Op hun ziel getrapt

Als reactie op mijn laatste column kreeg ik verschillende verontwaardigde e-mails. Bijvoorbeeld omdat ik zou hebben geschreven dat ouderen alle dynamiek weghalen uit een organisatie. Daarmee bezondigde ik mij, zo werd mij verweten, ronduit aan discriminatie.

Die beschuldiging was juist geweest als ik dat inderdaad had geschreven, maar dat schreef ik helemaal niet en dat zou ik ook nooit doen, want ik denk er niet aan mijn oudere zelf af te vallen. Wat ik wel schreef, is dat het van belang is voor een organisatie dat er sprake is van een evenwichtige leeftijdsopbouw, van jonge honden en van ervaren ouderen en alles wat daar tussenin zit.

Dat het onderwerp leeftijd sommigen bitter kan stemmen, begrijp ik. Zo mailde iemand mij dat hij, afkomstig uit het bedrijfsleven, besloten had zich om te scholen tot wiskunde-docent. Hij deed dat na eerst de arbeidsmarkt te hebben verkend en van alle kanten de verzekering te hebben gekregen dat wiskunde-docenten niet aan te slepen waren. Om vervolgens, na te zijn afgestudeerd, te merken dat je als 52-jarige sollicitant zelfs niet eens wordt opgeroepen. Inderdaad heel treurig.

Daarnaast zijn er leraren die me schrijven dat het op hun school juist de ouderen zijn die de kar trekken.

'Jonkies onderscheiden zich vaak door een gebrek aan gedegen vakkennis, gevoel voor effectieve didactiek, oppervlakkigheid en gemakzucht bij het samenstellen van onderwijsmateriaal. Zij houden zich alleen in de bijwagen bezig met vernieuwingen. Laten we zuinig zijn op de grote groep van ervaren docenten. Maak gebruik van hun inzet, vakkennis, relativeringsvermogen, diepgang en vooral ook hun innovatievermogen.'

De mailschrijver vervolgt met: 'Je spreekt van wrange vruchten, van het gebrek aan dynamiek en van de ict-kloof. Dat had wel iets genuanceerder gemogen, een heleboel oudere docenten zijn aardig bijgeschoold en hebben een strijdlust en idealisme waarbij veel jongere collega's verbleken. Ook is hun vakkennis gemiddeld heel wat hoger in te schatten dan die van de jongere generatie, waaronder vrijwel geen enkele academicus kan worden aangetroffen. Veel vwo-leerlingen krijgen daardoor docenten die zelf nauwelijks de havo hebben kunnen halen. Is verjonging dan de oplossing?'

Vorige week werd ter gelegenheid van het verschijnen van mijn boek Drammen Dreigen Draaien; hoe het onderwijs twintig jaar lang vernieuwd werd een symposium gehouden in de Rode Hoed in Amsterdam. De zaal was gevuld met niet alleen mensen uit de wereld van het onderwijs maar ook met naar schatting ongeveer even zo veel belangstellenden uit andere beroepssferen. Uit de gesprekken na afloop bleek hoezeer die buitenstaanders onder de indruk waren van de vitaliteit van de zaal, de kwaliteit van de reacties en de oprechte betrokkenheid. Geen geklaag en gezeur dat het vroeger allemaal beter was, maar zoeken naar mogelijkheden die er voor leraren zijn om hun werk en hun werksituatie te verbeteren, hoe belemmeringen weg te nemen en wat ze in dit verband wensten dat de aanwezige politici zouden doen of nalaten.

Enkele aanwezige huisartsen verzekerden mij dat ze die dag hadden geleerd dat ze ondanks alle ellende van de nieuwe zorgverzekering, eigenlijk niets te klagen hadden. Het kon allemaal veel en veel erger, daar waren ze inmiddels wel achter gekomen. Anderen, werkzaam in het bedrijfsleven, verzuchtten: kenden ze bij ons maar zoveel bevlogenheid. En als ik de film van die middag terugdraai, realiseer ik me dat de aanwezige docenten voornamelijk ouderen waren.

lgm.prick@worldonline.nl