Leefbaar Rotterdam mag geen Vlaams Blok worden

De partij kan advies gebruiken van een specialist in marketing voor minderheden, ontdekt Maarten Huygen.

De vermoorde politicus Pim Fortuyn had één ding door: ook een rechtse Rotterdamse partij kan niet zonder steun van allochtonen. Dus benoemde hij de uit Suriname afkomstige zakenvrouw Rabella de Faria tot wethouder en bracht hij allochtone Rotterdammers op zijn nationale kieslijst. De onverwachte overwinning van Leefbaar Rotterdam, vier jaar geleden, werd mede behaald dankzij allochtone kiezers. Maar het huidige Leefbaar Rotterdam heeft zelfs niet de schijn van een partij voor alle Rotterdammers. De Leefbaren steunen alleen op Rotterdamse autochtonen en die zijn onderhand met te weinig om de verkiezingen te winnen.

De verkiezingsnederlaag van vorige week is te wijten aan het nodeloos op stang jagen van mensen van niet-westerse herkomst. Dat is zonde van de prestaties van de Leefbare wethouders in de afgelopen vier jaar. Die komen waarschijnlijk niet meer terug. Namens de blanke oerstam gaat Leefbaar Rotterdam dan oppositie voeren met het gevaar dat de partij marginaliseert tot een Vlaams Blok. Zouden al die kiezers die Leefbaar Rotterdam meerderheden bezorgden in welgestelde wijken als Rotterdam Hillegersberg of Rotterdam Alexander dát hebben bedoeld? Mij lijkt van niet.

De Rotterdamse marketingspecialist René Romer kon het politieke lot van Leefbaar Rotterdam voorspellen. We zitten te praten in café restaurant Engels, vlakbij het Rotterdamse centraal station, dat met de Rotterdamse bevolking is mee veranderd. Een jaar of tien geleden had deze uitspanning nogVan der Valk-trekjes, nu zitten aan de belendende tafel vijf Somalische mannen aan de koffie, zoeken twee vrouwen met hoofddoek naar een plaats, terwijl even verderop een bekende cultuurpaus met zijn afspraak luncht.

Elke partij die groot wil zijn, moet het voorbeeld van restaurant Engels volgen dat door alle veranderingen van zijn publiek heen zijn identiteit als rustpunt met dienstbare obers en witte tafellakens niet heeft verloren.

Voor de marketing van ontbijtkoek, frisdrank, banken en allerlei overheidsdiensten doet Romer onderzoek bij minderheidsgroepen, vooral jongeren. Onder de vele allochtonen die hij sprak, zag hij de irritatie over de Leefbare politiek van jaar tot jaar groeien. 'Wat politici zeggen, gaat de gemiddelde man ook zeggen. Dat kun je hem niet kwalijk nemen', zegt Romer. En dat betekent dat de niet-westerse allochtoon de dag na een heftige uitspraak over de islam of over allochtonen meteen een reactie krijgt van de buurman, zijn collega, op het werk, in de disco of op straat. 'Mag je volgens de koran stelen bij niet-moslims?' komt dan als vraag naar aanleiding van een opmerking van Marco Pastors. De spanningen en ergernissen waren voelbaar in gesprekken rond de winkelkassa.

Alle allochtonen met wie Romer sprak, klaagden over dagelijkse last van discriminatie. Ze hebben er genoeg van dat ze alleen negatieve aandacht krijgen. Ze willen even géén aandacht. Mensen weten niet meer aan welke fatsoensnormen ze zich moeten houden. Iedereen die er anders uit ziet, krijgt steevast de vraag waar hij vandaan komt. In het televisieprogramma Nova werd het VVD-Kamerlid Cörüz zelfs gevraagd of hij was besneden. 'Daar geef ik geen antwoord op', zei hij terecht.

Nou moeten we zeker niet terug naar de multiculturele idylle van voorheen. Maar het maakt verschil uit of een politicus kritiek uitoefent op bevolkingsgroepen of dat zomaar iemand dat doet. Vier jaar geleden sprong Fortuyn in een politiek gat in de markt, toen de autoriteiten deden voorkomen of de burger niets zou merken van de honderdduizenden immigranten die uit arme landen naar Nederland kwamen. Maar in de jaren negentig leerden de meeste autochtonen persoonlijk allochtonen kennen en de ervaringen hadden niet de kleurenpracht die hun was voorgespiegeld. Inmiddels is het politieke gat in de markt wel gedicht. Alle partijen struikelden over elkaar om zich te storten op integratie. De stad Rotterdam heeft debatten over de islam gehouden waar burgers stoom konden afblazen. De publieke aandacht verplaatst zich naar sociale kwesties.

Het komt aan op het vinden van een gemeenschappelijke basis. Ook de Britse Conservatieven en de Amerikaanse Republikeinen werven op die manier onder minderheden. In Romers bundel, 'Thuis in Nederland; praktisch handboek voor diversity marketing' (Kluwer, 2002), wordt beschreven hoe een bedrijf of een organisatie zich met succes tot alle Nederlanders kan richten. 'Je moet de verschillen beseffen, maar je spreekt ze aan op de overeenkomsten', zegt Romer. Met schaatsheld Evert van Benthem in de tv-reclame wierf Calvé pindakaas alleen autochtone klanten. Een reclame van een klein jongetje dat groot wil worden, was universeler en kreeg ook aandacht van allochtonen. Maar Pastors propageerde dat zijn pindakaas juist niet door moslims wordt gegeten.

Ook niet-westerse allochtonen willen een veilig Rotterdam. Zij wonen juist in de wijken waar de klappen vallen. De Rotterdamse PvdA heeft geen grote naam op het gebied van veiligheid en de vraag is of ze hun leven hebben gebeterd. PvdA-lijsttrekker Van Heemst had lof voor het veiligheidsbeleid van Leefbaar Rotterdam. Inhoudelijk vallen de verschillen mee, maar lijsttrekker Pastors heeft Rotterdamse moslims onnodig van zich vervreemd door te suggereren dat zij de niet-gelovigen belagen. Als reactie toog de helft van de Rotterdamse allochtonen naar de stembus.

In Amsterdams kwam minder dan eenderde opdagen. Hoera voor Rotterdam dus. Leefbaar Rotterdam moet zich het resultaat aantrekken, ook als het in de oppositie blijft. Etnomarketing voor kankerende Franken, Saksen en Friezen levert alleen maar verlies op.