Minder fijn stof heeft direct effect op de lengte van het leven

De afname van de luchtverontreiniging met heel fijn stof in een zestal kleine Amerikaanse stadjes heeft geresulteerd in een daling van de sterfte daar met soms wel 25 procent. Dat is de eerste duidelijke aanwijzing dat maatregelen tegen de vervuiling met deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer (PM2,5 )een direct gezondheidseffect hebben.

(FILES) File picture from April 2004 shows metal-wire dividers on the E4 road outside Gavle, some 250 kms north of Stockholm. Sweden has posted its lowest level of road deaths since World War II thanks to extra barriers, seatbelt alarms and anti-lock brakes, transport officials said, 02 January 2006. Despite a one percent increase in traffic in the country of nine million inhabitants, 440 people were killed last year in traffic accidents, an eight percent reduction on 480 fatalities in 2004, the Swedish Road Administration said. AFP PHOTO - SVEN NACKSTRAND AFP

In 1993 werd voor het eerst zichtbaar hoe schadelijk fijnere stofdeeltjes kunnen zijn voor de gezondheid toen de resultaten van de Harvard Six Cities Cohort Study gepubliceerd werden. Met een net van meetpunten waren tussen 1979 tot 1990 PM2,5-stofdeeltjes geregistreerd in zes relatief kleine Amerikaanse stadjes, van het ernstig door kolencentrales vervuilde Steubenville in Ohio tot het betrekkelijk schone Topeka in Kansas. In ieder stadje werd in die periode de sterfte vastgesteld bij zo´n 1300 inwoners. Ditzelfde onderzoek is nu nog eens acht jaar voortgezet (American Journal of Respiratory and Critical Care Medicine, maart).

In de loop van de nu twintig jaar durende studie zijn alle stadjes schoner geworden, vooral het vervuilde Steubenville. Daar is de PM2,5 tussen 1979 en 1998 gedaald van 40 naar zo'n 25 microgram per kubieke meter. Die laatste waarde is in Europa de norm voor PM2,5, maar in Nederland wordt die hier en daar overschreden. De daling in Steubenville is te danken aan allerlei maatregelen om de roetdeeltjes van de centrales weg te vangen. Parallel ging de sterfte daar naar beneden met maar liefst een kwart. Vooral hart- en longziekten namen af. De sterfte aan longkanker veranderde niet. Die schade is blijkbaar veel minder omkeerbaar.

In een commentaar in hetzelfde tijdschrift wijst de Utrechtse milieu-epidemioloog prof.dr.ir. Bert Brunekreef op een aantal tekortkomingen van het onderzoek. Het aantal deelnemers was klein, zodat de resultaten met dergelijke betrekkelijk geringe veranderingen in de concentraties fijne stof niet zoveel zeggen. Verder is de verontreiniging tijdens de laatste acht jaar niet direct meer gemeten maar geschat op basis van het zicht vanuit de verkeerstorens op plaatselijke vliegvelden. Ook zijn de deelnemers in de tweede fase niet regelmatig geïnterviewd en daarom kan niet worden uitgesloten dat ook veranderde rookgewoonten aan de langere levensduur hebben bijgedragen.

Toch blijft de Harvard-studie volgens Brunekreef erg belangrijk omdat tot nu toe niet duidelijk was of het effect van fijn stof op de sterfte het resultaat van levenslange blootstelling was. Als dat zo is, hebben milieumaatregelen weinig of geen direct effect op de overleving. De nieuwe bevindingen laten zien dat ook recente blootstelling wel degelijk uitmaakt voor de sterfte aan hart- en longziekte.

Bart Meijer van Putten