Weekboek 10

Op internet in de rij staan voor een schrijver

Boekenbaldivo Arthur Japin geeft als eerste Nederlandse schrijver een elektronische signeersessie. De stunt is bedacht door de nieuwe internetboekhandel Cosmox. Op maandag aanstaande kunnen fans bij Cosmox een boek kopen, dat vervolgens online door Japin gesigneerd wordt. Het signeren wordt gevolgd door twee camera’s: eentje voor een live feed op de site van de boekhandel, zodat alle bezoekers Japin aan het werk kunnen zien. De andere camera registreert een close-up van het signeren zelf. Dit kan alleen gezien worden door degene die op dat moment aan de beurt is. ,,Dus als jij vertelt aan Japin dat hij ‘gefeliciteerd met je verjaardag’ in het boek moet schrijven, kunnen de andere mensen dat niet zien,” legt Hanneke Lutz van Cosmox uit.

Cosmox is een onderdeel van megamediaconcern Bertelsmann. De in januari gelanceerde internetboekhandel hoopt in een ware Blitzkrieg Nederland te veroveren, nog geen drie jaar nadat Bertelsmann zijn internetboekhandel Bertelsmann Online (Bol.com) van de hand deed. De erfenis van Bol schijnt duidelijk door in het uiterlijk van Cosmoxs internetpagina. Om het succes van Bol te overtroeven, wil Cosmox in alle opzichten een ‘echte boekhandel’ zijn. Dat wil zeggen, ook voorzien in informatie over en contact met schrijvers. Lutz: ,,Denk aan meettheauthor.com, een site met filmpjes van schrijvers die over hun eigen boek vertellen. Dat willen wij ook doen.’ Is het online signeren een wereldprimeur? ,,Ik heb het in ieder geval nog nergens gezien.” Als alles goed gaat, zet de Vlaamse misdaadschrijver Pieter Aspen in april zijn handtekening voor de fans.

Duitse boeken wél op boekenbeurs in Teheran

De Frankfurter Buchmesse ligt onder vuur vanwege haar deelname aan de boekenbeurs in Teheran, begin mei. In een open brief heeft de Deutsch-Israelischen Gesellschaft (DIG) Buchmesse-directeur Jürgen Boos opgeroepen de beurs dit jaar over te slaan. ,,De boekenbeurs in Teheran is niet uitsluitend een culturele, maar ook een politieke gebeurtenis,” schrijft Jochen Feilcke, voorzitter van de Berlijnse afdeling van de DIG.

Directe aanleiding voor de oproep zijn president Ahmadinejads uitlatingen over de Holocaust. Zijn credo dat de jodenmoord een ‘Westerse mythe’ is, heeft hij al diverse malen ten beste gegeven. Dat kwam hem in februari dit jaar op een officiële waarschuwing van kanselier Merkel te staan. Jürgen Boos heeft benadrukt dat hij deze uitlatingen scherp veroordeelt. Maar hij vindt het geen reden om de Iraanse bevolking af te snijden van Goethe en Grass. ,,Ook in de jaren van het IJzeren Gordijn hebben wij altijd geprobeerd om de bevolking van totalitaire landen de toegang te verschaffen tot de Duitse literatuur, die geen censuur kent,” vertelde hij aan Börsenblatt.

Eindelijk een Arabische vertaling van Proust

Eindelijk is Marcel Prousts À la recherche du temps perdu beschikbaar voor de Arabisch lezende wereld. De vertaling van de zeven delen van de cyclus heeft in totaal 29 jaar geduurd.

Dankzij het ijzeren patriottisme van de Fransen verschijnt dit jaar de Arabische versie van het laatste deel, Le temps retrouvé. De vertaling is gefinancierd door het Centre Français de Culture et Coopération (CCFC) in Cairo, een tak van de Franse ambassade in Egypte. Volgens het Arab Human Development Report van de VN worden voor de gehele Arabische wereld jaarlijks maar 330 boeken vertaald. Er is nog een groot taalgebied dat zo in haar eigen literatuur gekeerd is: het Engelstalige. De Fransen gaan daar traditioneel hard tegenin. Het vertalen en uitgeven van Franse literatuur is al twintig jaar deel van hun missie in Egypte.

Opgelucht is de gelauwerde Egyptische schrijver Gamal Ghitany. ,,Ik heb altijd gevreesd dat ik deze wereld moest verlaten voordat ik À la recherche du temps perdu helemaal gelezen had,’ schrijft hij in de Franse krant Le Monde. Ghitany verhaalt van de lange weg die de boeken moesten afleggen. De eerste drie delen werden eind jaren zeventig in Syrië ter hand genomen door vertaler Elias Badiwi. In 1980 werd het project stilgelegd vanwege geldgebrek. Totdat de Fransen er lucht van kregen. In 1994 kon Badiwi beginnen met deel vier en vijf, die na zijn overlijden in 1997 verschenen. Jamal Chehayed, ook een Syrische intellectueel, vertaalde de laatste twee delen. De vruchten van hun inspanning zijn in januari op de Internationale Boekenbeurs van Cairo gepresenteerd.