Videoclip als visitekaartje

Staatssecretaris Van der Laan wil videoclips gaan subsidiëren, omdat ze die van “grote artistieke waarde' vindt. Maar is er sinds de malaise in de platenindustrie nog wel toekomst voor de videoclip?

CORRINO MEDIA CORPORATION Internationaal werkzaam, Nederlands bedrijf. Bestaat sinds 2002. Gemiddeld budget in Nederland: 10.000-15.000 euro. Clips voor K-Liber, Armin van Buuren, Di-rect (foto hierboven), Racoon, Relax, The Sheer. Platenmaatschappijen: Pias, Universal, Sony BGM, EMI. Maakt verder: tv-programma’s, films, commercials.

Eén draaidag. Eén camerastandpunt. Geen geld voor special effects of esthetische opsmuk. Geen kleedkamers; geen catering - en nauwelijks salaris voor de makers. Dat is in Nederland inmiddels de praktijk bij de productie van videoclips. Mogen reclamecommercials van 30 seconden in ons land 60.000 euro kosten, kleine platenmaatschappijen moeten vaak voor 5.000 euro een videoclip van vier minuten maken. Opvallend vaak is het concept dan ook: capuchon op, beetje boos doen naar de camera, klaar. En dat terwijl videoclips niet zo lang geleden nog als artistiek ongemeen interessant werden beschouwd.

Een tijdlang waren clips kunst. Toen regisseur Michel Gondry (van de film Eternal Sunshine of the Spotless Mind) de band The White Stripes geheel opbouwde uit legoblokjes bijvoorbeeld (“Fell in love with a girl', 2000). En later, toen regisseur Spike Jonze (Being John Malkovich), een charmant bedaagde Christopher Walken virtuoos liet dansen op een liedje van Fatboy Slim. Videoclips mochten een commercieel doel dienen, in dit geval waren de makers bijna volledig vrij. Het leverde oorspronkelijke werkjes op, die flirtten met de autome kunst en vrolijk tornden aan de clipconventies.

Ondanks de veel kleinere afzetmarkt voor Nederlandse muziek, en dus beperktere budgetten, waren er destijds ook in Nederland zeer creatieve clips. Zoals de eerste geheel computergeanimeerde videoclip voor rapper Brainpower, waarin een karikaturaal alter-ego van de rapper somber door de stad struint. En de bijzonder originele, super-lowbudget “borstenclip' bij “You've got my love' van Bastian, die enkel bestaat uit op borsthoogte gefilmde dansende meisjes, met delen van de tekst op hun T-shirt. Deze clips bewezen dat je met een minimum aan middelen toch kleine kunstwerkjes kon maken.

De artistieke relevantie van de clip werd ook door de kunstwereld opgemerkt. Verschillende musea, zoals het Nederlands Architectuur Instituut in Rotterdam en het Centraal Museum in Utrecht, wijdden exposities aan de clipkunst. En een speciaal programmaonderdeel op het Rotterdams Filmfestival in 2002 bewees dat de videoclip was uitgegroeid tot een volwassen kunstvorm. De stemming onder clipmakers was optimistisch. Er werd veel fraais gemaakt, en dat kon in tijden van voortschrijdende techniek alleen maar meer worden.

Vier jaar later heeft de techniek zich tegen de clip gekeerd. Met de mogelijkheid om muziek te downloaden van internet verloor de videoclip zijn voornaamste bestaansreden: het stimuleren van de singleverkoop. Voor Nederlandse platenmaatschappijen reden om clipbudgetten te decimeren (van 80.000 euro naar 15.000 euro voor een grote artiest). Voor regisseurs en producenten die destijds bloeiende productiebedrijfjes hadden, reden om zich veelal te beperken tot commercials en bedrijfsfilms. Zij worden inmiddels steeds vaker vervangen door vrienden van de artiest die met hun eigen videocamera even snel een clipje maken. Met veel rotzooi tot gevolg, zoals dagelijks op de clipzenders blijkt.

Subsidie

Heeft de videoclip dan nog wel bestaansrecht? Ja, zeggen muziekzenders The Box, TMF en MTV. Hoewel het aantal nonsensprogramma's op die zenders groeit, onder meer door sponsoring, trekken de clips immers nog altijd de meeste kijkers. Ja, zeggen platenmaatschappijen en boekingskantoren, die zien dat clips uitverkochte zalen opleveren. Ja, vinden ook de artiesten, die de clip aangrijpen om hun imago te vormen. En “ja', vindt zelfs staatssecretaris Medy van der Laan (Cultuur, D66), die begin februari besloot de vaderlandse videoclip van subsidie te voorzien. Over een periode van drie jaar stelt ze 600.000 euro beschikbaar. Door de telefoon in de auto zegt ze: “Clips zijn interessant, omdat ze zich op het snijvlak van cultuur en economie begeven.“

