Verkoop Japanse divisie is goed voor Vodafone

Arun Sarin, de geplaagde topman van Vodafone, heeft gekozen voor de vogel in de hand. Door zijn Japanse divisie voor 8,9 miljard pond (12,8 miljard euro) aan het Japanse internetbedrijf Softbank te verkopen, heeft hij de kans laten schieten de prijs op te drijven door middel van een veiling. Cerberus en Providence, een hedge fund en een investeringsmaatschappij, hadden een bod van tussen de 8,8 en 9,8 miljard pond voorgespiegeld. Bovendien hadden zij aangegeven bereid te zijn het bedrag volledig in contanten te voldoen. Slechts driekwart van wat Softbank betaalt, bestaat uit contanten. De rest komt pas over zeven jaar.

Sarin was mogelijk in staat een betere deal te bedingen bij de investeringsmaatschappijen, die op zoek zijn naar mogelijkheden om hun contanten te investeren. In Europa hebben zij meer betaald voor telecombezittingen dan zes maal de winst die Softbank nu betaalt. Sarin is daarom kwetsbaar voor kritiek dat hij akkoord is gegaan met een overname om zijn eigen hachje te redden.

Maar het besluit Softbanks bod te aanvaarden is waarschijnlijk de juiste. Als de veiling zich had voortgesleept, was Softbank zijn belangstelling misschien kwijtgeraakt. En als de investeringsmaatschappijen niet langer de hete adem van een branchegenoot hadden gevoeld, hadden zij wellicht redenen bedacht kieskeurig te zijn over verkoopvoorwaarden.

Het grote punt is dat de aandeelhouders blij zullen zijn dat ze verlost zijn van deze divisie. Door de miserabele prestaties van Japan uit de cijfers van Vodafone te schrappen, zal Sarin dit jaar een solide omzetgroei kunnen presenteren. En door te beloven 6 miljard pond (8,6 miljard euro) aan de aandeelhouders terug te geven, kan hij de uitkering in het volgende financiële jaar bijna verdrievoudigen.