Eén jointje en je vliegt het leger uit

Is de landmacht leuk, ook voor een mietje als Cas van Kleef (17)?Hij loopt een dagje mee op de militaire basis in Eindhoven

VAN MIETJE TOT MILITAIR: doordeweeks leert de patatjeugd samenwerken bij de landmacht, in het weekend gaan de meestenweer naar huis. Foto Spunk Spunk

Om half zeven 's ochtends sta ik met een vriend op de militaire basis bij Eindhoven. Vandaag worden wij door majoor Van de Meijs en luitenant Van Hoeckel rondgeleid, en kunnen we zien wat de jongens en meisjes die ons land moeten verdedigen nou eigenlijk leren.

Als we de kazerne binnenlopen zie ik allemaal soldaten poetsen en vegen. Om kwart voor acht vindt er een controle plaats, en dan moet alles helemaal schoon zijn. We lopen langs de kamers van de soldaten, ze zijn druk bezig met het opmaken van hun bed. Irak is op het journaal, en er wordt met veel aandacht naar gekeken. Iedereen is 16 of 17 jaar, en ze zitten in de eerste weken van de AMO, de Algemene Militaire Opleiding. Als we door de gangen lopen hoor ik constant 'Goeiemorgen majoor, goeiedag luitenant'. De majoor legt uit dat er geen 'groetplicht' is tegenover hogere rangen, maar wel een 'teruggroetplicht.' 'Dus ook als ik ontzettend chagrijnig ben moet ik de hele dag terug groeten,' zegt een jonge soldaat.

De soldaten slapen met z'n vieren op een kamer, dus veel privacy is er niet. Luitenant: 'Tja, dat hoort bij soldaat zijn. Het is wel heel belangrijk om op je persoonlijke hygiëne te letten. Als je op een missie bent, en je verzorgt jezelf niet, kunnen zo honderd mensen aan de diarree zitten.' En als je nou een vriendinnetje op de basis hebt, wat doe je dan? De luitenant lacht. 'Heb elkaar lief, maar niet bij het leger, is ons motto.'

civiele blik

Het valt me op dat bijna alle militairen het hebben over 'de burgermaatschappij', en dat ze moeten omschakelen naar een 'civiele blik', als ze buiten de basis zijn. De kapitein van de basis legt ons uit dat het inderdaad een kleine maatschappij is. 'We hebben alle soorten mensen, hetero's, homo's, zwarte, witte, slimme en sterke.'

En deze maatschappij kent strenge regels. 'Als je hier een jointje rookt word je er meteen uitgegooid, zonder overleg. De rekruten mogen wel buiten de dienst om twee biertjes per dag drinken, maar zeker niet meer. Je moet ze discipline aanbrengen. We maken ze hier van patatjeugd tot militair.' Aye, aye kap'tein.

Maar ze zijn op een andere manier streng dan in het Amerikaanse leger: 'De Amerikanen zijn ontzettend goed in het doen wat ze wordt opgedragen, maar als ze in een onbekende situatie terechtkomen, weten ze niet wat ze moeten doen, en dan grijpen ze naar hun pistool. Wij leren in Nederland onze soldaten na te denken, zodat ze - als het moet - zelf beslissingen kunnen nemen.' Blijkbaar zijn het toch geen hersenloze vechters.

Als ik naar buiten loop zie ik dat de basis echt een kleine maatschappij is. In hun vrije tijd kunnen de soldaten naar de eigen legerbioscoop en er zijn een stuk of zeven huisartsen op de basis. De meest rekruten blijven hier door de week, en gaan in het weekend terug naar huis.

lange onderbroek

Het is tijd dat ook wij een militair uniform aankrijgen. Ik krijg een lange onderbroek, thermoshirt, shirt, basisjas, buitenjas, broek, een riem en kistjes aan. Ook al is alles drie maten te groot, ik voel me toch een ander mens met een uniform. Misschien ligt het aan de kistjes, maar als ik buiten ben neem ik extra grote stappen. De luitenant kijkt naar ons en lacht. 'Je kunt al meteen zien dat jullie geen militair zijn, want militairen mogen nooit met hun handen in de zakken lopen.' Met een schuldbewust gezicht halen we ze eruit.

