozen. Meestal moet ik er dan twee of drie uitruimen om te vinden wat ik zoek. De boeken die ik echt nodig heb, hebben zich permanent op de bank genesteld, naast de katten.

Zodoende was het met meer dan gemiddelde belangstelling dat ik onlangs het 'mindstyle magazine' Happinez doorbladerde. 'Volgens vastu, de Indiase vedische leer, wel de yoga van het wonen genoemd, wordt onze innerlijke wereld weerspiegeld in onze omgeving', was de verontrustende boodschap van het artikel 'Therapie voor huis en ziel'. Volgens de 'emotionele troepduider' vertelde rommel ('troep-hotspots') op specifieke plekken in huis iets over onze persoonlijkheid. Hoe zat dan dan met mijn huis, één grote troep-hotspot? 'Boos zijn op anderen of op onszelf,' aldus de troepduider. Dat ik mezelf daarin niet herkende, had vast te maken met de bende in mijn klerenkast, die aangaf dat ik 'niet bereid was om naar mijn emoties te kijken'.

Maar Happinez bood raad, met een vorm van huisyoga waarvan ik de spirituele betekenis even achterwege zal laten, maar die er ongeveer op neerkwam dat je bekijkt wat je nodig hebt en wilt bewaren, besluit waar je het wilt bewaren, en de rest wegdoet of in 'twijfeldozen' stopt. Het was een soort boekenkast-reorganisatie, maar dan in het groot.

Lezer, dat had mij moeten waarschuwen. Blind van optimisme begon ik aan de badkamer: alle niet-gebruikte toiletartikelen moesten weg. Bananendozen had ik niet meer, dus nam ik een tas, stopte de overtollige toiletartikelen erin, zette de tas onder de wastafel, en vergat hem datzelfde moment nog. Een paar dagen geleden zag ik de tas opeens weer, en verplaatste hem tot naast de badkamerdeur. Het leek wel het gedicht van de Italiaanse dichter Stefano Dal Bianco, 'Il Fragmento', over een flesje dat kapotvalt in de badkamer, waarna er één scherf blijft liggen. Telkens weer ziet de dichter de scherf, en telkens weer neemt hij zich voor hem op te rapen. 'Maar badkamers bevrijden je gedachten en als het moment kwam/ om die kamer te verlaten voor een andere, drong een andere/ herinnering zich op,/ en de scherf bleef liggen, en in de afgelopen dagen werd het een obsessie, een obsessie/ steeds weer op het laatste moment vergeten.'

Een obsessie, op het laatste moment vergeten. Zo verging het mij. Liep ik mijn werkkamer uit, dan vergat ik de stapels mappen en omgekeerde lades die her en der over de vloer verspreid lagen, en ging energiek verder met het sorteren van kleren of uitruimen van keukenkastjes, totdat ik op steeds minder plekken in huis kon lopen. En er drong zich een onaangename conclusie op: ik had méér spullen nodig. Muffe bananendozen bleken spiritueel ongeschikt als 'twijfeldoos'. Wie zijn rommel kwijt wilde, diende er dingen bij te kopen - stevige kartonnen dozen en plastic boxen in positieve kleuren, en labels. Goedkoop was het niet.

Op dit moment liggen er sokken op de eettafel, zonnebrillen op bed, en lege brievenbakjes op de vloer. Maar de rest van het huis is een chaos. Ik besloot nogmaals Happinez te raadplegen, en stuitte op het artikel 'Oneindige zee van energie'. 'Een vacuüm, een absolute leegte, bestaat niet', onthulde het artikel. 'Zelfs in een volkomen leeg universum blijft er nog een ware bijenkorf van activiteit over.' Kwantumfysici noemden dat 'het Zero Point Field.' Dat zou 'de blauwdruk van het universum' bevatten.

Ik denk dat ik nu de oplossing heb gevonden. Ik trek me tijdelijk terug met al mijn spullen tussen de bananendozen op zolder, waarna het Zero Point Field van mijn huis zich organisch zal vullen met de dingen die ik echt nodig heb. En dan beginnen we weer gewoon van voor af aan.

corine vloet