Druk de nul in

Om een uur of tien 's ochtends ging de telefoon. Al jaren geleden ben ik ermee opgehouden, de beller te vertellen dat hij met Montag spreekt. Ik vind dat in deze gevaarlijke tijden de andere kant zich eerst bekend moet maken en dan kunnen we nog altijd zien. Deze keer hoefde dat niet. Voor ik iets had kunnen uitbrengen, zei iemand met Amerikaans accent: Hi! This is Brenda! Congratulations! You've just won... en toen noemde ze een groot bedrag aan euro's dat het voorschot was op een fantastische wereldreis die ik ging maken, als het aan Brenda lag. Ik hoefde alleen nog maar een nul te drukken. Ze stond op een bandje.

Hoewel ik geen nul heb gedrukt, bleef Brenda me bezig houden. Ik ken geen Brenda. Hoe wist ze dat ik een groot bedrag had gewonnen, terwijl ik niet eens wist dat ik ergens aan had meegedaan? Waarom geloofde ze dat ik dit bedrag aan een wereldreis wilde besteden, terwijl ik er niet aan moet denken dat ik op een ochtend wakker zou worden in het Melbourne Hilton, met een jetlag, de stad ingaan waar ik niemand ken en niets te doen heb, met het vooruitzicht dat ik de volgende dag naar Manilla moest, met hetzelfde perspectief?

Domme vragen. Brenda werkt in de branche van de telemarketing. Bijna iedere dag word je gebeld door iemand die je iets bijzonders wil verkopen. Ik maak die mensen duidelijk dat ik niets bijzonders wil hebben, waarna ze je nog een 'hele fijne dag' wensen. De periode van de 'hele prettige dag' is bijna voorbij. Maar afgezien daarvan: gesteld dat ik wel op de nul had gedrukt, dan was het niet volstrekt zeker geweest dat ik op een hele fijne wereldreis was gegaan. Je leest wel eens over mensen die na dit eerste drukken nog het een en ander moeten bijbetalen, dan een half jaar later vertrekken en op de tweede dag van hun totaal verzorgde wereldreis ontdekken dat ze in Palermo zijn gestrand, terwijl hun intussen onvindbare Brenda ergens anders hele fijne dingen aan het doen is.

De voorlopers van de overigens zo eerbare telemarketeers zijn de mensen die 'aan de deur' kwamen. Er werd gebeld. 'Ga jij eens opendoen', zei mijn moeder. 'En zeg maar dat we niets nodig hebben.' Voor de deur zat een man met een gleufhoed, gehurkt achter een geopend koffertje, een uitstalling van scharen, kammen, scheerkwasten, garen en band. Hij maakte een gebaar over zijn handel alsof hij een koninklijke schat vertoonde. Het sneed me door de ziel, maar zo was het nu eenmaal: we hadden niets nodig. Gelaten sloot hij het koffertje, stond op en sjokte naar de volgende deur. En dan was er de pindaman, een Chinees met een pet op. Hij probeerde pindablokken te verkopen. Vergeefs, maar hij bleef glimlachen.

Veel later verscheen in het televisieprogramma Hadimassa de eerste ambassadeur van de Chinese Volksrepubliek, gespeeld door Ton van Duinhoven. Hij werd geïnterviewd, vertelde dat hij voor de revolutie op Katendrecht had gewoond, en zo kwam het dat hij wel wat Nederlands sprak en was uitgekozen om Mao Zedong in Den Haag te vertegenwoordigen. Wilt u zich dan nog even in het Nederlands tot ons publiek richten, vroeg de interviewster. Van Duinhoven trok zijn minzaamste chinezengezicht, keek recht in de camera, glimlachte en zei: Boerenlul.

Iedere vordering van de techniek wordt door sommige mensen gebruikt om andere mensen iets te verkopen, meestal iets dat ze niet nodig hebben. Op mooie zomerdagen, voor de oorlog, verschenen er soms vliegtuigjes die het woord Persil in witte letters op de blauwe hemel schreven. Die mis ik wel. Niet zo lang geleden is iemand op het idee gekomen, gebouwen in renovatie met grote doeken te overtrekken en daarop commerciële aanbevelingen te doen. Intussen was internet uitgebouwd tot het mondiale web, en zo komt het dat er tot in de verste uithoeken mensen zijn, die ervan overtuigd zijn dat er iets aan je geslachtsdelen mankeert, en die daar wel raad op weten. SPAM. Tegen die boodschappen worden dan weer vangnetten gebouwd, maar er zijn altijd weer spammers die slimmer zijn dan je verdedigers.

Wie trapt erin? Wie laat zich verleiden door Brenda, de pindaman, de spammer, de gladde kletskous van de radioreclame, de spastische hiphopper op de televisie? Miljoenen. Het wordt steeds vrolijker op deze planeet. Steeds meer mensen houden zich in leven met het maken van dingen die niemand nodig heeft, maar waarover andere mensen dan weer zo overtuigend kunnen vertellen, dat de meeste mensen gaan denken dat ze die dingen wel nodig hebben. Klaag niet. Daaraan hebben we onze ongekende welvaart te danken.