Ode aan het verhalende lied

Wim Sonneveld zag het al snel. 'De tijd zal leren wat Jasperina de Jong met haar talent gedaan heeft', schreef hij in 1963 op het hoesje van haar eerste grammofoonplaatje. 'Maar ze heeft talent, én het karakter om veel te bereiken'.

CALL GIRL: Jasperina de Jong zingt haar verhalen Jasperina de Jong Portret (Brigadoon BIS 088) Programma: **** Extra's: ****

Op dat plaatje stond het lied Call girl, waarin de nog net zo prille tekstschrijver Guus Vleugel de draak stak met het nieuwe verschijnsel van de telefoonhoer. De pas ontdekte cabaretière maakte er meteen een glansnummer van, door haar schalkse lachjes, haar stoute intonatie en haar typische tongval: een quasi-deftige uitspraak waarin het platte Amsterdams nog duidelijk hoorbaar was gebleven. Zo speelde ze een typetje dat onbekend was met het verschil tussen kennen en kunnen.

Voor de VARA was het nummer destijds te gewaagd. Een hoer kon men hooguit ten tonele voeren in een ernstige uitzending, maar niet in een amusementsprogramma. Dat er toch een tv-opname bewaard is gebleven, is te danken aan de VPRO die het wel aandurfde - nadat VPRO-directeur Spelberg, namens de toen nog door dominees bestuurde omroep, een stichtelijke inleiding had uitgesproken over de 'radeloze eenzaamheid' van deze jonge vrouw met haar telefoon. 'Hier past menselijk mededogen', besloot hij op ernstige toon. Alleen in zo'n context kon deze pikanterie op 10 februari 1963 door de beugel.

Call girl, het tv-debuut van Jasperina de Jong, is - helaas zonder die inleiding - ook het eerste en oudste nummer in de dvd-box Jasperina de Jong Portret die vorige week verscheen. Het is, alleen al getalsmatig, een imposante verzameling: zes schijfjes met in totaal 108 liedjes en sketches, twee complete musicals (De engel van Amsterdam en Fien), vier integrale tv-shows en allerlei extra's, waaronder tv-documentaires en -interviews (aandoenlijk te zien hoe Theo van Gogh in 1996 voor zijn gaste smolt) en gelukkig ook de supervalse nepdocumentaire The making of Nina Brink, de musical van Arjan Ederveen, waarin de hoofdrolspeelster een malicieuze parodie op zichzelf vertoonde.

De box is een bijkans uitputtend overzicht van vocale veelzijdigheid en cabaretesk raffinement, dat veel verrassingen te bieden heeft. Zoals een minder bekend nummer van Louis Davids, op de piano begeleid door een met hoge hoed getooide Ramses Shaffy, een poeslief gezongen, maar hoogst verneukeratief loflied op Joop den Uyl in diens aanwezigheid, een ontroerend liedje van Kees van Kooten en Harry Bannink en veel, veel meer. Geen wonder dat er in dit omvangrijke oeuvre ook wel eens een nummer voorbij komt dat de huidige kijker niet meer zal bekoren, omdat de referenties vervaagd zijn of de grap te flauw is geworden. En de Nederlandse showdans uit de jaren zestig (zie bijvoorbeeld de scènes uit de musical Sweet Charity) kan zich nu eenmaal niet meer meten met wat hier dezer dagen op dit gebied wordt gepresteerd.

Opvallend is wel dat Jasperina de Jong - mede dankzij haar hofdichters Guus Vleugel en Ivo de Wijs en haar vaste componist Joop Stokkermans - schitterde in een genre dat nu goeddeels verdwenen lijkt: verhalende liedjes met de grapdichtheid van een conference. Voor de tegenwoordige televisie is een liedje een zap-moment. Zelfs in Idols, waarin het nota bene om het zingen gaat, mag een optreden nooit langer dan een minuut duren - alsof we het luisteren naar een liedje verleerd zijn. Deze box laat zien hoe veel daarmee verloren gaat.

HENK VAN GELDER

Jasperina de Jong Portret (Brigadoon BIS 088) Programma: **** Extra's: ****