Wat in Kiev mocht mag niet in Minsk

Vraag voor de oppositie-kandidaat: “Bent u alcoholist of voorstander van het homohuwelijk?“

De Wit-Russische president schuwt geen enkel middel.

Arrestatie van Wit-Russische demonstranten in Minsk, gisteravond. Het protest was gericht op het autoritaire bewind van Loekasjenko en de verdwijning van enkele oppositiefiguren. Foto AFP Belarus policemen arrest demonstrators during a rally in Minsk, 16 February 2006. Police arrested dozens of Belarus activists who rallied in honor of opposition figures who have disappeared or been imprisoned under President Alexander Lukashenko's authoritarian rule. AFP PHOTO/ VIKTOR DRACHEV AFP

“Deze verkiezingscampagne werkt onze mannen in uniform en onze veiligheidsdiensten vreselijk op de zenuwen en verwoest hun gezondheid. De spanning is enorm.“

Het was een emotioneel moment in de Volksassemblee in Minsk, waar president Alexander Loekasjenko in een urenlange, rammelende speech zijn nieuwe Vijfjarenplan uiteen zette. Een daverende ovatie golfde door de hal, die nauwkeurig was gemodelleerd naar een partijcongres van de oude Sovjet-Unie.

Komend weekeinde is Loekasjenko herkiesbaar voor een derde termijn als almachtig president van Wit-Rusland, een land met ruim tien miljoen inwoners. Het wordt de laatste dictatuur van Europa genoemd, een schemerzone van Sovjet-nostalgie tussen Rusland en de Europese Unie.

Loekasjenko heeft alle troeven in handen. Radio, televisie en kranten bejubelen Wit-Rusland als welvarende oase in een zee van onrecht en uitbuiting. Alles wijst op een zege als in 2001, toen Loekasjenko zo'n twintig procent extra stembiljetten in de bussen liet proppen om met ruim 75 procent te winnen.

En toch oogt de macht benauwd. Niet zo zeer over de uitslag - daarvan kan men alles maken - als wel over de nasleep. Vijf jaar geleden viel Loekasjenko's herverkiezing na de val van de Servische leider Milosevic. Toen gromde de president dat hij erop zou slaan. “Ik ga niet in schuilen in een bunker, zoals Milosevic.“ De oppositie durfde niet te protesteren. “Dit is het jaar van Loekasjenko. Misschien maken ze in 2006 een kans“, constateerde de president.

Inmiddels is het 2006 en zijn we drie “kleurenrevoluties' verder: in Georgië, Oekraïne en Kirgizië viel de macht voor burgerprotest. De oppositie hier lijkt minder bang om de straat op te gaan. Zondag, de dag van de verkiezing, wil men betogen. De macht belooft daar grof geweld tegenover te zetten, duizenden soldaten en agenten zijn samengetrokken in hoofdstad Minsk. “Onze kansen? Alles wat de oppositie in Oekraïne mocht, is hier verboden“, zucht een activist van studentenbeweging Zoebr (Bizon).

De halve staf van oppositieleider en tegenkandidaat Alexander Milinkevitsj is de afgelopen weken gearresteerd. “Vandaag verloor ik er weer drie“, zegt hij droog. De wiskundige Milinkevitsj oogt eenzaam in het cultuurhuis van de stad Zjodino. Honderden nieuwsgierige arbeiders van BelAZ, maker van zware trucks, zijn uitgerukt om hem te zien. Met dit soort bijeenkomsten moet de oppositie het doen. Op de televisie krijgt men hooguit vijf minuten voor een wrak decor, ingeklemd tussen blokken haatpropaganda. Radiozenders heeft men niet.

Wat rest, is direct contact met het volk. Maar ook daar laat de macht weinig aan het toeval over. Een KGB-man, want zo heet de veiligheidsdienst in Wit-Rusland nog, filmt in strakke leren jas de zaal, een collega noteert nummerborden van geparkeerde auto's. Milinkevitsj spreekt een half uur over de noodzaak van Vrijheid, Waarheid en Sociale Zorg. Een beetje professoraal, niet erg eloquent, wel vastberaden. Daarna begint het vragenuurtje en verzamelen de provocateurs van de macht zich rond de microfoons. Want alleen zij durven het woord te nemen.

Eerst de jongeman die vraagt waar de oppositieleider op vakantie gaat nu hij 25 miljoen dollar Amerikaans “hulpgeld' op zak heeft. “Amerika subsidieert geen partijen, alleen ngo's (non-gouvernementele organisaties), red.) en media“, antwoordt Milinkevitsj zuinig. Dan een doeratski vopros, de idiotenvraag waarmee een kandidaat altijd rekening moet houden. Vragen als: “drinkt u wodka bij het ontbijt of cognac, zoals altijd?' Ditmaal heeft een jongedame de volgende: “Bent u een alcoholist of voorstander van het homohuwelijk?“

Een stokoude man wurmt zich richting microfoon en leest gênante vragen van een briefje op. “Hoe staat het met uw huwelijk?“ (Niet best, willen de geruchten.) “Ik bén getrouwd“, zegt Milinkevitsj knarsetandend. “Waarom ontduikt uw oudste zoon de dienstplicht?“ Leverproblemen, antwoordt de oppositieleider. Een inkoppertje: “Dus hij is ook al een alcoholist?“

Bij de vierde vraag loeit de zaal en wordt het oudje de microfoon ontnomen. Als hij zich toch weer naar voren dringt, volgt geduw en getrek waarop de staatstelevisie gretig inzoomt: bejaarde gemolesteerd!

Een jongedame meldt zich: “Ik vond op de vuilnisbelt een stapel posters van u. Heeft u de steun van het volk wel?“ En zo opent de macht in Zjodino de complete trucendoos van de “zwarte piar', zwarte propaganda.

De zaal vermaakt zich kostelijk. “Niemand neemt dit serieus, zo dom zijn we niet na vijftien jaar zogenaamde democratie“, zegt de 78-jarige Arnold Klimenko, een gepensioneerd machineontwerper. “We zijn wel nieuwsgierig of hij zich staande houdt tegen die acteurs.“ Niet slecht, is zijn oordeel. “Niet te heet, niet te koel.“

Arnold heeft nooit op Loekasjenko gestemd. “Ik had hem meteen door: een praatjesmaker en een bullebak“. Zijn zoon Sergej is het helemaal met pa eens. “Ach, als we toch in dat land konden leven dat wij dagelijks op televisie zien“, grapt hij. En toch stemt hij Loekasjenko. “Hij wint toch. Ik stem liever op een winnaar.“