En weer wordt het niks

Op de stellige conclusie (`En weer wordt het niks`) van Karel Knip over de toekomst van kernenergie (W&O 11 maart) valt het nodige af te dingen. In de toekomst die Knip bekijkt (40 tot 60 jaar vanaf heden) zal er sowieso nieuwe opwekkingscapaciteit moeten worden neergezet. Je kunt niet alleen kernenergie afwijzen en verder niets doen. Met andere woorden, een beoordeling van kernenergie moet vergelijkenderwijs tot stand komen. Knip vergelijkt kernenergie alleen met kolen- en gascentrales en besluit dan, op gezag van een Amerikaanse studie, dat die goedkoper zijn. In prijzen van nu of in prijzen van (bijvoorbeeld) 2030? De algemene verwachting is dat we dan voorbij de oliepiek zijn, wat niet alleen olie maar ook gas veel duurder zal maken.

Een tweede kostenbepalende factor betreft de voorwaarden waaraan een toekomstige energievoorziening moet voldoen: klimaatneutraal (met sterk verminderde CO2-uitstoot) of niet?

Buiten de VS wordt kernenergie daardoor qua kosten aantrekkelijker omdat voor kolen- en gascentrales emissierechten zullen moeten worden gekocht. Het wordt dan wellicht lonend om CO2 in de grond te stoppen waardoor fossiele bronnen mogelijk toch nog concurrerend kunnen zijn. Daar horen we van Knip niets over.

In plaats van kernenergie apart te bekijken is een zuiverder aanpak om alle opties voor klimaatneutrale energieproductie op kosten te vergelijken binnen een gegeven doelstelling voor emissiereductie. De vraag wordt dan: als we in 2040 200 megaton CO2 minder willen uitstoten dan in 1990, wat zijn dan de goedkoopste oplossingen? Deze aanpak wordt gevolgd in een gezamenlijke studie van ECN en MNP die vorige maand is gepubliceerd. Kernenergie komt er uit als een van de goedkoopste oplossingen, maar ook CO2-opslag scoort goed. De grote verliezers op kosten zijn duurzame bronnen zoals zon- en windenergie.

Ook op deze uitkomsten valt af te dingen. Het probleem van de studie is dat niet goed valt te achterhalen wat in de kostenplaatjes wel en niet is meegenomen. Knip wijst er terecht op dat voor kernenergie in principe de hele splijtstofcyclus moet worden beschouwd. Delven en verrijken van uranium en afvalbeheer veroorzaken niet alleen directe kosten maar ook additionele CO2 emissies. Al deze kosten kunnen weer gedrukt worden door een deel van de activiteiten in het buitenland te laten plaatsvinden. Deze kwestie wordt in de studie in een voetnoot afgedaan. De kosten die de studie berekent zijn de kosten voor de BV Nederland. Maar die bouwt geen centrales meer. Voor de toekomstige energievoorziening van Nederland zullen de kostenplaatjes van de Europese energiegiganten doorslaggevend zijn. Maar daar horen we niets over.