Flamboyant en hard

De Congolese oud-militieleider Thomas Lubanga is even flamboyant als meedogenloos. Tijdens persconferenties in de Oost-Congolese stad Bunia danste hij op tafel. Kindsoldaten, gewapend met kalasjnikovs, waakten over zijn veiligheid.

Thomas Lubanga FotoAFP (FILES) Photo shpws President of the UPC (Union of congoleses patriots) Thomas Lubanga, 01 August 2003 in Bunia. Lubanga, jailed since March 2005 in Kinshasa, boarded a military plane, accompanied by members of the UN war crimes court, on its way to The Hague 16 March 2006. Lubanga is suspected of warcrimes in Ituri end of 2002 and begining of 2003. AFP PHOTO JACK GUEZ AFP

Later, in de hoofdstad Kinshasa, liet hij zich door vrouwelijke lijfwachten omringen. Hij droeg zijn maatkostuum met allure. In het duurste hotel koos hij zijn wijnen met zorgvuldigheid.

Misschien voelt hij zich wel gevleid dat het Internationale Strafhof in Den Haag hem heeft uitverkoren als zijn eerste arrestant. Lubanga is een ijdele man die graag in de schijnwerpers staat. Gisteravond is hij per vliegtuig gearriveerd vanuit Congo. Onder grote belangstelling werd hij onmiddellijk overgebracht naar de gevangenis in Den Haag.

Thomas Lubanga is vermoedelijk 46 jaar. Hij maakt deel uit van de Gegere-tak van de Hema-stam in de Oost-Congolese regio Ituri. Hij verdiende veel geld in de oorlogseconomie van het ordeloze oosten tussen 1998 en 2003. Goud, hout, wapens, diamanten, overal handelde hij in.

Bijna vier jaar geleden werd hij leider van l'Union des Patriotes Congolais (UPC), een Hema-militie. Daarmee leken zijn commerciële belangen het best gediend. Gebruikmakend van oude, etnische fricties vocht de UPC met de Lendu-militie FNI om de suprematie in het gebied. Daarbij stelde hij zich opportunistisch op. Eerst liet hij zich met wapens steunen door Oeganda, later door Rwanda, twee verstokte rivalen die beide greep wilden houden op Oost-Congo.

Zijn grootste triomf was eind 2002 de inname van de stad Bunia. Dat was het startsein voor slachtingen onder de Lendu-stam. Mensenrechtenorganisaties hebben lijvige rapporten opgesteld over de vele wandaden die in deze periode zijn bedreven. Dorpen die werden platgebrand. Vrouwen die meerdere keren werden verkracht in het bijzijn van hun kinderen. In totaal zijn bij etnisch geweld in Ituri sinds 1999 zeker 50.000 mensen gedood. Meer dan 600.000 mensen werden uit hun huizen verdreven.

Nadat een Franse vredesmissie drie jaar geleden ingreep in Ituri, verhuisde Lubanga naar Kinshasa waar hij zijn militie wilde omvormen tot politieke partij. Op afstand bleef hij zijn strijders in Ituri controleren. Hij kwam in het nauw nadat militie-strijders op 25 februari vorig jaar negen soldaten van de Verenigde Naties vermoordden. De VN stelden de Lendu-militie FNI verantwoordelijk. De FNI gaf de schuld aan de UPC. Eerst werden de leiders van de FNI gearresteerd. Kort daarop volgde Lubanga.