Surfen op machtige golven

In Amsterdam staan vier voormalige Ahold-bestuurders voor de rechtbank. In Amerika probeert de ex-top van het failliete Enron zich te verdedigen tegen de dreiging van een levenslang verblijf temidden van geweldplegers en ander ruw volk. In een andere maar vergelijkbare categorie moet Saddam Hussein zich voor een tribunaal verantwoorden voor misdaden tegen de mensheid; en in Den Haag speelde tot vorige week het proces tegen de Servische ex-president Milosevic. Het zijn geen tamme affaires, deze rechtszaken. De beklaagden zijn nooit kleine jongens geweest. Zij hebben altijd macht gekend en gebruikt, en ook in hun huidige toestand lijken zij niet van plan deemoedig het boetekleed aan te trekken. Dat is een rol waarvoor ze in hun voorgeschiedenis nooit gestudeerd hebben. Milosevic was met zijn eindeloze verdedigingsmonologen de hoofdrolspeler in zijn eigen stuk. Saddam is in zijn rechtszaal nog steeds de bevelhebber, bij wie zijn rechters als bleke klerken in het niet vallen. Ex-Ahold-bestuurder Van der Hoeven houdt niet op duidelijk te maken dat topbestuur geen kleinejongenswerk is, en dat daar speciale regels gelden voor uitzonderlijke omstandigheden. Of hij gelijk heeft over die speciale regels is de vraag, maar over die uitzonderlijke omstandigheden heeft hij een belangrijk punt .

Sociale verbanden zijn op talloze manieren te kenmerken. In elk geval zijn het energievelden, of het nu bedrijven zijn, politieke organisaties of straatbendes. Ze trekken aan en ze stoten af, en wie binnen hun invloedssfeer verkeert, maakt bewegingen die hij of zij anders niet gemaakt zou hebben. Het is als met magneetvelden. Ook wanneer de magneet zelf verborgen is, brengt hij dingen in beweging - metaalsnippers, kompasnaalden of hele autokarkassen. Ook bij mensen kun je soms naast iemand staan en een invloed merken van aantrekking of afstoting, van verlamming of juist van kracht. Hoe meer mensen er bijeen zijn, fysiek of op een andere manier met elkaar verbonden, des te sterker zijn die invloeden. Een massa mensen is een groot krachtenveld. Daarom is iemand die de baas is geweest van landen als Irak en Servië, of van organisaties als Enron of Ahold, nooit een min mannetje. Die heeft op een machtige golf gesurft, is er overeind gebleven en heeft er voortgang en snelheid geboekt. Misschien niet helemaal in de bedoelde richting, maar wat zijn bedoelingen waard tegenover zulke natuurkrachten? Op het ogenblik dat je vooruitgaat, telt op een diep niveau alleen de sensatie, de thrill. 'Kijk eens pappie, wat ik kan!' Het geeft een bedwelmend gevoel van macht of almacht.

Wie de goden te gronde willen richten, die slaan zij eerst met blindheid. Het is een grondregel van de klassieke tragedie. 'Goden' was vroeger het begrip dat mensen gebruikten voor onzichtbare maar wel voelbaar aanwezige kracht- of energievelden. Later gingen ze die abstracties herkenbaar als menselijke figuren afbeelden in marmer of op vazen, maar de afbeeldingen zijn niet de goden. Die blijven onzichtbaar. Wij hebben ze afgeschaft. Ze zijn weg of wij zien ze niet meer. Maar de onzichtbare krachten zijn niet weg. Veel ondernemers en bestuurders zijn zich hier scherp van bewust, en proberen als surfers de gunstige plekken op te zoeken en de ongunstige te vermijden. Want wie geen oog en gevoel heeft voor de krachten die hem omringen, loopt een groot risico dat ze hem inhalen en verpletteren.

Bij het verplichte taalgebruik in bedrijfstrainingen horen tegenwoordig begrippen als gedrevenheid, bezieling en passie. Ook leiderschap gooit hoge ogen, en leiderschap staat dan tegenover management. Een leider is geïnspireerd, een manager is technocratisch en dat wil niemand zijn. Leiderschap is een romantisch ideaal, geënt op het beeld van de begenadigde kunstenaar die in verbinding staat met een hogere werkelijkheid, glorieus of huiveringwekkend, en met zijn passie een glimp daarvan op aarde brengt. Maar passies zijn geen knuffeldieren. Ze kunnen je optillen, meesleuren en afgedankt op het strand smijten. Een passie heb je niet; de passie heeft jou, maakt je passief. Voor een kunstenaar is dat betrekkelijk onschadelijk. Op zijn on-gunstigst moet hij hongerig en miskend het juk van zijn passie dragen. Maar omdat een genie moet lijden, kan hij dat nog opvatten als een bevestiging van zijn genialiteit. Hij richt voor anderen geen schade aan. Met gepassioneerde leiders is het een ander verhaal, want die slepen anderen met zich mee.

Wat is de kwaliteit van hun passie, daar gaat het om. Waar komt die vandaan, waar wil die heen? Dat is de vraag die de leider van een organisatie zichzelf te stellen heeft, en waaraan zijn omgeving hem moet toetsen. Wat bezielt hem? Is het de behoefte aan applaus, bewondering en persoonlijk gewin, en zo ja, willen wij daaraan meedoen? Willen we daar als toezichthouders verantwoordelijk voor zijn, en willen we ons daar als medewerkers voor inzetten? Het zijn drijfveren die iets demonisch hebben, iets duisters, ze trekken wel maar naar beneden. Dat klinkt bijna middeleeuws, want sinds wij goden hebben afgeschaft, hebben we demonen al helemaal uit ons blikveld verwijderd. Of hebben we ze in onze blinde vlek geplaatst, en is dat mis-schien precies de plek waar ze het liefst staan?

Welke passie, welke bezieling en drijfveren zijn dan wel te vertrouwen? Volgens mij ligt een belangrijk onderscheid in de manier waarop de leider zijn omgeving in beweging krijgt. Hitler was een opzwepend spreker, een volksmenner die zijn publiek be-dwelmde, hun bewustzijn vernauwde en van mensen robots maakte. Zelf werd hij met het Führerprinzip steeds belangrijker. Ook Churchill, zijn grote tegenspeler, was een briljant redenaar, maar hij maakte mensen juist groter. Hij riep op tot een eigen inspanning voor een verheven gezamenlijk doel dat losstond van hemzelf. Volgens mij moet je het verschil kunnen merken, in bedrijven en in landen. Waar de leider zichzelf groot maakt en mensen krimpen, daar kan het niet deugen. Waar gevarieerd en geschakeerd eigen initiatief bloeit, daar is het goed.