Problemen en oplossingen voor de Europese cinema

De analyse van Joyce Roodnat over de Europese cinema in Opinie & Debat van 25 februari gaat te makkelijk voorbij aan een aantal feiten en creëert een beeld van Europees slachtofferschap met Amerika als dader. Voor welke problemen staat de Europese cinema en wat zijn mogelijke oplossingen?

1. De Europese cinema is economisch gezien zwaar verlieslijdend. Dat komt voor een belangrijk deel doordat na de Tweede Wereldoorlog een subsidiestelsel werd ingevoerd waarbij de criteria van de markt werden vervangen door de regels van de overheid. Het resultaat is voor de Europese cinema desastreus geweest: praktisch alle grote Europese filmers zijn vertrokken naar de andere kant van de oceaan. En die aantrekkingskracht is nog niet over.

2. In Europa worden ongeveer evenveel films geproduceerd als in Amerika, maar die worden slechts door een fractie van de Europeanen bekeken. Wij kijken naar de films uit de VS, de populaire blockbusters maar ook naar de vele kwalteitsfilms van overzee. Want laten we elkaar niet in slaap sussen met de mythe dat er in de VS overwegend slechte films worden gemaakt. Integendeel.

3. De subsidiestelsels stimuleren de zgn. auteursfilm, met het accent op de creatieve individualiteit, maar doen te weinig voor het ambachtelijke, creatieve vakmanschap van het producerende team (producent, schrijver, regisseur, en financier). Het resultaat: veel `kunstfilms`, maar weinig publiek in de zaal.

4. Wanneer je de resultaten van de Amerikaanse filmproductie vergelijkt met Europa, moet je constateren dat de (Amerikaanse) marktwerking een betere kwaliteit en continuïteit levert dan het (Europese) subsidiestelsel. Kennelijk heeft de markt een betere `neus` voor de kwalitatief goede (publieks)film dan de subsidiënt.

5. In Europa moeten we ons denken over film en filmsubsidiëring aanpassen. Ik pleit voor een driedeling; a) filmsubsidie voor eerste kortfilms en langspeelfilms ter stimulering van jong talent. b) Een apart kunstfilmfonds dat zich richt op vernieuwende en bijzondere kunstzinnige films. c) Een ondersteuning van de marktwerking in de filmsector op langere termijn, waarbij het risico voor investeerders wordt teruggebracht naar redelijke proporties (belastingfaciliteiten).

6. Ten slotte pleit ik voor meer Europese samenwerking. Films moeten over de grens een kans hebben om in de markt succesvol te zijn. Het vereist wel dat de thematiek zodanig is uitgewerkt dat het lokale universeel wordt. Dat is een uitdaging die kwaliteitsverhogend werkt.