Hollands dagboek; Arthur Japin

Arthur Japin (49), auteur van het Boekenweekgeschenk De grote wereld , werd deze week gebeld door zijn Opus Dei-nicht. Japin woont in Utrecht met Lex Jansen, uitgever van de Arbeiderspers, en Benjamin Moser, schrijver en medewerker van The New York Review of Books.

Arthur Japin opende dinsdag het Boekenbal. 'Daarna loop ik nog een uurtje rond, op blote voeten, wat me het gevoel geeft dat dit hele feest mijn pyjamaparty is' Foto Lex van Rossen AMSTERDAM, 14-3-2006. BOEKENBAL 2006 FOTO LEX VAN ROSSEN ARTHUR JAPIN ONTMOET LILIPUTTERS IN DE WANDELGANGEN Boekenweek Feesten Lichamelijke eigenschappen Rossen, Lex van

Donderdag 9 maart

Mijn agente belt om te vertellen dat George (A. Knopf) in New York en Rebecca (Chatto & Windus) in Londen De Grote Wereld gaan uitgeven. En de Boekenweek moet nog beginnen! Met George liep ik vorige maand nog vuil te rapen op het overwoekerde slavenkerkhof in Houston, maar hij heeft hierover niets gezegd.

Tijdens een interview, het dertigste op rij en deze week nog minstens zoveel te gaan, wind ik me op over 'het recht om anderen te kwetsen'. Daar had je tot voor kort toch nooit over gehoord? Ineens wordt het aan alle kanten opgeëist als was het een van de rechten van de mens. Wie verbaal geweld goedkeurt gaat er van uit dat woorden minder zouden kwetsen dan daden. Het tegendeel is het geval. Blauwe plekken genezen sneller dan de wonden die een woord kan slaan. Het is niet voor niets dat er altijd weer scholieren zijn die voor de dood kiezen om aan pesterijen te ontkomen. Als je propageert dat mensen elkaar met woorden kwetsen kan je met geen mogelijkheid hard maken dat datzelfde niet ook met andere wapens zou mogen.

Lezing in Hellevoetsluis. Voor het eerst nemen mijn roadies Margreet en Johan mij mee in hun boekenweekmobiel, een soort rijdende hotelkamer annex traiteur, die tot eind van de maand mijn tweede thuis is.

Vrijdag

Toen Henk Kraima (directeur van de stichting CPNB, red.) waarschuwde voor de gekte rond een Boekenweek, had hij nog niet eens gerekend met mijn Opus Dei-nicht. Sinds zij me, omdat ik in zonde leef, afraadde de begrafenis van mijn eigen moeder bij te wonen, bleef het een decennium ijzig stil. Nu is ze aan de telefoon.

'Ik dacht altijd: ik wacht met bellen tot hij helemaal aan de grond zit, maar dat gebeurt maar niet. Dus ik denk: ik bel maar vast.'

'Aan de grond?'

'Ja, financieel, als iedereen je heeft verlaten. Dan is je ziel ontvankelijk. Maar jij hebt zo'n succes, dat gaat niet meer gebeuren.'

'Mijn ziel staat altijd open voor iedereen, meestal zelfs te wijd.'

'In zo'n wereld waarin jij zit kan je toch de boodschap van Fatima nooit horen! De hele dag kom jij mijn leven binnen in interviews, op televisie. Daaruit begrijp ik wel waarom jij altijd werd voorgetrokken.'

'Voorgetrokken?'

'Als er een Brosreep over was gaf oma hem aan jou. En toen jij vijf was en met je ouders bij ons op bezoek was kreeg jij een glaasje sherry met nootjes.'

'Op mijn vijfde?'

'Ja, daar hebben wij het hier altijd over. Vijf jaar was je en dan sherry met nootjes en wij kregen niks!'

