Briljant terloopse foto's van de alledaagse natuur

Tentoonstelling: Diep Licht, foto's van Marnix Goossens. T/m 7/5 in: Fries Museum, Turfmarkt 11, Leeuwarden. Di t/m zo 11-17u. Inl: 058-2555500, www.friesmuseum.nl. Catalogus € 29,50.

Marnix Goossens, 'Soundwall' 2003 Goossens, Marnix

Kan een plant verliefd kijken? Op de foto's van Marnix Goossens (Leeuwarden, 1967) in ieder geval wel. Het werk Vertiligo (2005) laat zien hoe een blad van een kamerplant zich als een aanhankelijk wezen zachtjes tegen zijn buurman vlijt. De knuffelpartij is romantisch in beeld gebracht - een tikkeltje overbelicht, en met een zwoele soft-focus-zweem die je onmiddellijk terugbrengt in de jaren zeventig. Dat retro-gevoel wordt versterkt door de soort plant: die bleke, groenomrande bladeren kon je dertig jaar geleden in iedere huiskamer vinden.

Goossens maakt foto's van doodgewone dingen - plastic bloemen in een vaasje, of een patroon van wolken op een muur van reliëfbehang - maar doet dat op zo'n manier dat bij de kijker een heel vat aan herinneringen wordt opengetrokken. Zo'n vaasje had oma vroeger ook op de vensterbank staan. En dat behang, bestaat dat nog?

Op zijn tentoonstelling Diep Licht in het Fries Museum zijn zo'n veertig fotowerken uit drie categorieën bijeengebracht: portretten, landschappen en stillevens. De natuur is een steeds terugkerende inspiratiebron, maar verwacht bij Goossens geen spectaculaire vergezichten of ongerepte wildernis. ,,Het mag geen ansichtkaart zijn', zegt de kunstenaar in een reportage van Omroep Friesland, die de tentoonstelling inleidt. En dus fotografeert hij de coniferen in de achtertuin, die exact dezelfde kleur groen zijn als het pas gemaaide gras aan hun voeten. Of richt hij zijn camera op een mysterieus gat in een rododendronstruik.

Soms is de natuur in reproductievorm aanwezig, zoals de rozen op een zonwering die na decennia zo verbleekt is dat je er haast doorheen kunt kijken. En soms verschijnt de natuur op plaatsen waar je haar niet verwacht: langs de snelweg bijvoorbeeld. Goossens wist een geluidsscherm (Soundwall, 2003) met daarvoor een onbenullig struikje zodanig te fotograferen dat het geheel de allure krijgt van een tropisch regenwoud. Een vogel vliegt op. Dat hij nep is - een sticker die moet voorkomen dat soortgenoten zich te pletter vliegen - heb je pas in tweede instantie door.

Maar als Goossens zich echt in de jungle begeeft, bijvoorbeeld tijdens een van zijn reizen door Azië, lijkt hij zich opeens geen raad te weten en vervalt hij in clichés. Cascade (2002) is een foto zoals je die ook in reisbrochures aantreft. De waterval is met lange sluitertijd genomen, waardoor het lijkt of het water als een witte sluier langs de rotswand glijdt. En Jungle (2002) ziet eruit zoals je van een jungle verwacht - veel groene boomtoppen en een dampende lucht erboven. Deze beelden missen de briljante terloopsheid van zijn 'Hollandse' foto's.

In zijn portretten heeft Goossens vooral een scherp oog voor zaken met een hoog lulligheidsgehalte. Hij laat een vriendin poseren in een suf bloemetjesjurkje, en zet zichzelf te kijk in een cowboybloes. Het zijn beelden met een gezonde dosis zelfspot, overgoten met een dun laagje camp. Maar soms weet de fotograaf geen maat te houden. Voor het portret Lawrence en Liz (2001) heeft Goossens een krankzinnig decor gevonden: een hotelkamer met afzichtelijke bruine vloerbedekking en een ouderwets bed van hardboard. Het stel zit naakt op een bruine wollen deken. Over hun schouders heen kijken we met hen mee naar een wallposter van een herfstlandschap; op zich al een absurd tafereel. Om dan ook nog eens hun ruggen te bedrukken met neptatoeages van een panter en een tijger, is een beetje te veel van het goede. Zonder die vette knipoog was de foto beter geweest.

Goossens is op zijn best als hij dicht bij huis blijft, en de onverwachte kanten laat zien van plekken, dingen en mensen die we zo goed denken te kennen. Als hij ons met zijn nuchtere, relativerende blik wijst op gekke details in ons dagelijks leven. Gewoon is bij hem al mooi genoeg.