Het bestaansrecht van de videoclip wordt bovendien bewezen door een aantal jonge, creatieve makers die er ondanks de malaise in slagen écht te verassen en vernieuwen. Zoals Victor Ponten (24) en Jim Taihuttu (24) van reclamebureau Habbekrats in Amsterdam. Zij zijn blij met het besluit van Van der Laan, met het vooruitzicht om niet meer voortdurend om gratis apparatuur te hoeven bedelen en medewerkers tenminste iets van een salaris te kunnen betalen. Taihuttu: “Toen we nog studiefinanciering kregen, was een clipje maken wel lachen. Maar inmiddels is het geldgebrek bij het maken van een videoclip echt frustrerend. Gelukkig doen we er veel andere interessante dingen naast.“

Ponten, student Media & Cultuur aan de UvA, en Taihuttu, pas afgestudeerd aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht, maakten samen een paar van de leukste clipjes van 2005. Zoals de documentaire-achtige zwart-wit-clip bij het nummer “Zeg Ja' van rapper Raymzter, waarin de van nepsnor voorziene “agenten' Ruben van der Meer en Horace Cohen verwijzen naar de Beastie Boys' clip “Sabotage' - van regisseur Spike Jonze. Ponten: “Dat is gewoon de allervetste videoclip ooit.“ En de stemmige, sfeervolle ode aan vriendschap en familie bij “Grateful' van Pete Philly & Perquisite.

Habbekrats' grootste verdienste is dat ze de hiphopvideo hebben bevrijd van het cliché van grote auto's en gewillige vrouwen. Taihuttu: “Kijk, als je P. Diddy heet, dan mag dat. Die auto's stáán in zijn garage, die vrouwen kómen waarschijnlijk bij hem langs. Maar je ziet veel te vaak rappers in grote auto's die niet eens een rijbewijs hebben. Bij ons loopt Raymzter op straat, omdat hij geen fiets heeft - dat is ook écht zo. Een clip moet wel een beetje passen bij de artiest.“

Hoewel ze een volstrekt eigen stijl hebben, is de wijze waarop Habbekrats clips maakt - een beetje erbij naast de studie, super-lowbudget, mede mogelijk gemaakt door de studiefinanciering, en tot voor kort nog zonder eigen bureau - illustratief voor de jongste generatie videoclipmakers. Willem Gerritsen en Alexander Six (beiden 25 jaar oud) maakten wat filmpjes voor hun studentenvereniging in Amsterdam en staakten hun studie toen ze clips konden gaan maken voor filmproductiemaatschappij Corrino. Inmiddels genieten ze enige faam als makers van de bijzondere clip bij “Blind for you' van Di-rect (met Wibi Soerjadi, in zijn huis) waarvan het lijkt of hij in één take is opgenomen. De cliptrilogie die ze maakten voor “Another Day' van Racoon werd in oktober als korte film vertoond op het Nederlands Film Festival in Utrecht.

Gijs Kerbosch (24) moet ook nog afstuderen aan de HKU maar is al wel producent en initiator van productiebedrijf 100% Halal, dat clips maakte voor Krezip, en rappers Lange Frans en Baas B., Negativ, Yes-R en K-liber. Zijn afstudeerscriptie schrijft hij voor het gemak maar even over de financiering van videoclips. Heerst er bij makers die al wat langer meedraaien, zoals Sandder Lanen (die clips maakte voor de Jeugd van Tegenwoordig), en Jonathan Weyland van Bonanza (bekend van de clip voor “Girl' van Anouk) overwegend scepsis, deze jonge makers zijn nog heel positief over de artistieke mogelijkheden van het medium.

Art director Alexander Six van Corrino: “Clips zijn toegepaste kunst. Je hebt te maken met richtlijnen - zo willen platenmaatschappijen tegenwoordig vaak een optreden in de clip. Ook moet je rekening houden met de functie: het promoten van de artiest. Maar verder ben je vrij. Ik vind het leuk om met de conventies te experimenteren, er nét iets anders mee te doen, en te spelen met de verwachting van de kijker - dat is een artistieke uitdaging.“

Functionaliteit is bij videoclips onontbeerlijk, vindt Corrino-regisseur Willem Gerritsen. Ontbreekt die, dan wordt een clip potsierlijk. Zoals bij de meeste clips van Bløf. “Ik vind Bløf een goeie band, maar die clips zijn gewild artistiek; die slaan nergens op. Ik zou dat graag zelf een keer beter doen.“ Nee, dan liever iets dat supersimpel maar doeltreffend is. Gerritsen: “De clip bij “You're Beautiful' van James Blunt is wel geslaagd. Dat is een kwetsbaar nummer, en in de clip geeft Blunt zich letterlijk bloot. Aan het eind springt hij metaforisch in het diepe. Emotioneel, maar zonder poespas. Mooi.“

Esthetiek

Voor hen begint een clip maken met luisteren. Gerritsen: “Dan gaan we ontleden en interpreteren; waar gaat een tekst echt over? Daar komt mijn studie filosofie nog wel eens bij van pas.“ Vervolgens maken ze een visuele vertaling, vaak door middel van een metafoor. Art director Six, die kunstgeschiedenis studeerde, weet precies wat hij wel en niet mooi vindt. Esthetiek weegt bij hen zwaar.