De hele dag gaan de interviews en voorgesprekken door, ook onderweg naar Montfoort om mijn solo te oefenen op de odaiko. Eerst wordt de drie meter hoge trommel gegroet, een eerbied die je vanzelf opbrengt als je eenmaal haar trillingen in je borst hebt gevoeld. Aansluitend mijn dirigentenkostuum passen en voor ik afreis naar een lezing in Apeldoorn naar de sportschool voor mijn dagelijkse 50 minuten cardio, even de sauna in en dan massage, want schrijven is geen topsport, maar schrijver zijn soms wel.

Zaterdag

Ik word wakker in de TROS Nieuwsshow. Mieke, van wie ik al heel lang heel veel hou, heeft me vorige week in de Balie diep geroerd met herinneringen aan onze jeugd. Altijd bijzonder als ik haar professioneel tegenover me heb. In Het Parool maakt Arnon Grunberg het mooiste compliment dat iemand me kan maken en biedt hij mij zijn vriendschap aan, waarin ik me van harte koester.

De postbode brengt Vol Verlangen, mijn cd. Op het tekstboekje een foto van mij als kleuter achter de Mozartvleugel. Even mis ik mijn moeder die ooit die foto nam. Het ontroert me dat de dingen niet voor niets gebeuren. Haar foto. De liedjes die ik dertig jaar geleden schreef. De Boekenweek brengt zoveel verleden weer tot leven!

Naar Artis voor de opnamen van de Grote Boekenquiz. Tomas Ross vertelt, wat ik niet wist, dat mijn vader al in de jaren '60 een lans brak voor de thriller als literair genre. Mijn keuze van de leden van mijn team, Kristien Hemmerechts en Abdelkader Benali, blijkt gelukkig want met zijn hyper-encyclopedische kennis wint Ab voor ons de finale. Ik vertel Hans Goedkoop, die presenteert, dat ik de afgelopen maanden zoveel continenten heb bezocht dat ik voorlopig niks liever wil dan thuis blijven en toch krijg ik een reis voor twee personen. Onmiddellijk borrelt mijn reislust op.

Zondag

In de ochtend neem ik met Fons Merkies de spreekpartijen op die hij mij heeft toebedacht in De Grote Wereld, zijn muziekstuk bij het Boekenweekgeschenk. Daarna dirigeer ik zijn werk voor het eerst met 'mijn orkest', het Harmonieorkest van NS. Ik breng de lessen in praktijk die ik vorige week heb gekregen van Jan Stulen en verdomd, het werkt. Ze spelen voor me! Zondag 19 maart wordt het menens als we met de Japin Express door het land rijden.

Lezing in het Letterkundig Museum in Den Haag en dan signeren in de bibliotheek. 'Wij Ashanti dansen niet, wij laten voor ons dansen!', sprak Kwasi Boachie in Batavia. Een oude heer vertelt mij deze familieoverlevering. Zo duikt er altijd weer iets op dat De zwarte met het witte hart springlevend houdt.

Naar huis om me om te kleden en dan naar Woestijnruiters. Op hun verzoek haal ik het skelet uit de kast dat ik in '69 kocht op de dag dat ik hoorde van de zelfmoord van mijn vader. Jeroen en Paul zijn op hun liefst als ze naar mijn verleden vragen. Het is vervreemdend. Die jeugd is zover weg dat hij ook voor mij alleen nog een verhaal is, maar publiek krijgt hij steeds een beetje leven ingeblazen. Alsof je een luchtbed oppompt waarvan je weet dat het lek is.

