Column

Slippertje

De sportman Michael Boogerd stoeit met zijn zoontje en breekt zijn middenvoetsbeentje. Hele voorseizoen weg. Oorzaak? Hij schoot uit zijn slipper. Uit zijn wat? Uit zijn slipper! Ik kan niet anders denken dan: terecht! Volkomen terecht! Die blessure had veel erger moeten zijn. Een verschrikkelijke straf had de aardige Boogerd moeten treffen. Waarom? Die slippers. Man loopt in huis op slippers! Het kan niet, het mag niet, het hoort gewoon niet. Het is mensonterend en verschrikkelijk. Michael Boogerd fietste in zijn sportieve leven miljoenen euro's bij elkaar, is getrouwd met de beeldschone Miss Nederland 1998 en loopt op slippers in huis. Het is een detail, een gruwelijk detail. Straks horen we ook nog dat hij witte badstof sokken in die slippers droeg. Dan is voor mij het beeld compleet en mag hij van mij nooit meer een etappe of klassieker winnen. Ik kan niet tegen mannen en vrouwen die thuis op slippers sjouwen. Pantoffels zijn erg, maar slippers zijn erger.

Op de lagere school had ik een vriendje en als je daar thuis kwam dan moest je je schoenen uitdoen. Ze hadden zelfs gastenpantoffels. Dan kreeg je van die geruite trutdingen aan je voeten. Ik weigerde en mocht op mijn sokken. Op een dag had ik gevoetbald en hingen er grote vochtige klonten gitzwarte modder aan mijn sokken,die die naar boenwas en chloor ruikende moeder niet had gezien. Tot ze het modderspoor op de trap zag. Een hartverzakking kreeg ze. Rode vlekken, hysterisch gillen, waarna de kast met schoonmaakspullen open ging. Ik wist niet dat mensen zoveel verschillende sponsjes, flesjes, borstels, dweilen en spuitbussen in huis kon hebben. Daarbij was de moeder niet de slimste - en in haar paniek helemaal niet - en wreef ze in een paar minuten tijd de voetbalveldmodder diep in de vezels. Onderdehand schold ze mij jankend uit. Hier was het laatste woord nog niet over gesproken. Ik kon het bij die mensen nooit leuk hebben door die eeuwige boenwaslucht. Nooit rook je een lamsbout in de oven of de hemelse geur van een dampende appeltaart. Altijd terpentine, Dreft, Glorix en andere smeerlapperij. Als je wat te drinken kreeg en ik zeg als omdat die momenten zeer schaars waren, dan was het meestal iets dat niet kon vlekken. Water dus. Het volwassen bezoek kreeg twee onderzettertjes onder elk glas en twee onderzettertjes onder elk flesje. Verder kreeg iedereen een eigen bakje muffe zoutjes. Anders werd het zo'n rommel.

Het zijn van de beelden die ik had verdrongen tot ik zelf kinderen kreeg. Die vertellen mij weer dezelfde verhalen. Want ook in 2006 bestaan er nog altijd naar schoonmaakmiddelen riekende huizen waarin je ongeschoeid moet schuifelen en waar de onderzettertjes tijdens het borreluur regeren. Dat zijn ook vaak gezinnen waar je als kind nooit kan mee-eten omdat de moeder er niet op gerekend heeft. Alsof je als kind iets spontaans als mee-eten drie dagen tevoren schriftelijk moet aanvragen. Ze rijden vaak in auto's van tien jaar oud en die ruiken nog altijd naar de showroom. Ouders van een vriend van mij gooien de krant die ze gelezen hebben in de vuilnisbak. Oude kranten geven rommel. Nooit lege flessen. Ook geen volle trouwens. 'Jongens, opruimen want we gaan eten!' riep de moeder van het vriendje. Alles moest terug in de doos. Ik keek verbaasd en verbijsterd omdat ik uit een gezin kwam waar de Trixtrein en de Fallerbaan in de kerstvakantie altijd gewoon volledig uitgestald op de eettafel bleven staan. De juskom stond naast de spoorwegovergang, het vlees leunde tegen het station en de sla schampte de pitstop van de autoracebaan. En soms begon de trein te rijden en bracht het zout richting mijn zusje.

Opgeruimde huizen en dan ook nog de familie op pantoffels of slippers. Het is god al jaren een doorn in het almachtige oog. En hij moest een voorbeeld stellen. Een voorbeeld dat de krant zou halen. En Boogerd werd zijn slachtoffer. En hoewel ik het zelden met god eens ben, moet ik hem nu gelijk geven. In huis geen slippers!!!

Wanneer wel? Nooit! Helemaal nooit!