Literatuuronderwijs moet leerlingen verheffen

Muziek en literatuur staan centraal in de boekenweek. Maar hoe leren we luisteren of lezen? Robert Anker pleit voor veel verplicht lezen om de ervaring van leerlingen te verdiepen. Henkjan Honing pleit voor veel luisteren - en daarbij hoeft heus niet elk aspect benoemd te worden.

Wachtende reizigers op het Centraal Station in Rotterdam, vanmorgen. (Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold ) Stakingen Lezen Zilvold, Rien

Mijn 5-vwo-klas - de laatste uit mijn loopbaan als leraar - telt 29 leerlingen, van wie zeven jongens. Acht leerlingen hebben een Marokkaanse achtergrond, 6 een Turkse, 6 zijn autochtoon Nederlands, 5 Surinaams, 2 zijn afkomstig uit het voormalige Joegoslavië, 1 uit Pakistan en 1 uit de Filippijnen.

Ik deel het eerste hoofdstuk van De avonden uit. Ik lees voor, zij lezen mee. ''Frits', riep zijn moeder uit de keuken, 'waar heb je de zoldersleutels gelaten?' 'Ik heb ze niet gehad', antwoordde hij, toen ze binnenkwam. 'Wie heeft ze dan gehad, dacht je?' vroeg ze. 'Ik heb ze niet gehad', zei hij. 'Heb je gisteren geen kolen gehaald?' ging ze voort. 'Gisteren heb jij toch kolen gehaald?' 'Nee', zei hij, 'ik heb geen kolen gehaald'.' Twee Marokkaanse meisjes kijken elkaar grinnikend aan: dat gezeur kennen ze maar al te goed. Later vraag ik hoeveel leerlingen het - nee, niet 'leuk' - maar, desnoods een beetje, mooi of interessant vonden. Zeven vingers. Mijn leraar Nederlands zei vroeger dat hij het maar voor drie leerlingen per klas deed maar dat klopt niet helemaal, je doet het ook voor de anderen, al weten die dat nog niet. Ze hoeven het niet leuk of mooi te vinden, ze moeten alleen opletten in de klas en ervoor zorgen dat ze het proefwerk voldoende maken. We noemen dat cultuuroverdracht.

Ook voor zestienjarigen is de wereld nog zoals je hem aantreft. Wil school dat ze De avonden lezen, dan doen ze dat, hoort er blijkbaar bij. Raar ja, maar er is zo veel raar, geschiedenis bijvoorbeeld, al die ouwe troep. Sommigen zullen het een beetje exotisch vinden vanuit hun culturele achtergrond. Dat vond ik op hun leeftijd ook toen ik Spel van tifa-gongs van Maria Dermoût las, en Een zwerver verliefd van Arthur van Schendel. De Nederlandse literatuur is altijd vol vreemde elementen geweest. Wat te denken van de Vlaamse letterkunde met al die nonkels en tantes non, of - adoe! - de Indische? Tja, en dan hebben we nu Abdelkader Benali, of Kader Abdollah, Nederlandse schrijvers met een bepaalde achtergrond - wat is het probleem? Het enige wat we niet moeten gaan doen is een extra plaats inruimen in ons literatuuronderwijs voor allochtone schrijvers, want die bestaan niet. Het enige wat ertoe doet, is de vraag of een in het Nederlands schrijvende schrijver goed genoeg is om toe te laten tot de literaire canon.

Na lezing van het eerste hoofdstuk van De avonden deel ik een lijst met 85 boektitels uit, 'Moderne Literatuur' staat erboven. Hij begint bij De stille kracht van Couperus en eindigt bij Publieke werken van Thomas Rosenboom. Vertaalde boeken zijn verboden (mag op veel scholen). De film bekijken in plaats van het boek lezen is verboden (een wijdverbreid gebruik). Boeken die aansluiten bij 'de belevingswereld van het kind' staan niet per se op de lijst (ik ken een school waar Carrie Slee mag), al vind ik ook niet dat ze moeten beginnen met Bert Schierbeeks Het boek ik. De boekkeuze moet aan een paar chronologische voorwaarden voldoen en wie meer dan één boek van dezelfde schrijver wil lezen moet dat kunnen motiveren.

Laten we nu eens zien welke richting het literatuuronderwijs in het Studiehuis heeft ingeslagen. Zoals bekend was het de mening van Bordewijks romanpersonage Bint, directeur van een middelbare school, dat de leraar niet moest dalen maar dat de leerling moest stijgen - we spreken ook wel van 'verheffen'. Vooral bij het literatuuronderwijs is dat duidelijk zichtbaar. De leerling zit bij Carrie Slee op schoot en moet stijgen naar Bordewijk. Hij moet voorbereid worden op de bovenkant van de samenleving waar hij door zijn opleiding terecht zal komen en waar niet Carrie Slee literair-cultureel waardevol wordt gevonden maar Bordewijk. Ja, ik weet het, ik heb de tijdgeest tegen. De vox populi, i.c. de hoofdredacteur van de Metro-krant, zegt (geciteerd in een van Bas Heijnes voortreffelijke stukken): 'Ik vind dat zogenaamde verheffen heel arrogant. Ik hoef jou toch niet te vertellen wat je moet vinden?'