Maandag

Vandaag ontwaak ik in de studio van Plein Publiek. Mooi stuk in de Libération over Un charmant défaut. Samen met de reacties in de Amerikaanse pers op In Lucia's Eyes helpt dit eraan herinneren dat er buiten de Boekenweek nog een hele wereld wacht. Naar huis om het NOS-journaal te ontvangen en dan met mijn secondanten naar Leeuwarden. Eerst signeren, dan, in de Harmonie, interviewt Kees 't Hart me. Hartelijk en innig doet hij iets heel bijzonders. Hij toont aan dat De grote wereld ook gelezen kan worden als een metafoor voor het schrijverschap. Telkens als ik het in de tekst over de buitenstaander heb, leest hij 'de schrijver'. En het klopt. Dit zegt veel over hem, maar ook over mij. Zelden zo'n leerzaam gesprek gehad. Helaas moet ik snel weg om op tijd met Met het Oog op Morgen te spreken.

Dinsdag

Ik mis mijn schilderclub! Onder leiding van Robert Webster worstel ik alle andere dinsdagen samen met Rosita (Steenbeek), Han (de Vries) en andere fanatiekelingen van tien tot zes met marsoranje, groene aarde, Napels geel, maar deze weken moet ik verstek laten gaan.

De odaiko domineert vandaag het toneel van de Amsterdamse Stadsschouwburg. Ik bespeel haar even en breng dan in het Ambassadehotel de enige vrije middag van deze maand door met Lex en Ben. De grote wereld binnen de kleine, daar gaat het om. Om half negen rijden we erheen, naar mijn eigen Boekenbal in de Stadsschouwburg. Overal rondom zijn vrienden - Mieke die wil neuzen, Frank die straalt van trots, de ontroering van Rosita! Coen, Adri, Ineke en de familie van Lex, die er allemaal om zoveel redenen bij horen zijn rondom en ook van vreemden komt er zoveel hartelijks. Het beschermt tegen die enkele blik, die ik soms vang, zo woedend duister dat hij als een zwart gat door de lichten van de camera's heen breekt, want er is altijd een enkeling die zich verwondt aan andermans geluk. En dan, om twaalf uur verschijnt zij daar tussen de feestenden, de odaiko. Ik groet haar en met grote slagen openen wij samen de Boekenweek. Daarna loop ik nog een uurtje rond, op blote voeten, wat me het gevoel geeft dat dit hele feest mijn pyjamaparty is.

Woensdag 15 maart

Arbeidsvitaminen belt me wakker met de vraag naar mijn favoriete nummer. Acht misschien of anders negenenzestig? O, een nummer! Ik kan niets bedenken. Geen artiest, geen genre. Het is alsof er geen muziek bestaat. Ik ren naar boven en grijp de eerste populaire cd die ik zie en roep: Sting!

Als een knipoog van de wereld buiten het circus komt The New York Review met Bens nieuwste bijdrage.

Componist Fons Merkies komt langs om zijn versie van De Grote Wereld met me door te nemen. Signeren in De Bilt. Naar huis voor filmopnamen van De Besprekers. Verder is het vandaag een thuiswedstrijd, signeren en lezen bij twee buren: boekhandels Bijleveld en Broese.

De komende elf dagen blijft het patroon gelijk: drie, vier optredens per dag. 'Je moet er wel van genieten!', roept iedereen en dat doe ik maar in de eerste plaats is het werk, met gemak het zwaarste dat ik ooit gedaan heb, een tot op de minuut gepland schema waar je alleen met strikte discipline doorheen komt. Om middernacht thuis en soms, zoals voor Goedemorgen Nederland, om half zes weer op. Daarna nog lezingen tot eind april en dan, zo heb ik besloten, heel lang niets. Geen optredens meer, geen interviews. Kijken of dat lukt. Tot najaar 2007 uit zicht en alleen nog schrijven, dat zal bevochten moeten worden. De volgende roman is op een derde en wenkt me weinig subtiel: CNN meldt dat bij Amarillo de prairie in brand staat. Het is een teken van Granny, dat ik dringend door moet met het verhaal van haar leven. Zij heeft me geleerd wat je moet doen als het vuur je op de hielen zit. Er niet voor wegrennen, maar stilstaan, je omdraaien, een aanloop nemen en door de vlammen springen.