De analfabetische luisteraar kan ook Groot Luisteren

Muziek en literatuur staan centraal in de boekenweek. Maar hoe leren we luisteren of lezen? Robert Anker pleit voor veel verplicht lezen om de ervaring van leerlingen te verdiepen. Henkjan Honing pleit voor veel luisteren - en daarbij hoeft heus niet elk aspect benoemd te worden.

USA - New York - 04-05-2005 Metro , vrouwen van div. nationaliteiten staren voor zich uit of luisteren via oordopjes naar muziek. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

Het is een bijzonder talent als je muziek kunt verwoorden zoals muziekcritici dat kunnen.

Zij ontsnappen 'door de geheimzinnige klankgaten halverwege het Allegretto naar een denkbeeldige tuin in een vergeten voorstad van een gedroomd Parijs' (Elmer Schönberger in Het Gebroken Oor) of schrijven dat de musicus speelde 'alsof hij zich op een boomstam liet meedrijven over het afwisselend woest stromende en dan weer voortkabbelende water van een mysterieuze rivier' (Wenneke Savenije in NRC Handelsblad). Ook beschikken zij over een schatkist aan muziektechnische termen die delezer duidelijk moeten maken hoe de onderliggende muzikale structuur in elkaar steekt, zoals 'toonclusters' of 'cyclische reeksen'.

Is het voor de geletterde luisteraar met al zijn kennis en ervaring al zeer moeilijk muziek te verwoorden, de leek is wat dat betreft al helemaal nergens meer. Woorden als 'mooi' of 'mega' of 'dat je er energie van krijgt tijdens het studeren', zijn voor muziekprofessionals niet voldoende. Zij schudden het wijze hoofd en constateren dat de essentiële aspecten van de compositie aan de luisteraar voorbij zijn gegaan.

De leek kan het niet verwoorden, dus hij zal het ook wel niet horen. Hij kan in het beste geval iets zeggen over zijn eigen stemming: ontroering, blijdschap, verdriet of opwinding. Dat lijkt muziekcriticus Elmer Schönberger althans te bedoelen met zijn pleidooi voor Het Grote Luisteren (Huizingalezing 2005), een aanklacht tegen het 'oppervlakkige luisteren' in onze cultuur.

Schönberger benadrukt daarnaast het belang van de indruk die muziek in zijn jeugd gemaakt heeft, nog voordat Het Grote Luisteren begon. Juist als de luisteraar nog ongeletterd is, komt muziek het hevigst aan. John Sloboda van de Universiteit van Keele heeft langdurig onderzoek gedaan naar muziek, talent en de rol van emoties daarin. Conclusie: veelvuldige en emotioneel geladen blootstelling aan muziek op jeugdige leeftijd speelt een cruciale rol in de ontwikkeling van wat we gewoonlijk muzikaal toptalent noemen.

Het is dus zaak om vooral in het basis- en middelbaar onderwijs ruim aandacht te besteden aan het luisteren. Want Schönberger heeft gelijk: er bestaat zoiets als Hoger Luisteren, een door veel en gevarieerd luisteren ontwikkelde vaardigheid. Dat kan beginnen met een overweldigende ervaring als de luisteraar nog 'ongeletterd' is, maar moet gevoed worden door geïnspireerd en wervend onderwijs. Als kinderen luisteren naar zogenaamde 'oppervlakkige muziek', laat ze dan vooral op een speelse manier kennismaken met andere muziek. Als kinderen 'oppervlakkig luisteren', kun je ze leren wat er allemaal in hun muziek te beluisteren valt. Maar critici als Schönberger hebben ongelijk als ze denken dat zulk onderwijs per se 'talig' moet zijn, in de zin dat muziek alleen met woorden geduid en begrepen kan worden. Muziek bestaat niet alleen uit de abstracte architectonische compositie, 'de muziek zelf', maar voor een minstens even groot deel uit interpretatie- en uitvoeringsnuances en het luisteren zelf. Zonder luisteraar geen muziek. We prefereren niet voor niets de ene uitvoering boven de andere, terwijl dezelfde noten gespeeld worden. En juist die uitvoering samen met de impact die deze heeft op de luisterervaring zijn in principe niet-talig en onverwoordbaar.

