Klemmend zelfverwijt

Wie is de domste schaker? Hans Ree denkt aan zichzelf

Als Jan Timman en Peter Leko elkaar binnenkort zouden spreken, kunnen ze tegen elkaar opbieden over de misstappen die ze onlangs hebben begaan. Leko kan zeggen: 'Wat ik vrijdag 3 maart in Linares heb gedaan is verschrikkelijk. Ik gaf tegen Vallejo Pons remise in een stelling die zo makkelijk gewonnen was dat iedereen het zag, behalve ik. Het was het begin van de rot in mijn spel, waardoor niet ik maar Levon Aronian tenslotte het toernooi won. Ik ben werkelijk de domste schaker van de hele wereld.'

'Nee', kan Jan Timman dan zeggen: 'Wat ik zelf drie dagen later in Reykjavik deed was nog veel erger, want tegen Helgi Ziska, een 15-jarig jongetje van de Fär -er eilanden, gaf ik niet remise in een gewonnen stelling; ik gaf de partij zelfs op, terwijl ik alleen maar zijn dame hoefde te pakken om hem tot opgave te dwingen. Dat bewijst wel dat ik de allerdomste schaker van de wereld ben, niet jij.'

En als ik bij dat gesprek tussen de twee schaakreuzen aanwezig zou zijn, zou ik dan zelf nog iets kunnen bijdragen? Jazeker. Tegen Coen Zuidema heb ik eens een partij opgegeven waarin ik niet eens een goede zet hoefde te doen om remise te maken, willekeurig met mijn koning heen en weer schuiven was genoeg. Ik ben de aller-allerdomste schaker van de wereld.

Na dat ongeluk tegen Ziska kwam Timman overigens goed terug door vier partijen te winnen, maar tegen het eind verloor hij er weer twee. Het ziet er de laatste jaren naar uit dat hij altijd moe wordt tegen het eind van een toernooi.

Reden tot zelfverwijt had ook Magnus Carlsen, die een tijd bovenaan stond in Reykjavik, maar in de laatste ronde een heel voordelig eindspel verloor van de Egyptenaar Ahmed Adly. Of het eindspel echt gewonnen was voor Carlsen durf ik niet te zeggen, maar aan verliezen zal hij niet gedacht hebben tot het te laat was.

Op de dvd My Life for Chess, waar Viktor Kortchnoi een aantal hoogtepunten uit zijn schaakloopbaan bespreekt, is hij zeer royaal in zijn lof voor Carlsen, die hij de meest talentvolle schaker van de jonge generatie noemt: 'Misschien is hij op dit moment niet sterker dan bijvoorbeeld Karjakin, maar zijn geestelijke flexibiliteit en zijn gevoel voor het initiatief zijn fantastisch. Hij doet me denken aan Misja Tal. Natuurlijk moet hij zich nog verder ontwikkelen, maar als hij dat doet zal hij minstens het niveau van de beroemde Tal bereiken.''

Minstens het niveau van wereldkampioen Tal, de tovenaar van Riga, dat is niet gering. Het lijkt me overigens kenmerkend voor de nog steeds zeer ambitieuze Kortchnoi dat hij net Tal noemde, de man die er bijna nooit in slaagde om van hem te winnen. Ook als Carlsen een tweede Tal is, zal hij nog verslagen worden door een tweede Kortchnoi.

Milo Pavlovic - Magnus Carlsen, Reykjavik Open:

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 a6 4. La4 Pf6 5. 0-0 b5 6. Lb3 Lc5 7. c3 d6 8. d4 Lb6 9. a4 Lg4 Een verdediging die tot scherp taktisch spel kan leiden, een kolfje naar Carlsens hand. 10. axb5 axb5 11. Txa8 Dxa8 12. h3 Lh5 Met 12...Lxf3 13. Dxf3 exd4 zou zwart zich in grote problemen brengen vanwege 14. e5 dxe5 15. Lg5 met gevaarlijke aanval voor wit. 13. Dd3 Met het rustige 13. d5 kon wit de volgende complicaties vermijden. 13...exd4 Zwart moet meteen tot actie overgaan, want na 13...0-0 14. Lg5 zou wit beter staan. 14. Lg5 Lxf3 15. Lxf6 In aanmerking kwam 15. Dxf3 Pe5 16. Df5, omdat 16...Pxe4 dan niet gaat voor zwart wegens de aardige zet 17. Ld5, waarna wit zou winnen. 15...Lxg2 16. Kxg2 gxf6 17. Dxb5 Hierna krijgt zwart een zeer sterke aanval. Wit had 17. Ld5 moeten doen. 17...Ke7 18. Kh2 Pe5 19. f4

Dit wordt mooi weerlegd, maar echt goede zetten waren er niet meer voor wit. 19...Dxe4 20. fxe5 Tg8 21. exf6+ Kf8 22. Tf2 d3 Scherp berekend. Voor de hand lag 22...Dxb1, waarmee zwart zijn stuk terugwint en mat dreigt, maar na 23. Df1 zou het eindspel met ongelijke lopers nog problematisch zijn. 23. Dh5 Tg6 24. Df3 Wit zou graag met 24. Dxh7 opnieuw mat dreigen, maar dan verliest hij zijn dame na 24...Tg2+. 24...De5+ 25. Kh1 De1+ 26. Tf1 Tg1+ 27. Kh2 De5+ 28. Df4 Txf1 In feite zou 28...De2+ 29. Tf2 Lxf2 nog sneller winnen, maar tijdens een partij weet je het maar nooit met alle schaakjes die wit nog zou kunnen geven na 30. Dh6+ Kg8 31. Lxf7+. 29. Dxe5 dxe5 30. Pd2 Tf2+ 31. Kg3 Txd2 32. Lxf7 Nu wit bijna alles kwijt is kan deze loper er ook nog wel bij. 32...Kxf7 33. b4 Tf2 Wit gaf op.