Na een klasje bezocht te hebben dat les krijgt in het vak 'wondverzorging' stoppen we bij de geweerkluis. Onze begeleiders houden een verhaal over geweren, maar ik begrijp er niks van. Ik krijg ook een geweer in mijn hand geduwd, en schrik als ze zeggen dat je hier 300 meter ver mee kan schieten, met een snelheid van 3.600 km per uur. Gelukkig zijn deze pistolen niet geladen.

Hierna worden we in de legerjeep naar een ontzettend groot oefenterrein gereden. De soldaten liggen op de grond, en hun taak is om het gebied over te nemen, Alles in het leger gaat met een buddy, je doet nooit iets in je eentje à la Rambo. Je buddy checkt of alles goed is en helpt je met eventuele problemen. De geur van kruit prikt in mijn neus, en ik voel me toch een beetje onrustig, door al die schoten. Ik schrik me dood als een soldaat per ongeluk op mij richt, maar bedenk dan dat het losse flodders zijn.

Als het tijd voor de lunch is gaan we langs bij een groep rekruten die net terug komt van een mars. Ze zijn bepakt met pistolen, slaapzakken, matjes, gasmaskers, en nog veel meer. Ze hebben maar een korte 'pauze' om alles te doen: eten, pistolen schoonmaken en al het materiaal checken. We gaan er even bij zitten, en als de officieren weg zijn vliegen de scheldwoorden om je oren. 'Hey vuile slet, geef me die kaas eens aan', en meer van dat spul.

Ik spreek met Roy (17), die sinds een paar maanden deze opleiding doet. Ik vraag 'm of hij niet bang is om doodgeschoten te worden op een missie. Roy: 'Ja natuurlijk wel, maar ik heb eigenlijk stiekem ook niet zoveel zin in een missie. Je kan in het leger ook andere functies krijgen dan gevechtssoldaat.'

traangaskamer

De groepsleider roept dat er nog maar twee minuten over zijn en ik zie dat iedereen elkaar gehaast helpt met opruimen. Thomas (17) legt uit waarom: 'Als we elkaar niet helpen, zijn we veel te laat klaar, en dan moeten we alles opnieuw doen. Dat is de drill. Dus dan leer je wel samenwerken.'

Dan verzamelen we weer, en moet iedereen van de commandant op en neer gaan springen. Ik hoor potten en pannen rinkelen. 'Geluidsdiscipline!', schreeuwt de commandant. 'Als je straks door vijandelijk gebied rent, wil ik niks horen!'

We vertrekken, en lopen een tijdje door de bossen. De rekruten maken veel gebaren naar elkaar, waar ik niks van snap.

We stoppen even bij de gaskamer. Ja, inderdaad, een kamer waar gas wordt vrijgelaten, zodat mensen kunnen oefenen met een gasmasker. De majoor: 'Het is nu alleen nog maar traangas, vroeger zat er ook braakmiddel bij.' We lopen even naar binnen, en de geur van het gas is nog goed te ruiken. Opeens begint mijn neus ontzettend te prikken, en het lijkt wel alsof mijn ogen in brand staan. Ik ren naar buiten. Gelukkig ben ik niet de enige, en zie ik anderen ook met tranen over hun wangen lopen. Sterk spul, dat traangas.

Als laatste gaan we langs de 'schietbioscoop'. Een megagrote schietsimulator, waar je met z'n tienen naast elkaar kan leren schieten. Ik mag ook een gokje wagen, en ga in de schiethouding liggen op baan 9. Ik tuur om te zien of ik al wat zwarte stipjes op het scherm zie bewegen, en begin verwoed te schieten. Als het licht weer aangaat worden de scores van de banen opgenoemd. 'Baan 1: nul treffers, baan 2: één treffer, baan 3: nul treffers' dan ben ik aan de beurt. 'Baan 9.. drie treffers.'

Ik kijk ongelovig. Eigenlijk is het leger best leuk en zo'n mietje blijk ik dus helemaal niet te zijn.