H5N1: slagkruiser gezonken

Wat betekent een pandemie van het griepvirus H5N1 voor beleggers? Niet veel goeds, maar toch is het maar beter om zo degelijk mogelijk op de gevolgen voorbereid te zijn.

Toegegeven, moreel is het misschien niet helemaal in de haak, maar er zullen beleggers zijn die zich afvragen of er wellicht winst te halen is uit de vogelgriep. Of hoe de schade in ieder geval zo beperkt mogelijk kan worden gehouden. Naarmate de dreiging van een pandemie dichterbij komt, zijn er steeds meer instellingen die scenario's publiceren over wat er kan gebeuren als het H5N1-virus een variant ontwikkelt die niet alleen vogels maar ook mensen ziek maakt.

Wat is het effect van een pandemie op de financiële markten? Om die vraag te beantwoorden zal er een inschatting moeten worden gemaakt van de effecten op de economie en het bedrijfsleven, én een analyse van wat een uitbraak van de ziekte betekent voor het financiële systeem zelf. De Nederlandsche Bank (DNB) kwam deze week in zijn jongste kwartaalbericht met een analyse van deze twee onderwerpen. De conclusies zijn niet rooskleurig.

Om met de macro-economie te beginnen: de schok van een pandemie is zowel voelbaar bij de vraag- als de aanbodzijde. De bestedingen lopen flink terug, en dat wordt niet goedgemaakt door explosief stijgende zorguitgaven van 4,5 miljard euro. Aan de aanbodzijde zorgen een enorm ziekteverzuim van 25 procent tot 30 procent gedurende één tot drie weken en het haperen van - internationale - toeleveringsketens voor een fors lagere productie.

Al met al is er volgens DNB kans op een krimp van het bruto binnenlands product met minimaal vijf procent. Of dat later wordt goedgemaakt is maar de vraag: als een deel van de werknemers sterft dan kan het niveau van het bruto binnenlands product blijvend lager worden.

Hoe groot het effect is hangt af van de inschatting waarmee deze studies werken. Er wordt gerekend met een attack rate, die aangeeft welk percentage van de mensen besmet raakt, en met een fatality rate, die weergeeft welk percentage van de mensen de ziekte niet overleeft. In de diverse studies die de centrale bank aanhaalt varieert de attack rate van 20 tot 40 procent, en de fatality rate van 0,5 tot 2,5 procent.

Ongelukkig is dat er weinig referentiepunten zijn. Grieppandemieën zijn schaars. Los van de SARS-uitbraak drie jaar geleden, zijn er in de vorige eeuw maar drie grote griepgolven geweest. En slechts één daarvan, de Spaanse griep van 1918-1919, is wat kracht betreft vergelijkbaar met wat de wereld in een geval van vogelgriep te wachten staat. In Nederland, zo brengt de centrale bank in herinnering, stierf één op de vierhonderd mensen direct aan de gevolgen van de ziekte. Dat waren toen 17.000 mensen. Als ook aanverwante sterfte wordt meegeteld, dat stijgt de sterfte tot één op 250 mensen. Dat zou vandaag de dag neerkomen op tussen de 40.000 en 65.000 mensen in Nederland.

De economische gevolgen van een pandemie kunnen dus fors zijn. Dat geldt ook voor de financiële sector, waar verzekeraars en banken onder druk komen. Verwacht wordt dat de schok tot uitdrukking zal komen op de financiële markten. Tijdens de kortstondige en, achteraf bezien, beheerste SARS-uitbraak in Hongkong drie jaar geleden daalden de beurskoersen daar al met 17,5 procent.

'Wanneer marktpartijen vermoeden dat een pandemie zal uitbreken, zullen de beurzen mogelijk scherp reageren in anticipatie op een mondiale economische recessie', aldus DNB. Als de klap in het buitenland harder aankomt dan hier, dan bestaat ook nog het risico dat de euro in waarde stijgt, waardoor het verlies op buitenlandse aandelenbeleggingen, met name in Azië, nog hoger uitvalt.

Nu is een daling van de beurskoersen voor de belegger niet per definitie slecht nieuws. Met opties of termijncontracten kan bij koersdalingen in theorie een mooie winst behaald worden. Maar enige voorzichtigheid is geboden. De centrale bank stelt dat de mogelijkheid bestaat dat beleggers vluchten in 'liquide vermogenstitels'. Lees hier: Duitse staatsobligaties en soortgelijke effecten. Door die vlucht kan er op bepaalde deelmarkten juist een groot gebrek aan liquiditeit ontstaan. Ze drogen op, net als kortstondig gebeurde tijdens de crisis met het hedge fund Long Term Capital Management in 1998. Vooral de derivatenmarkten, en dus opties, termijncontracten en allerlei tussenvormen, zijn hier gevoelig voor. Het is dan ook de vraag of de prachtige papieren winst die wordt gemaakt door te speculeren op een koersdaling wel (tijdig) kan worden verzilverd als de crisis uitbreekt.

Heeft de belegger dus wel iets te kiezen bij een pandemie? Dat hangt er natuurlijk van af. Van te voren is nooit te zeggen hoe hevig de schok wordt, en of en wanneer een gedaalde beursindex een 'instapmoment' bereikt. De veiligste keus lijkt te liggen bij staatsobligaties. Maar als er iets spreekt uit het overzicht van de effecten van een H5N1-pandemie dan is het wel dat het wellicht beter is om helemaal geen belegger te zijn.

Niet dat De Nederlandsche Bank zich hier ook maar in de minste bewoordingen over uitspreekt - dat is de taak niet van centrale bankiers. Maar zoals het gezegde luidt in tijden van crisis: cash is king. De denkbare gevolgen van een mogelijke uitbraak van de vogelgriep lijken hierop geen uitzondering te zijn.