De moeilijke taak van de leraar literatuur komt erop neer dat hij ter wille van dat verheffen voor zijn leerlingen boeken moet 'openen' die niet voor hen geschreven zijn. Dit nalaten zou misdadig zijn, omdat je de leerling iets heel belangrijks onthoudt: kennismaking met het onbekende. Een onbekende blik op een bekende wereld, onbekende opvattingen of gedragingen, een onbekende manier van omgaan met de taal, en niet in de laatste plaats: een onbekende esthetische sensatie. Als het een leraar lukt een aantal van zijn leerlingen hiervan iets te laten ervaren, is er pas werkelijk sprake van de zo vurig beleden wens tot verdieping: een verheffende ervaring van groei en grensverlegging, van begeleiding en sturing van de zelfwording, van empathie met heel andere mensen, van vergroting van de sensibiliteit voor onbekende esthetische ervaringen. Niet te veel zeuren over het vertelperspectief of algemeenheden als hét thema, maar proberen oog te krijgen voor de werking van een slotpassage met, ineens, vreemde poëtische woorden en lange meanderende volzinnen, of voor het eigenaardige gedrag van een personage, of voor de superieure ironie van dát woord op díé plek. Dat is allemaal heel iets anders dan leerlingen uitputtend vragen wat ze van een boek vínden, want dat komt nooit verder dan 'wel leuk', 'best wel zielig', of 'stomvervelend'. Het dóét er in eerste instantie niet toe wat ze vinden, het gaat om het aankweken van gevoel voor kwaliteit, niet om hun smaakontwikkeling (die overigens automatisch plaatsvindt). Maar wat lees ik in de inleiding van een Studiehuismethode voor literatuur: 'De eigen visie van de leerling op het literaire werk en de waardering ervoor staan centraal.' De openlijk beleden achtergrond van dit alles is dat de didactici van het Studiehuis bang waren dat leerlingen lezen niet leuk zouden vinden en leesplezier, daar gaat het toch om, dat is toch het doel van het literatuuronderwijs?

Neen! Dat is het niet! Het doel van het wiskunde-onderwijs is ook niet het aankweken van 'wiskundeplezier'.

Het doel van het literatuuronderwijs is tweeledig: kennismaking met waardevolle literatuur uit heden en verleden (waarbij de literatuurgeschiedenis een belangrijke rol speelt) en het openleggen van het fenomeen 'literatuur' as such - noem het 'verdieping'. Maar de verdieping die de inrichters van het Studiehuis voorstonden, bestaat in de praktijk uit het maken van uitvoerige leesverslagen die niet zelden integraal van internet geplukt worden, waarbij leerlingen niet schromen de afdeling waar het dus allemaal om moet draaien, de 'eigen visie', klakkeloos van een ander over te nemen! Toch hebben deze inrichters met het oog op die verdieping gemeend het aantal te lezen boeken aan een limiet te moeten binden.

Waar het vroeger heel normaal was dat leerlingen van het vwo in drie jaar tijd een dertigtal boeken lazen, mógen zij er nu nog maar twaalf lezen. Meer mag niet, want dan komen ze in de knel met het toegemeten aantal 'studielasturen'. Twaalf boeken in drie jaar tijd, dat is volgens eigen berekening der inrichters 3,5 uur per maand, ocharm! Voor de havo hetzelfde laken een pak: vroeger vaak twintig, nu acht. Men moet niet schrikken als zo'n boekenlijst, en dus de literaire canon, de waardevolle literatuur uit verleden en heden, er in de praktijk van het middelbaar onderwijs, vanuit het oogmerk van 'leesplezier' en 'verdieping', als volgt uitziet: één boek van de volgende auteurs: Tim Krabbé, Karel Glastra van Loon, Leon de Winter, Anna Enquist, Heleen van Royen en Herman Brusselmans, ter wille van wat historische diepte aangevuld met De aanslag en Het bittere kruid. Voilà de vrucht van twee jaar literatuuronderwijs. Bij het vwo staan daar dan nog bij: Karel ende Elegast, Beatrijs, Snikken en Grimlachjes en de film Karakter. Voor de havo-leerling is er geen literatuur geschreven vóór 1945 (wat zeg ik: vóór 1980), omdat het onderdeel 'literatuurgeschiedenis' is afgeschaft, hetzelfde belangwekkende stuk cultuuroverdracht dat in studielasturen voor het vwo is gehalveerd.

Kaalslag en infantilisering: we zouden ons diep moeten schamen, maar voor zover ik weet zijn hierover nog steeds geen Kamervragen gesteld, ook niet nu het Studiehuis wankelt.

Schrijver en dichter, tot voor kort leraar op een middelbare school. Zijn roman 'Hajar en Daan' speelt zich af op een multiculturele school.