Jim Taihuttu en Victor Ponten van Habbekrats hebben een heel andere artistieke opvatting. Humor is daarbij essentieel, maar ook idealisme: ze maken vrijwel uitsluitend videoclips voor (hiphop)artiesten van wie ze vinden dat ze steun verdienen, zoals Raymzter, Pete Philly & Perquisite, Duvelduvel en Opgezwolle. Voor die laatste formatie maakten ze samen met 100% Halal recent de claustrofobische clip bij het nummer “Hoedenplank.' Omdat veel Nederlandse undergroundhiphop doordrenkt is met maatschappijkritiek, is die in hun werk soms ook aanwezig. Zo is hun clip voor de Molukse rapformatie Furiuz Styles, gelardeerd met archiefbeelden, bijna een politiek pamflet. Taihuttu: “Die clip doet meer dan een artiest verkopen. Je zal hem misschien eerder op Nova zien dan op The Box.“ Ponten wil wel even toevoegen dat ze niet uitsluitend geëngageerd bezig zijn. “De clip voor “Wat wil je doen' was juist weer heel commercieel.“

Wat al deze jongens gemeen hebben, en waarin zich - nu nog - van veel oudere makers onderscheiden: ze zijn gewend om te leven met weinig. Gijs Kerbosch van 100% Halal: “Onze eerste clips maakten we belangeloos, en hoewel onze eisen nu iets hoger zijn, verdienen we nog altijd weinig. Maar het levert wel weer andere opdrachten op. Een goeie videoclip is een mooi visitekaartje.“ De lage budgetten dwingen jonge makers ook tot een inventieve omgang met het materieel. Clips worden in plaats van op dure film, nu vaak op video opgenomen. Maar voorzie je een videocamera van een filmlens, dan valt de leek het verschil niet op. Zo is er meer mogelijk voor minder geld. Kerbosch vreest echter wel dat ook jonge clipmakers de clip uiteindelijk vaarwel zullen zeggen. “Dat geldgebrek wordt steeds frustrerender.“ Aan de andere kant: dankzij het initiatief van Van der Laan is er hoop. “De praktijk is op termijn wel ingewikkeld, want de sector moet niet in zijn geheel op die subsidie gaan leunen. Als die dan wegvalt stort alles in. Maar op artistiek vlak kan de regeling op korte termijn goed uitpakken.“

Dat denkt uiteraard ook Medy van der Laan, die de nieuwe regeling aankondigde tijdens een kamerdebat op 1 februari over popmuziek. In een reactie wil de staatssecretaris geen uitspraak doen over het artistieke niveau van de huidige clips - dat is niet haar taak, vindt ze. Maar clips hebben haar belangstelling omdat ze “een perfect middel zijn om commerciële sector en de autonome kunst met elkaar te verbinden.“ Voorwaarde voor de subsidie wordt dus wel dat een artiest nauw samenwerkt met een (video)kunstenaar. “Dat kunnen gevestigde kunstenaars zijn, maar ook filmacademiestudenten.“ Zo'n samenwerking geeft de gesubsidieerde kunst een duwtje in de rug en kan - als het mooie, artistiek hoogstaande clips oplevert - Nederlandse artiesten ook commercieel op weg helpen.

Het Fonds voor de Beeldende Kunsten, dat de subsidie gaat verstrekken, zal zich niet bemoeien met de vermeende verderfelijke invloed van de seksueel expliciete inhoud. Van der Laan: “Natuurlijk, ik zie ook dat die ontwikkeling er is. Maar daarin ingrijpen is geen overheidstaak, die verantwoordelijkheid ligt bij de makers en de zenders die die clips tonen. Het oordeel van het fonds zal puur artistiek inhoudelijk zijn.“

Zijn videoclips dan kunst? “Ze hebben wel degelijk artistieke zeggingskracht. Ook niet gesubsidieerde artistieke uitingen kunnen kunst zijn.“ Een recent voorbeeld van een artistiek hoogwaardige clip kan de staatssecretaris zo snel echter niet geven: “ik behoor niet echt meer tot de doelgroep.“ Maar toen ze zelf nog clips keek maakte de stripclip bij AHA's “Take On Me' in elk geval een onvergetelijke indruk. “Zoiets was nog nooit vertoond.“