Ook wie geen muziekopleiding heeft gehad, wie zegt geen ritmegevoel te hebben of geen toon te kunnen houden, heeft aanleg voor muziek. Muziek is, naast taal, een fundamenteel aspect van de menselijke cognitie. Wie van mening is dat alleen professionals, zoals musici, muziekrecensenten en musicologen, echt wat weten van muziek, gaat voorbij aan een fundamenteel gegeven: het luistertalent van de in ons allen huizende analfabetische luisteraar. Je hoeft geen specifieke muziekkennis te hebben om muzikaal te zijn.

Filosofen als Schopenhauer en Langer waren er duidelijk over, en ook Schönberger benadrukt dit: muziek is niet na te vertellen - dat kan frustrerend zijn voor een muziekcriticus. De onverwoordbaarheid van de luisterervaring bestaat uit twee componenten: dat wat niet te onthouden is en dat wat niet gezegd kan worden.

Wetenschappelijk gezien valt er echter best wat te zeggen over de ervaring van de luisteraar. Net als kleurschakeringen of smaaknuances, die zich ook niet eenvoudig in woorden laten vatten, is muziek voor een aanzienlijk deel te begrijpen met methodes zoals ze in kleur- en smaakonderzoek gebruikt worden. De meeste mensen kunnen het verschil tussen twee verschillende smaken misschien niet benoemen, ze kunnen het wel onderscheiden. Met luisteren is dat net zo. We weten misschien niet precies waarom een bepaalde wending in de muziek ons zo raakt of waarom we iets zo spannend vinden klinken, maar we horen het wel degelijk.

Kennelijk hebben we daar allemaal een talent voor. Volgens Steven Mithen in zijnboek The Singing Neanderthals is muziek zelfs ouder dan taal en al sinds de prehistorie diep verweven met ons sociale en emotionele leven.

Recent onderzoek laat zien dat onze muzikale vaardigheden er inderdaad al vroeg in zitten. Aan de Universiteit van Toronto onderzochten wetenschappers de muziekbeleving van slechts enkele maanden oude baby's. Ze lieten hen eenvoudige ritmes horen (in twee- en driekwartsmaat) en traditionele Bulgaarse muziek, die gebruikmaakt van complexere maatsoorten. De baby's bleken gevoelig te zijn voor de verschillen tussen beide soorten ritmes.

Een ander voorbeeld van zo'n luisterexperiment werd aan de Universiteit van Amsterdam uitgevoerd. Luisteraars met verschillende achtergronden en voorkeuren werd gevraagd een originele cd-opname te onderscheiden van één die op een ander tempo was opgenomen, maar op hetzelfde tempo als de andere opname werd gepresenteerd. Net zoals we meteen zien dat er iets niet klopt met de snelheid (het tempo) van een oude zwart-witfilm - Buster Keaton loopt vreemd gehaast -, blijken de meeste luisteraars te horen dat er iets niet klopt in de timing van een versnelde of vertraagde opname. Muzikale opleiding lijkt geen rol te spelen, wel bekendheid met het repertoire (rock, jazz of klassiek). Naast aanleg is het dus ook de luisterervaring die een belangrijke rol speelt. Deze studies hebben eigenlijk allemaal dezelfde boodschap: mensen zijn muzikaler dan ze denken.

We hebben allemaal een aanleg voor muziek die zich, mits in de juiste kaders aangeboden, tot grote hoogte kan ontwikkelen. Dat vraagt echter om luisteronderwijs dat zich vooral concentreert op de niet-talige aspecten van muziek. Het kunnen benoemen of verwoorden van muziek (zoals ons in menige muziekles wordt gevraagd) is van ondergeschikt belang, omdat muziek, de uitvoering en de luisterervaring in essentie niet-talig en fundamenteel onverwoordbaar zijn.

Henkjan Honing is verbonden aan de leerstoelgroep muziekwetenschap en het Institute for Logic, Language and Computation (ILLC) van de Universiteit van Amsterdam (www.hum.uva.nl/mmm/hh).

Henkjan Honing is verbonden aan de leerstoelgroep muziekwetenschap en het Institute for Logic, Language and Computation (ILLC) van de Universiteit van Amsterdam (www.hum.uva.nl/mmm/hh).