Hendrik Wijdevelds megalomane utopieën

Tentoonstelling: Ontwerp het onmogelijke. De wereld van architect Hendrik Wijdeveld, t/m 21/5 in: NAi, Museumpark 25, Rotterdam, Inl 010-440 1200, www.nai.nl. Publicatie €24,50.

Het Volkstheater dat Herman Wijdeveld gedacht had in het Amsterdamse Vondelpark, 1918. Illustratie uit catalogus Wijdeveld, Herman

Groots denken: daar was de architect Hendrik Wijdeveld (1885-1987) goed in. Met een schier onbegrensde verbeeldingskracht bedacht en tekende hij weidse, utopische concepten voor de stad, de kust, de natuur en de toekomst. Ook zijn persoonlijke verschijning was van een on-Hollandse Schwung: zijn taalgebruik was gezwollen, hij droeg jasjes van glinsterend brokaat en publiceerde ter gelegenheid van zijn honderdste verjaardag een boek met de weergaloze titel Mijn eerste eeuw.

Wijdeveld de kunstenaar en visionair, larger than life: het Nederlands Architectuurinstituut wijdt nu een overzichtstentoonstelling aan hem. Hij zou zelf hebben genoten van de heerlijk theatrale vormgeving ervan, met in de verduisterde zaal een verlichte ring van filmdoek en tekeningen die in de ruimte zweven. De teksten worden op de vloer geprojecteerd, helaas zo onscherp dat ze haast onleesbaar zijn. En dat terwijl ze door al het vakjargon al tamelijk ondoordringbaar waren.

Achter de branie waarmee Wijdeveld zich presenteerde, schuilt een samenhangende visie en een romantisch verlangen naar een ideale wereld. Architectuur en theater beschouwde hij beide als middelen om ervaringen te ensceneren. Geen wonder dat hij behalve woonhuizen ook decors, interieurs voor cruiseschepen en tentoonstellingspaviljoens heeft ontworpen. Hij was de drijvende kracht achter het tijdschrift Wendingen, dat met zijn expressionistische vormgeving de stand van zaken in kunst en architectuur tussen 1918 en 1932 weerspiegelde.

Met kunst wilde Wijdeveld de ontwortelde massamens weer tot een gemeenschap smeden. Zijn leven lang ontwierp hij plekken van samenkomst - al is er op de meeste tekeningen geen mens te bekennen. Al in 1918 tekende hij een suggestief Volkstheater in het Vondelpark, en in de jaren vijftig en zestig bedacht hij een kolossale pier met vrijetijdsfuncties als een vissersplatform én een danszaal. En in de jaren zestig tekende hij een badkolonie aan zee, die sterk doet denken aan het vier kilometer lange complex dat Hitler liet bouwen op het Duitse eiland Rügen. Wijdevelds utopieën grensden aan het megalomane.

Tegenover de chaos van de oude metropool poneerde Wijdeveld een nieuwe orde. De 'wens tot bevrijding uit de benauwenis der steden' die hij in de samenleving meende te bespeuren, vervulde hij door torens 'als geslepen kristallen' te tekenen langs radiaalwegen in een parkachtig landschap.

In zijn bijdrage aan de begeleidende publicatie verklaart NAi-directeur Aaron Betsky dat de planologie van Wijdeveld nu opnieuw actueel is: zijn idee over de 'stedenloze stad' zou een voorloper zijn van de netwerkstad van nu, omdat in beide de scheiding tussen stad en land vervaagt. Maar Wijdevelds ideaalbeeld was een strak geordende hoogbouw, niet de brei van bedrijventerreinen en vinexwijken die zich nu rond de steden uitspreidt. Juist die hoogbouw wordt nu overal gesloopt, om plaats te maken voor een soms al te uniforme zee van eengezinswoningen.

Andere denkbeelden van Wijdeveld zijn wel degelijk actueel. Zo bedacht hij een brede groene strook van Gelderland naar Zandvoort als een ecologische hoofdstructuur avant la lettre, en tekende hij al in 1939 bruggen over het IJ, een onderwerp waar Amsterdam zich nog steeds, of opnieuw, het hoofd over breekt.

Na de Tweede Wereldoorlog wierp hij zich op projecten die de mensheid weer hoop moesten geven: een geologisch onderzoekscentrum rond een vijftien mijl diepe schacht in de aarde (1944), en een rivierkloof waar duizenden kunstenaars de geschiedenis van de mensheid konden verbeelden (1948). Tot het einde van zijn leven bleef hij trouw aan zijn eigen motto, tevens de titel van een tentoonstelling van zijn werk in 1957: 'Plan the Impossible'.