Schemerlezen

Ergernis in Roden. Uw opinieredactie wil mijn brief niet plaatsen, misschien kunt u er wat aan doen.' Het gaat om de nieuwe leader van het NOS-journaal. Zoals overal elders op de wereld brengt de NOS een draaiende globe in beeld om duidelijk te maken dat er straks nieuws komt. Maar de aarde draait de verkeerde kant op, zegt de ingenieur in Roden. Of laat ik het preciezer zeggen: het gaat dàn weer de ene kant op en dàn weer de andere. En bij 'Twee Vandaag' gaat het altijd fout. Het is niet belangrijk, het is onnozel.'

De Rodense kritiek valt niet te negeren, want de ingenieur behoort tot de kleine groep lezers die AW-onderzoek stelselmatig verifiëren, corrigeren en aanvullen. Ook wordt daar in het noorden eigen onderzoek gedaan. Zo werd er aangetoond dat het verwarmen van een biljart geen meetbare invloed heeft op het rolgedrag van de biljartballen. Rodense hoon is er ook voor de precisie waarmee de nieuwe welgestelden antieke zonnewijzers in hun renaissance-tuintjes laten plaatsen. Alsof je daarop de tijd tot op de minuut nauwkeurig zou kunnen aflezen.

Het korte gesprek over de gewenste draairichting van een journaal-bol of een bureau-globe kreeg een onverwachte wending. Vast staat dat de continenten op een globe met de noordpool boven van links naar rechts voorbij horen te trekken. Van west naar oost. Vanuit het heelal op de noordpool kijkend ziet men de aarde tegen de klok in draaien. Op een globe met de zuidpool boven trekken de continenten van rechts naar links voorbij, wat toch nog steeds van west naar oost is. Vanuit de ruimte op de zuidpool kijkend ziet men de wereld met de klok meedraaien.

Het was die laatste precisering die Roden in verwarring bracht: kan een tol tegelijk linksom en rechtsom draaien? Met de klok mee en tegen de klok in? Ja, het kan en het moet zelfs. Het interessantst aan deze kwestie is nog de vraag waarom bijna alle volwassenen denken dat het niet zo is. Misschien zijn ze geconditioneerd door de ondervinding dat een rechtse schroefdraad aan beide kanten rechts is. Dat je daar wel aan beide kanten met de klok mee moet draaien.

De verblufte ingenieur sloeg terug met zijn vermoeden dat men niet overal op aarde per jaar evenveel natuurlicht ontvangt om een boek te lezen. Het was hem bijgebleven dat de zone rond de poolcirkel wat dat betreft het hoogst scoorde. Zo in de buurt van IJsland.

Dit is het schemerprobleem dat de AW-redactie deze week heeft bezig gehouden. Er zijn twee invloeden die de zaak onoverzichtelijk maken. Omdat de as van de aarde nogal scheef staat op het vlak waarin de aarde om de zon draait kennen we het afwisselen van seizoenen en - hier belangrijk - het lengen en korten van de dagen. 's Zomers kan er langer buiten een boek worden gelezen dan 's winters. Volgende week dinsdag is het 21 maart en staat de zon overal op aarde even lang boven als onder de horizon. Dag en nacht duren dan even lang, beweert men wel eens, maar dat is natuurlijk onzin: het is niet meteen nacht als de zon onder is. Dankzij de aanwezigheid van een dampkring treedt direct na zonsondergang een schemertoestand in die door astronomen in drie klassen is verdeeld. Zolang de zon nog geen zes graden onder de horizon staat heerst de 'burgerlijke schemering'. Zakt de zon beneden die zes graden 'dan kunnen we zonder kunstverlichting buiten niet veel meer doen', noteert de website van het KNMI. Tussen 6 en 12 graden spreekt men van nautische schemering, tussen 12 en 18 van astronomische. Pas daarna is het werkelijk nacht.

Gaan we er op aanraden van het KNMI van uit dat alleen tot aan het eind van de burgerlijke schemering (de 6 graden-limiet) buiten een boek kan worden gelezen dan valt te constateren dat op elk willekeurig moment op precies 55 procent van het aardoppervlak zonder kunstlicht gelezen kan worden. (Dat komt doordat de sinus van 6 graden precies 0,10 is, weet de HBS-er.) De burgerlijke schemerzone is behoorlijk breed, hierboven is de toestand voor 21 december op schaal weergegeven.

Op de maan is het eenvoudig. Daar is geen dampkring en de maanas staat praktische loodrecht op de maanbaan. Altijd en overal is de maandag precies even lang als de maannacht. Nergens kan extra lang worden buitengelezen.

Het schemeren dat door de aardse dampkring wordt veroorzaakt bevoordeelt vooral de hoge breedtes. Dat wordt het duidelijkst als men de aardas voor het gemak even rechtop zet. Boven 84 graden noorder- en zuiderbreedte zak de zon helemaal nooit verder dan 6 graden onder de horizon, daar kan altijd gelezen worden. Op lagere breedtes is het soms te donker, in de richting van de evenaar neemt de invloed van het schemeren af. Wat er aan dit beeld verandert als de aardas conform de werkelijkheid 23 graden uit het lood wordt geduwd wilde deze week nog niet helemaal duidelijk worden. Blijven de polen in het voordeel of zakt de zone met het meeste leeslicht naar lagere breedtes?

De AW-redactie liet zich afleiden door laterale twijfel. Het is een kleine moeite uit te rekenen hoe kort de burgerlijke schemering op de evenaar op zijn kortst duren kan. Volgende week zakt de zon er precies loodrecht naar de horizon. In 6/360ste van een etmaal staat hij 6 graden onder de horizon, dat is 24 minuten. Meestal duurt de burgerlijke schemering in de tropen dus langer. Ook bij ons, op 52 graden noorderbreedte, is de duur van de burgerlijke schemering volgende week minimaal. En hoe lang duurt-ie dan? Maar tien minuten langer dan in de tropen: 34 minuten. Welke fantast heeft toch beweerd dat de tropen geen schemering kennen en wij juist wel en hoe komt het dat iedereen hem gelooft?

Iets anders is of het eind van de burgerlijke schemering wel echt het eind is van het buitenlezen. Kan er dit weekend nog na half acht 's avonds buiten gelezen worden, dat is de vraag. Misschien ligt het leeseind wel bij 7 of 8 graden. We wachten af.